Samengevat
Subsidieplafond van € 507 miljoen voor de periode 2027–2031, verdeeld over twee financieringskanalen, voor internationale hulporganisaties zonder winstoogmerk met een bewezen trackrecord in humanitaire hulpverlening, deadline 30 september 2026, wereldwijd inzetbaar in landen die officiële ontwikkelingshulp mogen ontvangen.
Wat houdt deze subsidie in?
Deze subsidie financiert humanitaire hulpverlening in acute en chronische crises én de versterking van het humanitaire hulpsysteem zelf, met meerjarige en flexibele financiering tot en met 2031.
Het gaat om een beleidskader, niet om een projectsubsidie. Aanvragers dienen een meerjarig programma in dat zich op beide doelstellingen tegelijk richt: levens redden en waardigheid herstellen bij oorlog, conflict en natuurrampen, én het responssysteem zelf beter maken. Een aanvraag die alleen hulpverlening bevat, voldoet niet.
De hulpverlening moet passen binnen tien vastgelegde thema's. Die lijst is limitatief: activiteiten die er buiten vallen, komen niet in aanmerking. Het gaat onder meer om bescherming van de burgerbevolking, noodopvang, voedselzekerheid en voeding, water en sanitatie, gezondheid inclusief psychosociale ondersteuning, onderwijs buiten het reguliere schoolsysteem, noodtelecommunicatie en logistiek, en kampmanagement.
Voor systeemversterking gelden zes eigen thema's: lokaal geleid werken, participatie en accountability, coördinatie, paraatheid, innovatie en humanitaire diplomatie. Daaronder valt ook anticipatory action, waarbij je op basis van voorspellingsdata al maatregelen neemt vóórdat een voorspelbare crisis toeslaat. Dat is inhoudelijk de meest vernieuwende component van het kader.
Voor wie is deze subsidie interessant?
De kring van aanvragers is bewust smal: twee groepen organisaties komen in aanmerking, elk via een eigen financieringskanaal met een eigen budget.
- nationale verenigingen van een wereldwijde humanitaire beweging, aangesloten bij de internationale federatie daarvan (kanaal a);
- niet-gouvernementele hulporganisaties die lid zijn van een landelijk samenwerkingsverband van veertien Nederlandse noodhulporganisaties (kanaal b);
- via kanaal b uitsluitend als alliantie: één organisatie treedt op als penvoerder en dient namens twee of meer leden één gezamenlijke aanvraag in, de overige leden zijn mede-indiener;
- alle aanvragers moeten een bewezen trackrecord in humanitaire hulpverlening hebben.
Adviesbureaus en organisaties met winstoogmerk komen niet in aanmerking. Wel mag je experts van commerciële partijen inhuren en die kosten in de begroting opvoeren.
Voor organisaties buiten deze twee groepen is dit kader geen aanvraagkans, maar wel relevant om te kennen. Een substantieel deel van het geld gaat via de hoofdaanvragers door naar lokale en internationale partners, en dat aandeel groeit de komende jaren. Ken je de voorwaarden, dan weet je waar je partnergesprekken over moeten gaan.
Waarvoor kun je deze subsidie gebruiken?
Vier typen activiteiten zijn subsidiabel, van directe hulpverlening tot het versterken van andere organisaties.
- uitvoering van humanitaire respons in acute en chronische crises;
- financiering van humanitaire respons door andere organisaties binnen het eigen netwerk;
- financiering en capaciteitsopbouw van lokale hulpverleningsorganisaties;
- versterking van het humanitaire respons- en paraatheidsysteem.
Zeven categorieën zijn uitgesloten. Daaronder vallen initiatieven die mede het werven van bekeerlingen beogen, commerciële dienstverlening en investeringen, identificatiemissies om noden te verkennen, en activiteiten waarvoor de organisatie al rechtstreeks een bijdrage of een lopende instellingssubsidie van dezelfde verstrekker ontvangt. Activiteiten die op het moment van aanvragen al zijn gestart, worden afgewezen. Voor spoedeisende activiteiten geldt een uitzondering: die kun je binnen vier weken na aanvang alsnog aanmelden.
Waar geldt deze subsidie?
Wereldwijd, mits de hulp plaatsvindt in landen die op de meest recente lijst staan van landen die officiële ontwikkelingshulp mogen ontvangen. Die lijst wordt internationaal vastgesteld en periodiek herzien, wat betekent dat de geografische reikwijdte van een meerjarig programma tussentijds kan verschuiven. Houd daar in de programmering rekening mee.
Hoeveel kun je aanvragen?
Het subsidieplafond bedraagt € 507 miljoen voor de periode vanaf 7 augustus 2026 tot en met 31 december 2031, vooraf verdeeld over twee kanalen: € 165 miljoen voor kanaal a en € 342 miljoen voor kanaal b.
Een maximum per aanvraag is niet vastgesteld. In de praktijk vormt het deelplafond van het kanaal de bovengrens. Beide deelplafonds worden verdeeld op volgorde van binnenkomst. Dreigt een plafond op één dag te worden overschreden, dan gaat de best scorende aanvraag van die dag voor; bij een gelijke score beslist loting.
Voor de begroting gelden strakke kaders. Indirecte kosten bedragen maximaal 15% van het aangevraagde bedrag. Kosten voor onvoorziene omstandigheden en coördinatiekosten zijn elk gemaximeerd op 1%. Bij kanaal b geldt bovendien dat van de indirecte kosten bij lokaal uitgevoerde activiteiten minimaal 9% naar de lokale organisatie zelf gaat. De bezoldiging van management en bestuur is gemaximeerd op € 241.000 bruto per jaar bij 36 uur, met afwijkende bedragen per land.
Let op het begrotingsvoorbehoud: meerjarige subsidies worden verleend onder artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht. Toekenning blijft afhankelijk van voldoende middelen op de rijksbegroting, wat bij een looptijd tot 2031 en een dalend ontwikkelingsbudget geen theoretische kanttekening is.
Wanneer en hoe kun je aanvragen?
De aanvraagtermijn loopt van 7 augustus tot en met 30 september 2026 en verloopt digitaal via het subsidieportaal van de verstrekker.
Meesturen moet je onder meer de statuten, een certificaat van humanitair partnerschap, documentatie over organisatorische capaciteit en integriteit, een geconsolideerde begroting volgens het voorgeschreven budgetmodel met liquiditeitsprognose, en een getekend betaalverzoek voor de eerste twaalf maanden. Voor kanaal b komt daar een ondertekende samenwerkingsovereenkomst van alle alliantiepartners bij. De aanvraag is in het Nederlands of Engels opgesteld en rechtsgeldig ondertekend.
Na ontvangst van een volledige aanvraag volgt binnen 13 weken een besluit. Meerdere aanvragen indienen mag, maar elke aanvraag moet apart worden ingediend; meerdere voorstellen in één aanvraag worden geretourneerd. Voor de volledige procedure, alle bijlagen en de contactgegevens bekijk je de regeling op Fondswervingonline.
Wat is de achtergrond en context van deze subsidie?
Dit kader verschijnt op een moment dat de Nederlandse ontwikkelingsbegroting historisch krimpt. Vanaf 2027 wordt structureel 2,4 miljard euro bezuinigd, waardoor het aandeel van het bruto nationaal inkomen dat Nederland aan ontwikkelingshulp besteedt daalt van 0,62% in 2024 naar 0,44% in 2029. Noodhulp is daarbij grotendeels ontzien en is bovendien uitgezonderd van de eis dat hulp aantoonbaar het Nederlandse belang moet dienen. Dat maakt dit een van de weinige terreinen waar nog meerjarig en met omvang wordt geprogrammeerd.
De tweede ontwikkeling is inhoudelijker. Lokalisatie, het idee dat lokale organisaties niet alleen uitvoeren maar ook meebeslissen, is sinds de internationale afspraken van tien jaar geleden vooral een belofte gebleven. In dit kader wordt het een subsidievoorwaarde met een percentage en een jaartal: minimaal 50% van het programmabudget naar lokale hulpverleners in 2031, met een groeipad dat per jaar meetbaar moet zijn. Daarbovenop komt de bepaling dat bij lokaal uitgevoerde activiteiten een deel van de overhead ook daadwerkelijk bij de lokale organisatie belandt. Dat is het verschil tussen een intentie en een afrekenbare afspraak.
Voor fondsenwervers en subsidiecoördinatoren buiten de kring van directe aanvragers zit daar de betekenis van dit kader. De verhouding tussen Nederlandse hulporganisaties en hun partners in het veld verandert de komende vijf jaar onder druk van deze voorwaarde. Wie in die keten werkt, doet er goed aan te weten welke eisen er van bovenaf worden gesteld aan besluitvorming, risicodeling en verantwoording.
Welke tips zijn er voor een sterke aanvraag?
- Dien vroeg in
De verdeling gebeurt op volgorde van binnenkomst. Een latere aanvraag loopt het risico dat het deelplafond al is uitgeput, hoe goed het voorstel ook is. - Dien compleet in, zonder voorbehoud
Een onvolledige aanvraag krijgt pas de datum van de aanvulling als indieningsmoment. Dat kost je je plaats in de volgorde en daarmee mogelijk het hele budget. - Maak lokaal geleid werken meetbaar
Laat zien hoe lokale partners meebeslissen over middelen, risico's en rapportage, niet alleen uitvoeren. Zet het groeipad naar 50% per jaar in cijfers, niet in voornemens. - Werk risicodeling concreet uit
Beschrijf welke risico's bij welke partij liggen en hoe dat contractueel is vastgelegd. Dit is een van de drie punten waarop het scherpst wordt beoordeeld. - Onderbouw de financiële realiteitszin
Een liquiditeitsprognose die aansluit op de meerjarige programmering weegt zwaarder dan een sluitende begroting op papier. - Bouw de PMEL-systematiek in met eigen budget
Planning, monitoring, evaluatie en leren moeten personele capaciteit en middelen hebben, met een mid-term review eind 2028 en een eindevaluatie eind 2031. - Kom je niet in aanmerking, positioneer je dan als partner
Met een groeiend verplicht aandeel voor lokale en netwerkpartners verschuift de vraag van "kan ik aanvragen" naar "ben ik vindbaar en toerustbaar als partner". Zorg dat je capaciteit, integriteitsbeleid en verantwoordingssystemen op orde en aantoonbaar zijn.
Veelgestelde vragen over deze subsidie
- Wat is het doel van deze subsidie?
Levens redden, waardigheid herstellen en paraatheid versterken bij oorlog, conflict en natuurrampen. Daarnaast versterkt de subsidie het humanitaire respons- en paraatheidsysteem zelf. Een aanvraag moet zich op beide doelstellingen richten. - Kom ik in aanmerking voor deze subsidie?
Alleen als je organisatie behoort tot een van twee specifiek aangewezen groepen internationale hulporganisaties zonder winstoogmerk, met een bewezen trackrecord. Organisaties met winstoogmerk en adviesbureaus zijn uitgesloten. - Hoeveel kan ik aanvragen?
Er is geen maximum per aanvraag. De deelplafonds bedragen € 165 miljoen voor het ene kanaal en € 342 miljoen voor het andere, samen € 507 miljoen voor de periode 2027–2031. - Wanneer is de deadline?
30 september 2026. De aanvraagtermijn is geopend op 7 augustus 2026. - Hoe worden aanvragen beoordeeld?
Op volgorde van binnenkomst. Dreigt een deelplafond op één dag te worden overschreden, dan gaat de best scorende aanvraag van die dag voor. Bij een gelijke score beslist loting. - Wat betekent de lokalisatie-eis van 50% concreet?
Het aandeel van het jaarbudget dat naar lokale partners gaat, moet groeien tot minimaal 50% in 2031. Je aanvraag moet dat groeipad per jaar meetbaar maken, niet alleen als einddoel benoemen. - Hoe lang duurt de behandeling?
Binnen 13 weken na ontvangst van een volledige aanvraag volgt een besluit. De behandeling kan worden opgeschort als uitputting van het plafond dreigt. - Wat is het verschil met een reguliere projectsubsidie?
Dit is een meerjarig beleidskader met flexibele financiering tot en met 2031, geen projectfinanciering. Je dient een programma in dat hulpverlening én systeemversterking combineert, met verplichte tussentijdse evaluatiemomenten. - Kan ik bezwaar maken bij afwijzing?
Ja. Op een afwijzing kun je onder de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken bezwaar maken bij de verstrekker.