Basissubsidies bestaan uit basisstipendia en productiesubsidies. Beide zijn bedoeld om de beroepspraktijk van beeldend kunstenaars en vrije vormgevers op basisniveau te continueren.
Een productiesubsidie is een bijdrage in de beroepskosten en stelt de aanvrager in de gelegenheid de productie van zijn werk op basisniveau voort te zetten. Een productiesubsidie voorziet niet in de kosten van levensonderhoud maar kan worden ingezet voor: de huur van een atelier, een buitenlandse reis voor de presentatie van eigen werk of onderzoek, de productie van promotiemateriaal of een publicatie, materiaalkosten, enz.
Doelgroep subsidie
Een productiesubsidie kan worden aangevraagd door beeldend kunstenaars en vrije vormgevers die langer dan 4 jaar professioneel werkzaam zijn. Een productiesubsidie kan ook worden aangevraagd door een startende beeldend kunstenaar of vormgever die de academie verlaten heeft en er tenminste 2 jaar een kunstopleiding heeft gevolgd. Het verzamelinkomen van de aanvrager mag in de 2 kalenderjaren voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de productiesubsidie wordt toegekend niet hoger zijn dan € 20.000. Voor meer informatie en uitzonderingen zie de Toelichting van het aanvraagformulier.
Tijdstip aanvragen
Aanvragen voor een productiesubsidie kunnen op elk moment in het jaar worden ingediend en zij worden gedurende het hele jaar in behandeling genomen. Het Fonds BKVB streeft ernaar de aanvragers binnen 3 maanden na het indienen van de aanvraag op de hoogte te stellen van de uitslag. Subsidies kunnen niet met terugwerkende kracht worden toegekend.
Beoordeling
Om de artistieke kwaliteit van het werk te beoordelen kijkt de commissie naar het werk van de aanvrager. Daarbij wordt onder meer gelet op de inhoud en eigenheid van het werk, het beeldend vermogen van de kunstenaar, de manier waarop de aanvrager zijn artistieke uitgangspunten vormgeeft en zijn specifieke beheersing van het vak. Voor het oordeel over de erkenning van het kunstenaarschap van de aanvrager spelen enerzijds de marktgerichte activiteiten, zoals tentoonstellingen, verkopen of publicaties, een rol.
Anderzijds bekijkt de commissie de erkenning door derden in de vorm van bijvoorbeeld aankopen, opdrachten, subsidies of prijzen. Verder kan het van belang zijn welke nevenactiviteiten de aanvrager onderneemt op publicitair, didactisch of organisatorisch gebied, op welke wijze hij een publiek weet te bereiken.