Samenwerken met bedrijven: niet alleen voor het geld

Wie gouden bergen verwacht, kan bedrogen uitkomen, waarschuwt Jan Willem Förch van KWF Kankerbestrijding. Maar een goede samenwerking tussen maatschappelijke organisaties en bedrijven biedt wel degelijk voordelen voor beide partijen. Hoe pakt KWF dit aan?

Tekst: Rinske Bijl
Foto: Jan Willem Förch

“Onze samenwerking met bedrijven gaat natuurlijk voor een groot deel over fondsenwerving”, vertelt Jan Willem Förch, manager werving bij KWF. “Dat levert ons jaarlijks minimaal een paar miljoen euro op.” Maar het gaat zeker niet alléén over geld, haast hij zich te zeggen. Neem de succesvolle samenwerking van KWF met Kruidvat. “Zij kunnen met de verkoop van zonnebrandproducten een bijdrage leveren aan het voorkomen van huidkanker. Ook hebben zij als eerste winkelketen in Nederland gezegd te zullen stoppen met de verkoop van sigaretten. Dat is voor ons minstens zo interessant als hun financiële bijdrage.” 

Betrokken werknemers

Volgens Förch worden dit soort inhoudelijke vormen van samenwerking met bedrijven steeds belangrijker voor KWF. “Vroeger dachten we vooral vanuit financiën, nu liggen er groeikansen op het inhoudelijk vlak.” Ook voor bedrijven is die verschuiving interessant, denkt hij. “Het is dan wel belangrijk dat bedrijven echt geloven in het goede doel waarin zij investeren. Ook voor hen moet er meer inzitten dan alleen een commercieel belang.”

Kaartenproducent Hallmark zet de samenwerking met KWF bijvoorbeeld in om hun medewerkers te motiveren en hun betrokkenheid te vergroten. Teams van het bedrijf doen voor KWF mee aan evenementen, zoals de beklimming van de Alpe d’Huez. Ook schenkt Hallmark een deel van de decemberinkomsten aan KWF. “Hiermee laat Hallmark zien dat het onderwerp het bedrijf aan het hart gaat.”

Zakenvrienden

Naast de samenwerking met grote bedrijven heeft het KWF ook een donatieprogramma voor het midden- en kleinbedrijf. “Dat noemen we zakenvrienden. Als bedrijven ons met minimaal 2.500 euro steunen, mogen ze daarover communiceren en ons logo gebruiken. Daarnaast organiseren we rondleidingen en netwerkbijeenkomsten voor hen. Bij deze kleinere bedrijven geldt dat het gros meedoet vanuit een persoonlijke drive om kanker te bestrijden.”

Het idee om KWF te steunen komt vaak vanuit individuele medewerkers. “Kanker is een ziekte waar veel mensen mee te maken krijgen: een op de drie Nederlands krijgt in zijn of haar leven kanker”, vertelt Förch. “Het betekent dat veel bedrijven te maken krijgen met zieke medewerkers. Dat heeft niet alleen enorme consequenties voor die medewerkers, maar ook voor hun collega’s.”

Wat heb je een bedrijf te bieden?

KWF heeft op de afdeling Fondsenwerving een speciaal team dat zich helemaal richt op bedrijven. Dat is zeker geen overbodige luxe, volgens Förch. “De gedachte dat charitatieve instellingen zomaar hun handje kunnen ophouden bij bedrijven is ongelofelijk naïef. Het is best ingewikkeld om bedrijven aan je te binden. Er moet voor hen ook echt een meerwaarde in zitten.” Förch raadt organisaties daarom aan op zoek te gaan naar bedrijven waarmee je een logische link hebt. Dat kan op inhoud zijn, maar ook op doelgroepen bijvoorbeeld. “Denk vooraf zelf na over wat je bedrijven te bieden hebt en wat je samen kunt doen. Dat lijkt misschien wat aanmatigend, om daar voor de andere partij al invulling aan te geven. Maar daarmee maak je het voor je contactpersoon binnen het bedrijf een stuk eenvoudiger om de rest van het bedrijf mee te krijgen. Maak dus zo concreet mogelijk hoe jij denkt dat de samenwerking eruit kan zien.”

Het bedrijfsleven is een ingewikkelde markt voor goededoelenorganisaties, vindt Förch. “Maar er liggen zeker kansen.” Risico’s zijn er overigens ook, waarschuwt hij. “Het KWF houdt niet voor niks een gezonde afstand tot farmaceuten. We willen in het publieke debat kritisch kunnen blijven op hun prijsbeleid. Aan de andere kant weten we ook dat de farmaceutische industrie een belangrijke bijdrage levert aan de ontwikkeling van nieuwe kankermedicijnen. Het is belangrijk je bewust te zijn van deze belangen en hier zorgvuldig mee om te gaan.”