Subsidie
De subsidie voor een ondernemerschapsonderwijsproject bedraagt 50 procent van de subsidiabele kosten. Indien voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan reeds door de Commissie van de Europese Gemeenschappen dan wel een bestuursorgaan van een provincie of gemeente subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidie niet meer bedraagt dan 75 procent van de subsidiabele kosten.
Subsidiabele kosten
Voor subsidie komen de volgende rechtstreeks aan het ondernemerschapsonderwijsproject toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag gemaakte en betaalde kosten in aanmerking:
- loonkosten van het personeel van de bij het ondernemerschapsonderwijsproject betrokken onderwijsinstellingen, met dien verstande dat deze loonkosten worden bepaald op basis van een door de onderwijsinstelling voor dat personeel gehanteerd integraal uurtarief;
- aan derden verschuldigde kosten voor verrichte arbeid;
- materiaalkosten voor de aanschaf van middelen of materialen die een functionele relatie tot het ondernemerschapsonderwijsproject hebben met dien verstande dat deze kosten niet meer dan 25 procent van de totale subsidiabele kosten bedragen, voor zover deze niet zijn opgenomen in het integrale uurtarief;
- kosten voor overhead, met dien verstande dat deze kosten niet meer dan 50 procent van de loonkosten, bedoeld onder a, bedragen, voor zover deze niet zijn opgenomen in het integrale uurtarief; e. de kosten voor projectmanagement, met dien verstande dat deze kosten niet meer dan 5 procent van de loonkosten, bedoeld onder a, bedragen, voor zover deze niet zijn opgenomen in het integrale uurtarief.
Restricties
De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:
- voor het ondernemerschapsonderwijsproject reeds door de rijksoverheid subsidie is verstrekt;
- het bedrijfsleven niet op enigerlei wijze betrokken is bij het ondernemerschapsonderwijsproject.
- onvoldoende vertrouwen bestaat in de structurele voortzetting van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt;
- aannemelijk is dat de activiteiten geen verbetering, uitbreiding, wijziging of aanvulling inhouden van reeds bestaande activiteiten op het gebied van ondernemerschapsonderwijs van de betrokken onderwijsinstellingen.
Onderscheidende positieve factoren
De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate:
- het meer bijdraagt aan ondernemerschap als onderdeel van de leeromgeving of het curriculum van leerlingen en studenten;
- de kwaliteit van het projectplan hoger is;
- het ondernemerschapsonderwijs een groter aantal onderwijsinstellingen bereikt;
- het ondernemerschapsonderwijs een groter aantal leerlingen of studenten van de bij het ondernemerschapsonderwijsproject betrokken onderwijsinstellingen bereikt;
- het meer bijdraagt aan de creativiteit en innovativiteit van het ondernemerschapsonderwijs.