Aanvragen subsidie
De aanvraag ontwikkelingssubsidie voor televisiedocumentaires kan worden gedaan door de landelijke publieke omroepen en door documentairemakers en/of producenten zelf, mits voorzien van een verklaring van een van de landelijke publieke omroepen, waaruit blijkt dat deze het uitgewerkte plan mogelijk wil produceren (de ‘intentieverklaring’).
Voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt van het Aanvraagformulier subsidie Televisie ontwikkeling documentaire Landelijke publieke omroep* waarbij de volgende bijlagen worden gevoegd:
- 1. een beschrijving van het onderwerp van de documentaire, de visie van de regisseur op dit onderwerp en de cinematografische vorm die de maker globaal voor ogen staat. Het is belangrijk dat uit de beschrijving blijkt waarom het beoogde programma bijzonder is en van hoogwaardig artistiek gehalte.
- 2. een gespecificeerde begroting die een accuraat beeld geeft van de verwachte ontwikkelingskosten, vergezeld van een financieringsplan voor het volledige begrotingsbedrag. Redelijke kosten van dramaturgische, redactionele en/of productionele begeleiding zijn alleen subsidiabel voor zo ver deze begeleiding wordt verzorgd door personen die niet behoren tot het eigen personeel van de aanvragende omroep. Reeds voltooide programmaresearch of scenario-ontwikkeling komt niet voor ontwikkelingssubsidie in aanmerking. Bij een aanvraag ontwikkelingssubsidie bepaalt het bestuur m.b.t. iedere aanvraag of, en zo ja welke redelijke eigen bijdrage door de aanvrager dient te worden ingebracht. Subsidie wordt toegekend tot maximaal 90% van het tekort op de door het fonds goedgekeurde begroting dat resteert na aftrek van overige subsidies en andere inkomsten voor het project. Het fonds kan van de omroep die een intentieverklaring heeft afgegeven verlangen dat deze een financieringsbijdrage levert. Dit zal het fonds in elk geval doen als de begrote kosten zeer hoog zijn en/of het te ontwikkelen filmplan voor de omroep weinig risico van mislukken oplevert gezien de ervaring van de maker, het onderwerp of een combinatie van die elementen.
- 3a. een recent curriculum vitae van de voorgestelde maker(s), waarin in ieder geval vermeld:
- naam en datum van totstandkoming van eerder geschreven filmplannen en/of eerder uitgevoerde research voor (televisie-) documentaires of andere relevante producties;
- jaar van uitzending met vermelding van omroepen en/of producenten van eerder gemaakte producties;
- * bekroningen met data en naam instantie.
- 3b. met betrekking tot makers van wie nog geen eerdere projecten zijn gerealiseerd, een overzicht van relevante ervaring en opleiding.
- 3c. een recent curriculum vitae van te raadplegen deskundigen (met vermelding van de aard van hun deskundigheid), overige researchers, redacteuren, e.d.
- 4. een opgave van te raadplegen bronnen en deskundigen, van te maken reizen en te bezoeken locaties, van het globale aantal en soort personen die de maker wil interviewen, en een werkplan, waarin de geschatte tijdsduur van de hiervoor bedoelde research alsmede het schrijven van het filmplan, wordt aangegeven.
- 5a. één of maximaal twee dvd’s, bijgevoegd in zesvoud, van eerder gerealiseerde producties met toelichting van de maker(s) ten aanzien van de vraag in hoeverre deze representatief zijn voor het project waarvoor subsidie wordt gevraagd. Indien deze dvd's niet minimaal in zesvoud worden ingediend zal het Mediafonds kopieën maken voor éénmalige viewing door de adviseurs. In dat geval dient de ingeleverde dvd niet beschermd te zijn en maximaal 4,7 Gigabyte. Is kopiëren om welke reden dan ook niet mogelijk dan kan de behandeling van de aanvraag door het bestuur een vergadering worden opgeschoven.
- 5b. met betrekking tot auteur(s)/regisseur(s) van wie nog niet eerder documentaires zijn gerealiseerd, een overzicht van films die qua stijl en cinematografische vorm volgens de maker(s) representatief zijn voor het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
- 6a. een bibliografie waarin een korte opgave van boeken en artikelen op basis waarvan de maker zijn kennis over het onderwerp heeft opgedaan, met een korte beschrijving van de manier waarop het onderwerp van de documentaire behandeld zal worden in relatie tot die literatuur.
- 6b. een filmografie waarin een opgave van vergelijkbare documentaires die in het verleden over het onderwerp zijn gemaakt en (indien deze aanwezig zijn) een korte beschrijving van de wijze waarop de documentaire daarvan zal afwijken, daarop een aanvulling zal zijn, etc.
- 7. indien een documentairemaker zelf aanvraagt, een intentieverklaring van een landelijke publieke omroep waaruit blijkt van interesse in het project en de mogelijkheid van (co-)productie door die zendgemachtigde.
- 8. indien een documentairemaker of een producent zelf aanvraagt een recent uittreksel van inschrijving bij de Kamer van Koophandel.
- 9. een inschatting van de productiekosten en de dekking daarvan.