De minister kan aan instellingen waaraan over de jaren 2009, 2010, 2011 en 2012 een vierjaarlijkse subsidie is verleend subsidie verlenen in aansluiting op de eigen inkomsten van die instellingen. De subsidie wordt verleend met het doel om instellingen te stimuleren de omvang van de eigen inkomsten te vergroten. In 2013 komen uitsluitend voor subsidie op grond van deze regeling in aanmerking instellingen waaraan over 2013 door de minister of door een fonds als bedoeld in artikel 4c van de Wet op het specifiek cultuurbeleid, subsidie, anders dan een projectsubsidie, wordt verleend.
Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is in de jaren 2010, 2011, 2012 en 2013 telkens een bedrag van € 10 miljoen beschikbaar.
Hoogte subsidiebedrag
- De subsidie per subsidieontvanger is het bedrag dat overeenkomt met de extra eigen inkomsten die de instelling in onderscheidenlijk 2009, 2010, 2011 en 2012 heeft verworven ten opzichte van de gemiddelde eigen inkomsten in de jaren 2005, 2006, 2007 en 2008.
- Voor de berekening van de gemiddelde eigen inkomsten in de jaren 2005, 2006, 2007 en 2008 wordt het jaar met de hoogste eigen inkomsten en het jaar met de laagste eigen inkomsten buiten beschouwing gelaten, en wordt uitgegaan van het gemiddelde van de overige jaren.
- De subsidie wordt jaarlijks in 2010, 2011, 2012 en 2013 verstrekt als aanvulling op de vierjaarlijkse subsidie.
Berekening eigen inkomsten
Eigen inkomsten in de zin van deze regeling zijn de volgende baten:
- publieksinkomsten,
- inkomsten uit het VSBfonds,
Andere eigen inkomsten, niet zijnde publiekinkomsten of inkomsten uit het VSBfonds, te weten:
- directe opbrengsten te weten sponsorinkomsten en overige inkomsten :
- indirecte opbrengsten, en
- overige subsidies/bijdragen voor zover het betreft bijdragen uit private middelen.
Onder eigen inkomsten worden in elk geval niet begrepen de volgende baten als bedoeld in het handboek:
- a. subsidies die zijn verstrekt vanwege het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, een provincie of een gemeente
- overige subsidies/bijdragen voor zover het betreft subsidies uit publieke middelen,
- rentebaten, en
- overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.
Voor de berekening van de extra eigen inkomsten wordt eerst de groei per onderdeel als bedoeld in het eerste lid berekend. Op basis daarvan worden de totale extra eigen inkomsten berekend.
Jaarrekening basis voor subsidie
De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van de jaarrekening van de instelling. Indien aan een instelling geen vierjaarlijkse subsidie is verstrekt over de jaren 2005, 2006, 2007 en 2008, zendt de instelling de jaarrekeningen over die jaren voor 1 mei 2009 aan de minister. Indien een instelling slechts gedurende een aantal van die jaren bestond, zendt de instelling de jaarrekeningen over de betreffende jaren. Indien een instelling gedurende minder dan drie van die jaren bestond, blijft artikel 4, tweede lid, buiten toepassing.