Subsidieregeling gericht op de Bevordering van kleinschalige hernieuwbare energieprojecten in de Minst Ontwikkelde Landen (MOL).
Subsidie gericht op ondernemingen, niet-gouvernementele organisaties (NGO’s), kennisinstellingen of lagere overheden. In ieder voorstel moet minimaal één relevante partner uit een Minst Ontwikkeld Land (MOL) betrokken zijn.
Het Daey Ouwens Fonds is bedoeld om meer mensen in de Minst Ontwikkelde Landen (MOLs) toegang tot energie te geven, door kleinschalige projecten op het gebied van hernieuwbare en arbeidsgenererende vormen van energievoorziening te bevorderen. De belangrijkste doelgroep binnen het fonds vormen de MOLs in Sub-Sahara-Afrika. Projecten die gericht zijn op deze landen, genieten daarom de voorkeur boven projecten in andere MOLs.
Het Daey Ouwens Fonds geeft financiële ruimte aan projecten die meer mensen in de Minst Ontwikkelde Landen (MOLs) toegang tot energie geven, door kleinschalige projecten op het gebied van hernieuwbare en arbeidsgenererende vormen van energievoorziening te bevorderen.
Budget
Het Daey Ouwens Fonds beschikt over een totaalbudget van 18.500.000 euro.
Drempelcriteria
Om in aanmerking te komen voor een subsidie uit het Daey Ouwens Fonds voor kleinschalige hernieuwbare energieprojecten dient een aanvraag in elk geval te voldoen en aan de volgende drempelcriteria:
- Het voorstel moet voldoen aan de eisen van de beleidsregels, de Subsidieregeling Buitenlandse Zaken 2006 en het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken 2005;
- De organisatie van de aanvrager behaalt een voldoende score op de organisatietoets op basis van de Checklist for Organisational Capacity Assessment (COCA);
- De geraamde subsidie voor een project bedraagt tenminste € 100.000,-;
- Het is aannemelijk dat het project zonder subsidie niet tot stand zal komen;
- Projecten dienen uiterlijk 30 juni 2011 gereed te zijn.
Rangschikkingscriteria
Aanvragen die voldoen aan de hierboven genoemde drempelcriteria en aan de overige voorwaarden uit de beleidsregels, worden gerangschikt op basis van rangschikkingscriteria.
De rangschikkingscriteria die bij de beoordeling worden gehanteerd zijn:
- De organisatie van het project en de kwaliteit van het projectvoorstel; er moet een duidelijke relatie zijn tussen Doelen, Resultaten, Activiteiten en Middelen en de resultaten dienen helder beschreven te worden;
- De subsidie-effectiviteit: hier gaat het om de gevraagde subsidie per geraamde kW geïnstalleerd opwekkingsvermogen van de hernieuwbare energievoorziening, de gevraagde subsidie gedeeld door het aantal reëel geraamde aansluitingen op de hernieuwbare energievoorziening, de raming van het aantal gebruikers van de hernieuwbare energievoorziening dat onder de armoedegrens leeft en de bijdrage aan de MDG’s;
- De kwaliteit van het project op financieel, organisatorisch en technisch vlak, alsmede op het gebied van duurzaamheid, in verband met de levensvatbaarheid en continuïteit van de hernieuwbare energievoorziening na afloop van het project. Ook de kwaliteit van de risicoanalyse zal een rol spelen bij de beoordeling van het project;
- De mate van innovativiteit van het project;
- Het land van uitvoering, waarbij een project uitgevoerd in een MOL in sub-Sahara Afrika extra punten zal krijgen ten opzichte van een project in andere MOLs.