Helaas, deze regeling is verlopen, maar er zijn wel andere interessante regelingen voor je beschikbaar.
Bekijk alle regelingen
Subsidies

Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2010

De Regeling LNV-subsidies (hierna: de Regeling) biedt het integrale kader voor subsidies die kunnen worden verleend door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Op grond van artikel 1:3 van de Regeling kunnen de subsidies echter uitsluitend worden verstrekt indien de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag tot subsidieverlening heeft opengesteld door vaststelling van een subsidieplafond en een periode voor indiening van de aanvraag.

Het onderhavige Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2010 (hierna: Openstellingsbesluit) strekt tot deze openstelling voor subsidieaanvragen in 2010 voor de volgende onderdelen (modules) van de Regeling.

Status:
Gesloten
Jaarbudget:
Variabel
Per uitgifte
Afhankelijk van aanvraag
Indientermijn:
Doorlopend

Realiseer jouw ambitie

Realiseer jouw ambitie

Meld je hier aan

HOOFDSTUK 2. CONCURRERENDE LANDBOUW TITEL 1. BEROEPSOPLEIDING EN VOORLICHTING

Artikel 3

  1. Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 2:3, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door landbouwondernemingen die overwegen om te schakelen naar de biologische productiemethode, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode, die in omschakeling zijn of die reeds omgeschakeld zijn naar die biologische productiemethode.
  2. De aanvragen, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden ingediend in de periode van 4 januari tot en met 30 november 2010.

Artikel 4

  • 1. Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, kunnen uitsluitend worden ingediend voor de in artikel 2:3, tweede lid, onderdelen a, b, c, d en g, van de regeling genoemde typen bedrijfsconsulten of de in het derde lid van dat artikel genoemde opleidingen, trainingen of voorlichtingsbijeenkomsten, en uitsluitend voor zover deze activiteiten betrekking hebben op:
    • a. de bedrijfseconomische gevolgen van de omschakeling naar, aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode;
    • b. de markt- en afzetperspectieven voor de ondernemer bij omschakeling naar, de aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode;
    • c. de implementatie van de regelgeving voor de biologische productiemethode in de bedrijfsvoering;
    • d. de aanpassingen in het bedrijfssysteem ten behoeve van de biologische productiemethode;
    • e. de financieringsmogelijkheden van de voor omschakeling naar, de aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode benodigde investeringen;
    • f. het verwerven van technische kennis en vaardigheden van de biologische productiemethode, of
    • g. het verwerven van technische kennis en vaardigheden voor het uitoefenen van een of meer andere activiteiten dan de primaire agrarische activiteit met dien verstande dat de aanvrager de primaire agrarische activiteit blijft voortzetten.
  • 2. In afwijking van artikel 3, eerste lid, kunnen geen aanvragen worden ingediend door landbouwondernemingen die lid zijn van een erkende telersvereniging als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EG) nr. 2200/96, tenzij door desbetreffende ondernemingen wordt aangetoond dat geen steun wordt ontvangen als bedoeld in artikel 15 of 16 van die verordening voor kosten die uit hoofde van artikel 2:3, tweede lid, onderdelen a, b, c, d, en g, van de regeling kunnen worden gesubsidieerd.
  • 3. De aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid kunnen uitsluitend tot subsidievaststelling leiden, indien de ingeschakelde adviseur of instelling voldoet aan artikel 2:8, tweede lid, onderdeel e, van de regeling.

Artikel 5
Per landbouwonderneming kan slechts één aanvraag tot subsidieverlening worden ingediend.

Artikel 6
Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel 7
De subsidie bedraagt 50% van de totale kosten van het bedrijfsconsult, training of opleiding, met dien verstande dat de subsidie per dagdeel ten hoogste € 250 bedraagt en de subsidie in totaal ten hoogste € 1500 bedraagt.

Artikel 8
Het subsidieplafond bedraagt € 450.000.

TITEL 2. BEDRIJFSADVIESDIENSTEN

Artikel 9

  1. Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:8, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 4 januari tot en met 30 november 2010 door landbouwondernemingen die rechtstreekse betalingen uit hoofde van verordening (EG) nr. 1782/2003.
  2. Onder beheerseisen en minimumeisen als bedoeld in artikel 2:8, eerste lid, wordt verstaan: beheerseisen en bepalingen inzake goede landbouw- en milieucondities als bedoeld in artikel 3 en 6 van de Regeling GLB inkomenssteun 2006.
  3. De aanvragen kunnen uitsluitend betrekking hebben op adviezen als bedoeld in artikel 2:8, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van de regeling.

Artikel 10
Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel 11
De subsidie bedraagt 50% van de kosten van een bedrijfsadvies en ten minste € 250.

Artikel 12
Het subsidieplafond bedraagt € 600.000.

TITEL 3. KENNISVERSPREIDING (PRAKTIJKNETWERKEN)

Artikel 13

  1. Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen die werkzaam zijn in de melkvee-, vleesvee-, schapen-, geiten-, varkens-, kalveren-, paarden-, pluimvee-, inclusief eenden- en kalkoenenhouderij, of konijnenhouderij.
  2. De aanvragen kunnen uitsluitend worden ingediend voor projecten als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, onderdeel b, van de regeling en welke een duur hebben van ten hoogste twee jaar.
  3. De aanvragen, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden ingediend in de periode van 15 september tot en met 29 oktober 2010.

Artikel 14
De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 13, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking, waarbij aanvragen hoger zijn gerangschikt naarmate:

  • a. het gekozen thema en de gekozen aanpak van het project inhoudelijk meer vernieuwend zijn;
  • b. het project een meer duurzaam karakter heeft;
  • c. deelnemers aan het samenwerkingsverband breder zijn samengesteld en beter passen bij het project;
  • d. de kennis en ervaring effectiever worden verspreid;
  • e. het project voor de praktijk een groter meerwaarde heeft.

Artikel 15
De subsidie bedraagt 80% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 25.000.

Artikel 16
Het subsidieplafond bedraagt € 1.200.000.

TITEL 4. ONDERZOEK EN ONTWIKKELING (SAMENWERKING BIJ INNOVATIEPROJECTEN)

Artikel 17

  1. Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:32, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen onderling of met agro-MKB-ondernemingen, met dien verstande dat de landbouwondernemingen werkzaam zijn in de melkvee-, vleesvee-, schapen-, geiten-, varkens-, kalveren-. paarden-, pluimvee-, inclusief eenden- en kalkoenenhouderij, of konijnenhouderij.
  2. Aanvragen tot verlening van subsidie als bedoeld in artikel 2:32, eerste lid, van de regeling kunnen tevens worden ingediend door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen onderling of met agro-MKB-ondernemingen, met dien verstande dat de landbouwondernemingen werkzaam zijn in de bijenhouderij, glastuinbouw, paddenstoelenteelt, akkerbouw, opengrondstuinbouw of teelt van plantaardig uitgangsmateriaal.
  3. De aanvragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen worden ingediend in de periode van 1 februari tot en met 26 februari 2010.

Artikel 18

  1. De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 17, eerste en tweede lid, advies uit aan de minister in de vorm van een rangschikking.
  2. Projecten als bedoeld in artikel 17, eerste en tweede lid, hebben een meer innovatief karakter als bedoeld in artikel 2:33, onderdeel a, van de regeling naarmate het project meer aansluit bij de programmalijnen van de desbetreffende sectorale innovatieagenda’s.
  3. Projecten als bedoeld in artikel 17, eerste lid, hebben een meer duurzaam karakter als bedoeld in artikel 2:33, onderdeel d, van de regeling naarmate het project meer bijdraagt aan de uitwerking van de zes speerpunten van de Uitvoeringsagenda duurzame veehouderij.

Artikel 19 Per samenwerkingsverband kan slechts een aanvraag worden ingediend. Artikel 20 De subsidie bedraagt 35% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 500.000 voor het innovatieproject, met dien verstande dat voor kosten als bedoeld in artikel 2:35, eerste lid, onderdelen c en h, van de regeling de subsidie ten hoogste € 400.000 bedraagt. Artikel 21 Het subsidieplafond bedraagt:

  • a. voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 17, eerste lid, € 3.250.000
  • b. voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 17, tweede lid, € 3.750.000

TITEL 5. BEDRIJFSMODERNISERING

§ 1. Investeringen op het terrein van energiebesparing

Artikel 22

1. Aanvragen tot verlening van een subsidie voor een investering in:
a. een eerste energiescherm als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onderdeel B, van de regeling;
b. een tweede energiescherm als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2, onderdeel B, van de regeling;
c. een klimaatcomputer als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 3, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 3, onderdeel B, van de regeling;
d. een kasdek met antireflectie als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 4, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 4, onderdeel B, van de regeling;
e. een warmtebuffersysteem als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 5, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 5, onderdeel B, van de regeling;
f. energieclusters als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 7, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door samenwerkingsverbanden als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 7, onderdeel B, van de regeling;
g. een hogedruk vernevelingssysteem ten behoeve van kaskoeling als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 8, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door energie-extensieve glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 8, onderdeel B, van de regeling;
h. een gevelscherm als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 9, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 9, onderdeel B, van de regeling, of
i. een energiebesparend ventilatiesysteem met warmte terugwinning en/of voorverwarming als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 10, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 10, onderdeel B, van de regeling; j. diffuus glas als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk1, paragraaf 11, onderdeel A van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 11, onderdeel B van de regeling. 2.

De aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 1 april tot en met 14 mei 2010. 3. De Minister rangschikt de aanvragen overeenkomstig artikel 1:6 van de regeling.

Artikel 23
Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel 24
1. De subsidie voor de in artikel 22, eerste lid, bedoelde investeringen wordt vastgesteld overeenkomstig hetgeen daaromtrent is bepaald in bijlage 1 bij dit besluit met betrekking tot de daarin onderscheiden landbouwondernemingen of samenwerkingsverbanden.
2. De volledige aanvraag tot subsidievaststelling wordt uiterlijk 1 jaar na subsidieverlening ingediend.

Artikel 25
Het subsidieplafond bedraagt € 2.100.000.

§ 2. Marktintroductie energieinnovaties

Artikel 26

  1. Aanvragen tot verlening van een subsidie voor een investering in energieinnovaties als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt A, onderdeel a, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen en samenwerkingsverbanden als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt B, van de regeling, met uitzondering van glastuinbouwondernemingen die voor dezelfde energieinnovatie op grond van artikelen 3.2 of 4.2 van de Tijdelijke energieregeling markt en innovatie worden gesubsidieerd.
  2. De aanvragen kunnen worden ingediend:
    • a. in de periode van 1 februari tot en met 12 maart 2010, of
    • b. in de periode van 15 september tot en met 29 oktober 2010.

Artikel 27 De subsidie voor de in artikel 26, eerste lid, bedoelde investeringen bedraagt 40% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 1.500.000. Artikel 28 Het subsidieplafond voor subsidies voor investeringen als bedoeld in artikel 26, eerste lid, bedraagt:

  • a. € 8.000.000 voor aanvragen ingediend in de periode, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onderdeel a;
  • b. € 8.000.000 voor aanvragen ingediend in de periode, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onderdeel b.

Artikel 29

  1. 1. Aanvragen tot verlening van een subsidie voor een investering in energieinnovaties als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt A, onderdeel b, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen en samenwerkingsverbanden als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt B, van de regeling, met uitzondering van glastuinbouwondernemingen die voor dezelfde energieinnovatie op grond van de artikelen 3.2 of 4.2 van de Tijdelijke energieregeling markt en innovatie worden gesubsidieerd.
  2. 2. De aanvragen kunnen worden ingediend:
    • a. in de periode van 1 februari tot en met 12 maart 2010, of
    • b. in de periode van 15 september tot en met 29 oktober 2010.

Artikel 30
De subsidie voor de in artikel 29, eerste lid, bedoelde investeringen bedraagt 40% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 1.500.000, met dien verstande dat de subsidiabele kosten worden gemaximeerd op € 100/m2 oppervlak voor het gesloten en bijbehorende open gedeelte of het totale opverlak semi-gesloten kas.

Artikel 31
Het subsidieplafond voor subsidies voor investeringen als bedoeld in artikel 29, eerste lid, bedraagt: a. € 5.000.000 voor aanvragen ingediend in de periode, bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel a; b. € 5.000.000 voor aanvragen ingediend in de periode, bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel b.

Artikel 32
In afwijking van artikel 26, eerste lid, en artikel 29, eerste lid, kunnen geen aanvragen worden ingediend door glastuinbouwonderneming of samenwerkingsverbanden daarvan, indien deze ondernemingen lid zijn van een erkende telersvereniging als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EG) nr. 2200/96, tenzij wordt aangetoond dat geen steun wordt ontvangen als bedoeld in artikel 15 of 16 van die verordening voor kosten die uit hoofde van bijlage 2, hoofdstuk 2, van de regeling kunnen worden gesubsidieerd.

Artikel 33
Indien subsidie wordt verleend aan een samenwerkingsverband van een of meer glastuinbouwondernemingen en een of meer andere landbouwondernemingen en het aandeel van de met de investering opgewekte energie dat door die landbouwonderneming of -ondernemingen aan de glastuinbouwonderneming of glastuinbouwondernemingen wordt geleverd minder is dan 100% van de energiecapaciteit die met gebruik van de investering kan worden opgewekt, wordt de overeenkomstig artikel 27 vastgestelde subsidie naar rato van dat aandeel verlaagd.

Artikel 34
De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 26, eerste lid, en 29, eerste lid, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking, waarbij de aanvragen hoger zijn gerangschikt naarmate de energieinnovatie naar het oordeel van de commissie:

  • meer bijdraagt aan klimaatneutrale glastuinbouw door een zo laag mogelijk gebruik van primaire energie en een zo laag mogelijke CO2-uitstoot;
  • meer teelttechnisch en economisch perspectief heeft en meer perspectief biedt voor toepassing door andere ondernemingen, of
  • een hoger niveau van doorontwikkeling vertegenwoordigt gericht op teelttechnische of economische inpasbare systemen.

§ 3. Gecombineerde luchtwassystemen

Artikel 35

  1. Aanvragen tot verlening van een subsidie voor een investering in gecombineerde luchtwassystemen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 3, punt A, van de regeling kunnen worden ingediend door landbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 3, punt B, van de regeling, met uitzondering van landbouwondernemingen gelegen in extensiveringsgebieden als bedoeld in artikel 1 van de Reconstructiewet.
  2. De aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 1 juni tot en met 15 juli 2010.

Artikel 36

  1. 1. Overeenkomstig artikel 1:4 van de regeling wordt een aanvraag hoger gerangschikt naarmate:
    • a. de landbouwonderneming ten hoogste 1000 meter is verwijderd van een gebied als omschreven in bijlage 3 bij dit besluit (2 punten), en
    • b. de aanvrager een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer heeft aangevraagd voor één of meer gecombineerde luchtwassystemen (1 punt).
  2. 2. Aanvragen tot subsidieverlening die op grond van het eerste lid inhoudelijk gelijk zijn gewaardeerd en daardoor niet kunnen worden verleend in verband met overschrijding van het subsidieplafond, worden door loting gerangschikt.

Artikel 37

  1. Aanvragen tot subsidievaststelling kunnen worden ingediend tot 30 september 2012.
  2. Er kan slechts één aanvraag worden ingediend per inrichting als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, van de Wet milieubeheer.

Artikel 38
De subsidie bedraagt 35% van de subsidiabele kosten.

Artikel 39
Het subsidieplafond bedraagt € 5.000.000.

§ 4. Jonge landbouwers

Artikel 40

  1. Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:42, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 juli tot en met 13 augustus 2010.
  2. Een jonge landbouwer kan slechts één aanvraag indienen.

Artikel 41
Aanvragen tot subsidievaststelling kunnen worden ingediend tot 30 september 2012.

Artikel 42
Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel 43
Het subsidieplafond bedraagt € 7.200.000.

Artikel 44
De Minister rangschikt de aanvragen voor subsidies als bedoeld in artikel 40, eerste lid, overeenkomstig artikel 1:5 van de regeling, met dien verstande voorrang wordt gegeven aan jonge landbouwers die op grond van Hoofdstuk 2, Titel 6, Paragraaf 2 van de regeling ook in 2008 of 2009 aanvragen hebben ingediend en:

  • a. vanwege overschrijding van de subsidieplafonds in die jaren niet voor subsidieverlening in aanmerking kwamen en in 2010 opnieuw voor subsidie in aanmerking willen komen op grond van de regeling, en
  • b. voldoen aan de voorwaarden van de regeling.

TITEL 6. VOEDSELKWALITEITSREGELINGEN

Artikel 45
Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:55, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 15 september tot en met 31 december 2010.

Artikel 46
Het subsidieplafond bedraagt € 250.000.

Artikel 47
Een landbouwonderneming kan per Skal-certificaat één aanvraag indienen.

TITEL 7. GARANTSTELLING

Artikel 48
Aanvragen voor garantstellingen als bedoeld in Hoofdstuk 2, Titel 12, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 4 januari tot en met 31 december 2010.

Artikel 49
Het subsidieplafond bedraagt:

  • a. € 50.000.000 voor garantstellingen als bedoeld in artikel 2:79 van de regeling;
  • b. € 80.000.000 voor garantstellingen als bedoeld in artikel 2:80 van de regeling.

HOOFDSTUK 3. NATUUR, LANDELIJK ERFGOED EN RECREATIE

TITEL 1. BEHOUD VAN HISTORISCHE BUITENPLAATSEN

Artikel 50
Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3:21 en 3:25a van de regeling kunnen worden ingediend tot en met 31 januari 2010.

Artikel 51
Het subsidieplafond bedraagt voor activiteiten als bedoeld in artikel 3:21 en 3:25a van de regeling: € 2.200.000.

TITEL 2. NATIONALE EN GRENSOVERSCHRIJDENDE PARKEN

Artikel 52
Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3:34 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 4 januari tot en met 31 december 2010.

Artikel 53
Het subsidieplafond bedraagt ten aanzien van aanvragen door:

  • a. de IVN Vereniging voor natuur- en milieueducatie: € 1.478.444,09;
  • b. Stichting Samenwerkingsverband Nationale Parken: € 300.000.

TITEL 3. Versterking natuur- en bosbeheer bij bos- en landgoedeigenaren

Artikel 54
1. Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3:51, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend voor activiteiten als bedoeld in artikel 3:51, tweede lid, sub a, van de regeling in de periode van 4 januari tot en met 1 maart 2010.
2. Het subsidieplafond bedraagt € 230.000.

TITEL 4. BEHOUD ZELDZAME LANDBOUWHUISDIERRASSEN

Artikel 55
1. Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3:61 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 4 januari tot en met 28 februari 2010. 2. Het subsidieplafond bedraagt € 200.000.

HOOFDSTUK 4. VISSERIJ TITEL 1. MAATREGELEN VAN GEMEENSCHAPPELIJK BELANG: INNOVATIEPROJECTEN

Artikel 56

  1. 1. Aanvragen tot verlening van een subsidie voor innovatieprojecten als bedoeld in artikel 4:15, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 maart tot en met 31 maart 2010.
  2. 2. De subsidie bedraagt 60% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 350.000.
  3. 3. Het subsidieplafond bedraagt € 2.500.000.

Artikel 57
Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van de liquiditeitsbehoefte van de aanvrager.

TITEL 2. MAATREGELEN VAN GEMEENSCHAPPELIJK BELANG: COLLECTIEVE ACTIES

Artikel 58
Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 4:22, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 maart tot en met 31 maart 2010.

Artikel 59
De subsidie bedraagt:

  • a. 80% van de subsidiabele kosten voor aanvragers als bedoeld in artikel 4:22,
  • b. tweede lid, onderdelen a en b;
  • c. 100% van de subsidiabele kosten voor aanvragers als bedoeld in artikel 4:22, tweede lid, onderdeel c, van de regeling, met dien verstande dat de subsidie ten hoogste € 350.000 bedraagt.

Artikel 60
Het subsidieplafond bedraagt € 2.500.000.

TITEL 3. DUURZAME ONTWIKKELING VISSERIJGEBIEDEN

Artikel 61

  1. Aanvragen tot verlening van subsidie als bedoeld in artikel 4:33c van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 januari tot en met 31 januari2010.
  2. Het subsidieplafond bedraagt voor het visserijgebied opgenomen op:
    • a. bijlage 5, onderdeel a, onder 1, van de regeling € 1.200.000;
    • b. bijlage 5, onderdeel a, onder 2, van de regeling € 1.662.380;
    • c. bijlage 5, onderdeel a, onder 3, van de regeling € 332.000;
    • d. bijlage 5, onderdeel a, onder 4, van de regeling € 1.452.452;

Artikel 62
Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van liquiditeitsbehoefte.

HOOFDSTUK 5. OVERIGE BEPALINGEN EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 63
De volgende subsidieplafonds worden, voor zover van toepassing, naar rato verhoogd:

  • de subsidieplafonds, bedoeld in de artikelen 25, 28, onderdeel a, en 31, onderdeel a, met het bedrag of bedragen overgebleven door het niet bereiken van een of meerdere van deze subsidieplafonds;
  • de subsidieplafonds, bedoeld in de artikelen 28, onderdeel b, en 31, onderdeel b, met het bedrag overgebleven door het niet bereiken van een van deze subsidieplafonds of met het bedrag of bedragen overgebleven door het niet bereiken van een of meerdere van de in onderdeel a bedoelde subsidieplafonds;
  • de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 21, onderdeel a en onderdeel b, met het bedrag overgebleven door het niet bereiken van een van deze subsidieplafonds.

Artikel 64

  1. Als beoordelingscommissie bedoeld in de artikelen 14, 18 en 34 wordt ingesteld de beoordelingscommissie concurrerende landbouw.
  2. De beoordelingscommissie, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit de heer drs. J.P.J. Lokker en de heer ir. J.T.G.M. Koolen.

Artikel 65

  1. Het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2009 wordt ingetrokken.
  2. De verlening en vaststelling van een subsidie die is aangevraagd onder het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2009 wordt afgehandeld op grond van het recht zoals dat gold voorafgaand aan de intrekking van dat besluit.

Gebruikersnotities regeling/verstrekker

Deel je kennis/ervaring over deze regeling of verstrekker met de Fondswervingonline community.

Contact

Gebruikersnotities regeling

Deel je kennis/ervaring over deze regeling of verstrekker met de Fondswervingonline community.

Maak een notitie

Funding informatie

Onze aandacht gaat uit naar
Landbouw, visserij en platteland
Natuur, milieu en energie
Wij zijn werkzaam in
Nederland
Deel deze pagina

Deze informatie bekijken?

Begin direct met het realiseren van jouw ambities. We helpen je met het vinden en aanvragen van financiële middelen voor je organisatie of project!
  • Eenvoudige navigatie: Vind moeiteloos je weg door meer dan 4000 regelingen met ons intuïtieve platform.
  • Real-time alerts: Mis nooit meer een kans met onze gepersonaliseerde meldingen.
  • Effectief beheer: Houd subsidies en fondsen overzichtelijk bij met je eigen dashboard.

Word nu lid

Je bent al lid voor slechts € 55,- per maand!