Helaas, deze regeling is verlopen, maar er zijn wel andere interessante regelingen voor je beschikbaar.
Bekijk alle regelingen
Subsidies

Tijdelijke energieregeling markt en innovatie in verband met het subsidieprogramma Bioraffinage

Status:
Gesloten
Jaarbudget:
Variabel
Per uitgifte
Afhankelijk van aanvraag
Indientermijn:
Doorlopend

Realiseer jouw ambitie

Realiseer jouw ambitie

Meld je hier aan

Met deze wijziging van de Tijdelijke energieregeling markt en innovatie (hierna: TERM) wordt het programma Bioraffinage geïntroduceerd. Het programma wordt uitgewerkt in hoofdstuk 9 van de TERM. Het programma bioraffinage zoals beschreven in hoofdstuk 9 heeft als doel het realiseren van een aantal pilot- en demonstratieprojecten van duurzame bioraffinage-ketens voor biobased producten en bio-energie ten behoeve van de Nederlandse en Europese markt.

ARTIKEL I

De Tijdelijke energieregeling markt en innovatie wordt als volgt gewijzigd: A Onder vernummering van Hoofdstuk 9 tot Hoofdstuk 10 en artikel 9.1 en 9.2 tot artikel 10.1 en 10.2 wordt na artikel 8.16 een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

Hoofdstuk 9. Bioraffinage Artikel 9.1

  1. 1. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
    • biomassa: landbouwgewassen, organische reststromen zijnde dierlijk en plantaardig, landbouwreststromen, bosbouw reststromen, hout en aquatische biomassa;
    • bioraffinage: technologie of combinatie van technologieën waarbij biomassa op duurzame wijze wordt omgezet in een cascade van vermarktbare producten: voedsel, veevoer, chemicaliën, brandstof en energie op een economisch gezonde basis met een minimale afvalproductie;
    • demonstratieproject bioraffinage: een project waarbij installaties voor een bioraffinaderij aangeschaft, voortgebracht, geïnstalleerd, en doorontwikkeld worden tot continue bedrijfsvoering;
    • duurzaam: economisch bestendige reductie van het gebruik van fossiele grond- en brandstoffen met minimale gevolgen voor het milieu en rekening houdend met socio-economische aspecten;
    • geavanceerde biobrandstoffen: biobrandstoffen die door de keuze voor nieuwe grondstof-omzettingsproces-combinaties een hoge CO2eq-ketenprestatie halen met minimale inzet van biomassa en als gevolg minimale concurrentie met de voedingsketen. Aspecten van geavanceerde biobrandstoffen zijn:
    • a. beter milieurendement c.q. duurzamer, niet ten koste van andere milieudoelen (zie duurzaamheidscriteria in het Toetsingskader duurzame biomassa);
    • b. op termijn van 5–10 jaar concurrerend op kosten met huidige grondstof-proces-combinaties;
    • c. brede toepasbaarheid in huidig en toekomstig wagenpark;
      • Minister van LNV: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
      • pilotproject bioraffinage: verwerven, combineren, vormgeven of gebruiken van bestaande of niet bestaande kennis en vaardigheden op het gebied van bioraffinage ten behoeve van het ontwikkelen en bouwen van een prototype en het experimenteren hiermee;
      • referentiekosten: Kosten voor een investering ten behoeve van een in Nederland gangbaar systeem, apparaat of techniek die in technisch opzicht vergelijkbaar is met het uit te voeren pilotproject bioraffinage of demonstratieproject bioraffinage maar waarmee niet hetzelfde niveau van milieubescherming kan worden bereikt als met het uit te voeren project, bij vergelijkbare productiecapaciteit;
  2. Op dit hoofdstuk is hoofdstuk 1 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.
  3. Dit hoofdstuk berust op artikel 2 van de Kaderwet LNV-subsidies.

Artikel 9.2

  1. 1. De Minister van LNV verstrekt op aanvraag een subsidie aan:
    • a. een ondernemer voor een demonstratieproject bioraffinage dat past in een of meerdere bioraffinage thema's waarin:
      • 1°. nieuwe kennis of technologie wordt ontwikkeld en/of toegepast, of
      • 2°. nieuwe combinaties van bestaande kennis en technologieën worden toegepast;
    • b. een ondernemer voor een pilotproject bioraffinage dat past in een of meerdere bioraffinage thema's waarin:
      • 1°. nieuwe kennis of technologie wordt ontwikkeld en/of toegepast, of
      • 2°. nieuwe combinaties van bestaande kennis en technologieën worden toegepast;
    • c. een deelnemer in een samenwerkingsverband die een in sub a of b genoemd project bioraffinage uitvoert.
  2. 2. Bioraffinage thema's als bedoeld in het eerste lid zijn:
    • a. bioraffinage van Nederlandse gewassen;
    • b. bioraffinage van geïmporteerde biomassa rond Nederlandse havens;
    • c. bioraffinage van afval- en reststromen;
    • d. bioraffinage van aquatische biomassa.
  3. 3. Geen subsidie wordt verstrekt aan:
    • a. projecten die betrekking hebben op de productie van biomassa en teelt van aquatische biomassa;
    • b. projecten die uitsluitend betrekking hebben op de productie van biobrandstoffen of energie;
    • c. projecten die betrekking hebben op ontwikkeling en demonstratie van zogenaamde eerste generatie biobrandstoftechnologie.
  4. 4. De productie van biobrandstoffen kan slechts onderdeel uitmaken van een demonstratieproject bioraffinage of een pilotproject bioraffinage, indien:
    • a. het project betrekking heeft op de geïntegreerde co-productie van biobrandstoffen met andere vermarktbare producten, zoals voedsel, veevoer, chemicaliën en energie;
    • b. het biobrandstoffendeel betrekking heeft op de productie van geavanceerde biobrandstoffen.

Artikel 9.3

  1. Een samenwerkingsverband dat een demonstratieproject bioraffinage uitvoert, bestaat alleen uit ondernemers.
  2. Een samenwerkingsverband dat een pilotproject bioraffinage uitvoert, bestaat uit ten minste een ondernemer.
  3. De penvoerder in een samenwerkingsverband dat een pilotproject bioraffinage uitvoert is een ondernemer.

Artikel 9.4

  1. In aanvulling op artikel 1.3, eerste lid, bedraagt de subsidie voor een pilotproject bioraffinage niet meer dan € 1000.000.
  2. In afwijking van artikel 1.3 bedraagt de subsidie voor een demonstratieproject bioraffinage 35% van de subsidiabele kosten gemaakt door de ondernemer, maar niet meer dan € 4.000.000.
  3. Het in het tweede lid genoemde percentage wordt met 10 procentpunten verhoogd voor iedere aanvrager die een middelgrote onderneming in stand houdt voor zover de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door die ondernemer.
  4. Het in het tweede lid genoemde percentage wordt met 20 procentpunten verhoogd voor iedere aanvrager die een kleine onderneming in stand houdt voor zover de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door die ondernemer.
  5. Voor de berekening van de in het tweede lid genoemde subsidiabele kosten is artikel 1.6 van toepassing met dien verstande dat onder sub c en d van het vijfde lid van artikel 1.6 de woorden ‘duurzame energiehuishouding’ worden gelezen als: toename van het niveau van milieubescherming.

Artikel 9.5 De Minister van LNV verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van rangschikking van de aanvragen. Artikel 9.6

  1. Op een subsidie voor een pilotproject bioraffinage is niet van toepassing artikel 23, onderdelen a en g, van het Kaderbesluit EZ-subsidies.
  2. Op een subsidie voor een demonstratieproject bioraffinage zijn niet van toepassing de artikelen 10 derde lid, 23 onderdelen a en g, 38, eerste lid, onderdelen b tot en met d, en 41 van het Kaderbesluit EZ-subsidies.
  3. Artikel 9.7
    1. Er is een Adviescommissie bioraffinage, die tot taak heeft de Minister van LNV op zijn verzoek te adviseren omtrent aanvragen om subsidie op grond van artikel 9.2, eerste lid.
    2. De commissie bestaat uit een voorzitter en twee andere leden.
    3. De voorzitter en de leden worden benoemd voor een termijn van één jaar.
    Artikel 9.8
    1. De Adviescommissie bioraffinage adviseert de Minister van LNV over de afwijzingsgronden, bedoeld in het tweede lid en artikel 23 b, c, d, e, f, en h van het Kaderbesluit EZ-subsidies en de rangschikkingscriteria, bedoeld in het derde lid.
    2. De Minister van LNV beslist afwijzend op een aanvraag voor zover hij van oordeel is dat:
      • a. het demonstratieproject bioraffinage of het pilotproject bioraffinage onvoldoende bijdraagt aan de doelstellingen van de regeling;
      • b. het een subsidie-ontvanger betreft die een ondernemer is tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, zesde lid, onderdeel a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
    3. De Minister van LNV rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate:
      • a. het demonstratieproject bioraffinage of het pilotproject bioraffinage meer bijdraagt aan de ontwikkeling en demonstratie van bioraffinagefaciliteiten, die leiden tot meerdere vermarktbare producten;
      • b. het demonstratieproject bioraffinage of het pilotproject bioraffinage meer bijdraagt aan een verduurzaming van de grondstofvoorziening voor de industrie (bijv. chemische) en de energiesector;
      • c. het demonstratieproject bioraffinage of het pilotproject bioraffinage meer herhalings- en opschalingspotentieel bezit, gebaseerd op kostprijsontwikkeling en marktverwachting;
      • d. het demonstratieproject bioraffinage of het pilotproject bioraffinage technologisch innovatiever is ten opzichte van de huidige nationale en internationale praktijk.
        • Voor de rangschikking weegt het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde criterium mee voor 35/100, het in het eerste lid, onderdeel b, genoemde criterium voor 30/100, het in het eerste lid, onderdeel c, genoemde criterium voor 20/100 en het in het eerste lid, onderdeel d, genoemde criterium voor 15/100. Er geldt een drempel van 60 van de 100 punten.
    Artikel 9.9
    1. Een aanvraag wordt niet ingediend dan nadat daarover door de Adviescommissie bioraffinage aan de aanvrager advies is uitgebracht op basis van een vooraanmelding. De Adviescommissie baseert zich op de afwijzingsgronden en rangschikkingcriteria, bedoeld in artikel 9.8, leden 1, 2 en 3.
    Artikel 9.10
    1. De subsidieontvanger start binnen zes maanden na datum van de beschikking tot subsidieverlening met de uitvoering van het demonstratieproject bioraffinage of het pilotproject bioraffinage.
    2. De subsidieontvanger voltooit het demonstratieproject bioraffinage binnen drie jaar na aanvang van het demonstratieproject bioraffinage.
    3. De subsidieontvanger voltooit het pilotproject bioraffinage binnen drie jaar na aanvang van het pilotproject bioraffinage.
    Artikel 9.11
    1. De subsidieontvanger voert het demonstratieproject bioraffinage of het pilotproject bioraffinage hoofdzakelijk in Nederland uit, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de Minister van LNV voor (gedeeltelijke) uitvoering buiten Nederland.
    2. Aan een ontheffing als bedoeld in het eerste lid kunnen voorschriften worden verbonden.
    3.  

 

Gebruikersnotities regeling/verstrekker

Deel je kennis/ervaring over deze regeling of verstrekker met de Fondswervingonline community.

Contact

Gebruikersnotities regeling

Deel je kennis/ervaring over deze regeling of verstrekker met de Fondswervingonline community.

Maak een notitie

Funding informatie

Wij ondersteunen deze organisatie types
Bedrijf
Onze aandacht gaat uit naar
Natuur, milieu en energie
Wij zijn werkzaam in
Nederland
Deel deze pagina

Deze informatie bekijken?

Begin direct met het realiseren van jouw ambities. We helpen je met het vinden en aanvragen van financiële middelen voor je organisatie of project!
  • Eenvoudige navigatie: Vind moeiteloos je weg door meer dan 4000 regelingen met ons intuïtieve platform.
  • Real-time alerts: Mis nooit meer een kans met onze gepersonaliseerde meldingen.
  • Effectief beheer: Houd subsidies en fondsen overzichtelijk bij met je eigen dashboard.

Word nu lid

Je bent al lid voor slechts € 55,- per maand!