Artikel 2
De instellingen, genoemd in artikel 1, onderdeel b, van de regeling, kunnen met ingang van 4 januari 2010 tot en met 15 februari 2010 een aanvraag als bedoeld in artikel 7 of 8 van de regeling indienen.
Artikel 4
De aanvraag voor een programma omvat in ieder geval:
- a. een beschrijving van de aanleiding, van het doel en van de doelgroep of doelgroepen van het programma in relatie tot het doel van de regeling, en in relatie tot één of meer van de thema’s, bedoeld in artikel 3, eerste lid;
- b. een beschrijving van de doelstellingen van het programma, gedetailleerd voor de komende twee jaren en op hoofdlijnen voor de lange termijn;
- c. een beschrijving van de voorgenomen activiteiten binnen het aangevraagde programma gedurende de looptijd van dat programma en van de relatie van die activiteiten met activiteiten bij doelgroepen en binnen het landbouwonderwijs en het landbouwkundige onderzoek;
- d. een activiteitenplan, gedetailleerd voor het komende jaar en opgesteld op hoofdlijnen voor de overige jaren, inclusief samenvattingen van uitvoeringsplannen van lopende en voorgenomen programmaonderdelen;
- e. een beschrijving van de programmaorganisatie, waarbij in ieder geval de personele inzet van de penvoerder, deelnemende instellingen, ondersteunende organisaties en onderzoeksinstellingen worden vermeld;
- f. een sluitende en onderbouwde begroting, in voorkomend geval gespecificeerd naar de verschillende samenwerkende instellingen en gespecificeerd naar de verschillende subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 5 van de regeling;
- g. en beschrijving van de wijze waarop de resultaten van het programma gedurende en na afloop van de looptijd daarvan beschikbaar worden gesteld en de wijze waarop die resultaten worden verspreid;
- h. een beschrijving van de wijze waarop relevantie en succes van het programma worden gemeten;
- i. de looptijd van het programma, inclusief de start- en einddatum;
- j. een beschrijving van de wijze waarop de kwaliteit van de activiteiten binnen het programma wordt geborgd, en
- k. in voorkomend geval, een beschrijving van het samenwerkingsverband, dat aantoonbaar tot uitdrukking komt in de activiteiten en financiering van het programma en vastgelegd is in één door alle partners getekende samenwerkingsovereenkomst, waarin de personele en financiële bijdragen van de partners zijn vermeld.
Artikel 9
De duur van de subsidieverlening, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de regeling, is maximaal:
- a. twee jaar en zes maanden voor programmaonderdelen;
- b. één jaar en zes maanden voor projecten, niet zijnde programmaonderdelen.
Artikel 10
De hoogte van de voorschotten, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de regeling, bedraagt:
- a) bij subsidieverlening voor een programma maximaal 60% van het toegekende subsidiebedrag, gedeeld door de beoogde looptijd van dat programma in jaren, en
- b) bij subsidieverlening voor een project maximaal 60% van het toegekende subsidiebedrag.
Artikel 11
De overheidsbijdragen, bedoeld in artikel 6, vijfde lid, van de regeling, zijn:
- a) subsidies, verstrekt op grond van de Regeling Innovatiebox beroepsonderwijs, de Regeling Innovatiearrangement 2003/2004/2005/2006–2009, de Tijdelijke stimuleringsregeling leren en werken 2007, de Regeling praktijkleren en versterking primaire opleidingen groen onderwijs en de Subsidieregeling ondernemerschap en onderwijs 2007;
- b) bijdrage, verstrekt door de Stichting Innovatie Alliantie;
- c) bijdrage, verstrekt door de minister in het kader van School als kenniscentrum;
- d) bijdragen ten behoeve van het groene onderwijs, verstrekt door het Deltapunt Beta/techniek.
Artikel 12
De Regeling kennisverspreiding en innovatie groen onderwijs wordt als volgt gewijzigd: Artikel 23, derde lid, komt te luiden: 3. De tussenrapportages, bedoeld in het eerste en tweede lid, bevatten een beschrijving van: a. de activiteiten die tot dan toe zijn verricht en de resultaten die tot dan toe zijn behaald, ook in relatie met onderzoek, onderwijs en het werkveld ; b. de mate waarin deze activiteiten daadwerkelijk hebben bijgedragen aan de in de aanvraag omschreven doelstellingen; c. de bijdrage aan maatschappelijke ontwikkelingen ook in relatie tot de doelstellingen van het groene onderwijs, het strategische beleid van de instelling en de aansluiting met het bedrijfsleven; d. het effect van de subsidie; e. een omschrijving van de kansen, knelpunten en risico’s, die zich voordoen bij de uitvoering van de activiteiten en de consequenties daarvan voor de planning en de uitvoering van de resterende activiteiten, en f. de stand van zaken en planning ter zake van de financiën.