Subsidie culturele ontwikkeling leerlingen

Subsidies, Fondsen
Culturele instellingen en scholen voor vmbo, vso en pro kunnen subsidie aanvragen voor projecten gericht op de culturele ontwikkeling van leerlingen. De subsidie bedraagt minimaal € 10.000,– en maximaal € 100.000,– per project.

Toepassing

Subsidie gericht op het versterken en verankeren van cultuureducatie op scholen voor vmbo, vso en pro ten dienste van de culturele ontwikkeling van de leerling.

De subsidie richt zich op projecten die minimaal twee, en maximaal drie schooljaren duren, en zorgen voor uitbreiding en/of doorontwikkeling van het bestaande lesprogramma voor cultuureducatie binnen onderwijsinstellingen.

Belangrijk hierbij is dat de activiteiten op het gebied van cultuureducatie worden ontwikkeld en uitgevoerd in samenwerking tussen de onderwijs- en culturele instelling.

Doelgroep

De subsidie kan worden aangevraagd door scholen voor vmbo, vso of pro.
Ook culturele instellingen kunnen deze subsidie aanvragen, maar moeten dit dan samen doen met tenminste één school voor vmbo, vso of pro.

Voorwaarden

  • Voor subsidie komen alleen projectkosten in aanmerking die relevant zijn in het licht van het doel van deze regeling
  • Tot projectkosten behoren alleen de investeringen die direct op de realisatie van het project zijn gericht, zoals de inzet van artistiek en organisatorisch personeel en de huur van repetitieruimte of podiumvoorzieningen om de projectactiviteiten te realiseren

Beoordelingscriteria

  • Versterking cultuureducatie
    Het project zorgt voor een uitbreiding of (door)ontwikkeling van de bestaande cultuureducatie in de onderwijsinstelling, waarbij o.a. wordt gekeken of er een verbinding wordt gelegd met de leefwereld van de leerling en of de resultaten van het project bijdragen aan de ontwikkeling van het creatief vermogen van de leerling. Hierbij komt in ieder geval het aspect ‘maken en betekenis geven’ aanbod. Bij het maken staat het experimenteren, creëren, vormgeven en (re)produceren centraal.
     
  • Samenwerking tussen de onderwijsinstelling en culturele instelling
    De aanvraag laat zien dat er in het project sprake is van een gelijkwaardige samenwerking, Er wordt gelet op de samenwerking tijdens de verschillende fases van het project en of de taak- en rolverdeling hierbij duidelijk is. Uit de aanvraag moet blijken dat er is nagedacht over een gezamenlijk doel waaraan het project een bijdrage levert.
     
  • Verankering
    Uit de aanvraag blijkt dat het project is opgezet met de intentie om een blijvende impuls te geven aan de cultuureducatie in de onderwijsinstelling. Hierbij wordt gekeken naar de aandacht voor het creëren van draagvlak bij directie en het team, en de inzet van de school gedurende het project.
     
  • Kwaliteit van het plan
    Bij dit criterium wordt beoordeeld of de aanvraag een realistische en duidelijk projectplan bevat met een duidelijke doelstelling, activiteiten die gericht zijn op het bereiken van het doel, een heldere en haalbare planning en een realistische begroting. De baten en daarin de hoogte van de subsidie dient in redelijke verhouding te staan tot de activiteiten waarvoor wordt aangevraagd.

Alleen aanvragen die op alle vier de beoordelingscriteria minimaal als voldoende zijn beoordeeld, komen in aanmerking voor subsidie. Indien het subsidieplafond dan nog niet is bereikt, wordt de subsidie toegewezen. Aanvragen die niet op alle beoordelingscriteria als voldoende zijn beoordeeld, worden afgewezen.

Restricties

In onderstaande gevallen kan de aanvraag worden geweigerd.

  • Indien voor dezelfde activiteiten reeds subsidie is of zal worden verleend
    • Op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
    • Door het verstrekkende fonds, of
    • Door een van de andere Rijkscultuurfondsen
  • Voor activiteiten die ten tijde van de aanvraag reeds worden uitgevoerd
  • Als het plan niet, of niet voldoende aansluit bij het doel van de regeling
  • Lasten die op enigerlei wijze tot de normale exploitatiekosten kunnen worden gerekend, zoals vaste huur, aanschaf van inventaris en investeringen die niet direct op de realisatie van de activiteiten zijn gericht, komen niet voor ondersteuning in aanmerking.

Subsidie

De subsidie wordt verdeeld in aanvraagrondes, in 2019 en 2020.

Het subsidieplafond bedraagt € 4.800.000 en wordt als volgt verdeeld:

  • € 2.700.000 voor de aanvraagronde van 2019
  • € 2.100.000 voor de aanvraagronde van 2020

De subsidie bedraagt minimaal € 10.000,– en maximaal € 100.000,– per project.

Aanvragen

Online, via de website van het fonds (zie links).

Meesturen

  • Projectplan
  • Begroting
  • Tussen de onderwijsinstelling en culturele instelling opgestelde samenwerkingsovereenkomst, waarin ten minste is opgenomen:
    • Doel van de samenwerking
    • Projectduur
    • Prestaties van elke samenwerkingspartner
    • Het inzetten van tijd en financiële middelen