De subsidieaanvrager
Subsidie kan worden aangevraagd door elke instelling die een jaarlijkse of vierjaarlijkse subsidie ontvangt op grond van artikel 4, 4a of 4b van de Wet op het specifiek cultuurbeleid, of die anderszins een subsidie, anders dan een projectsubsidie, ontvangt in het kader van cultuurbeleid van een zelfstandig bestuursorgaan, provincie of gemeente voor een periode van ten minste een jaar. Subsidie kan tevens worden aangevraagd door een instelling die als statutaire doelstelling heeft het behartigen van de belangen van instellingen als bedoeld in het eerste lid, voor zover zij geacht kunnen worden in het kader van de aanvraag als vertegenwoordiger van deze instellingen op te treden.
Subsidiebedrag en subsidiabele kosten
Het subsidiebedrag bedraagt ten hoogste 90 procent van de subsidiabele kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd. De subsidiabele kosten omvatten uitsluitend de volgende rechtstreeks aan de uitvoering toe te rekenen kosten:
- loonkosten;
- overheadkosten;
- kosten van ingehuurde derden; en
- kosten van materialen.
Van de subsidiabele kosten zijn de kosten voor basisdigitalisering uitgesloten. Hieronder worden verstaan de kosten voor alle inspanningen gericht op de transformatie van analoge naar digitale objecten of tekstbestanden. Subsidieplafond Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is in 2009 € 3 miljoen beschikbaar. Voor de jaren 2010, 2011 en 2012 stelt de minister een subsidieplafond vast. Criteria voor rangorde De commissie rangschikt de aanvragen die zij een beoordeling toekent op grond van de volgende criteria:
- netwerkvorming: de mate waarin de activiteiten verbindingen leggen tussen culturele instellingen en andere organisaties of ondernemingen;
- innovatieve kracht: de mate waarin de toegepaste werkwijze vernieuwend is;
- duurzame verandering: de mate waarin verwacht mag worden dat de activiteiten een duurzame verandering teweegbrengen in de werkwijze van bij de activiteiten betrokken culturele instellingen;
- navolging: de mate waarin de resultaten van het project naar verwachting ten goede kunnen komen aan een grotere groep culturele instellingen; en
- – kosteneffectiviteit: de mate waarin de gevraagde bijdrage redelijk is gelet op het te verwachten effect van de activiteiten.
Aanvraag subsidie
De aanvraag omvat in ieder geval:
- een ingevuld aanvraagformulier, dat tevens een activiteitenplan omvat, als bedoeld in bijlage I behorende bij deze regeling; en
- een begroting, opgesteld overeenkomstig Bijlage II behorende bij deze regeling.
Begroting
Als de liquiditeitsbehoefte onregelmatig gespreid is over de duur van de activiteiten, gaat de begroting vergezeld van een liquiditeitsprognose. Termijnen Voor de subsidieverlening is in elk van de jaren 2009, 2010, 2011 en 2012 één aanvraagronde. De aanvraag wordt ingediend:
- in 2009 voor 1 oktober; en
- in de jaren 2010, 2011 en 2012 voor 1 april.