De stichting en belastingen

Een stichting kan te maken krijgen met verschillende soorten belastingen. We bespreken de bij een stichting meest voorkomende belastingen: het successie- en schenkingsrecht, loonbelasting en sociale premies, vennootschapsbelasting en omzetbelasting.

Het successie- en schenkingsrecht

Een stichting ontvangt nogal eens erfenissen, legaten, giften of schenkingen. Voor een stichting zijn in dit kader een tweetal belastingen van belang: het recht van successie en het recht van schenking.

Het recht van successie
Het recht van successie is een belasting die een persoon of een rechtspersoon moet betalen als hij een erfenis of legaat ontvangt. Een stichting kan erfgenaam zijn, of legataris. Op grond van die hoedanigheid kan zij verplicht zijn successierecht te betalen.

Het recht van schenking
Naast het recht van successie is voor stichtingen het recht van schenking van belang. Dit is een belasting die een persoon of een rechtspersoon moet betalen als hij een schenking ontvangt die voldoet aan de criteria van een schenking zoals de Belastingdienst heeft vastgesteld. Volgens de Belastingdienst is sprake van een schenking als de schenking wordt gedaan uit vrijgevigheid. Een schenking kan bestaan uit een bedrag in geld. Er zijn echter ook andere mogelijkheden om ‘vrijgevig’ te zijn. Het verkopen van een huis onder de marktwaarde of het lenen van geld tegen zeer gunstige voorwaarden, bijvoorbeeld het berekenen van geen of een zeer lage rente, kan als schenking worden beschouwd. Als sprake is van een schenking moet de stichting hier dus schenkingsrecht over afdragen.

Vrijstelling van successie- en schenkingsrecht
Sinds 1 januari 2006 gold voor organisaties die door de Belastingdienst wa- ren aangemerkt als ‘kerkelijk, levensbeschouwelijk, liefdadig, cultureel of het algemeen nut beogend’, dat zij waren vrijgesteld van het betalen van successie- en schenkingsrechten. Voor eventuele verplichtingen om successie- en schenkingsrechten af te dragen was het voor een stichting dus van groot belang om te weten of zij als algemeen nut beogend werd aangemerkt.

Met ingang van 1 januari 2008 verandert deze regelgeving. De vrijstelling blijft bestaan, maar de criteria veranderen. Een zeer belangrijke verandering is dat een organisatie over een beschikking van de Belastingdienst moet be- schikken om in aanmerking te kunnen komen voor een vrijstelling. Doel van de (nieuwe) regelgeving is dat wordt gewaarborgd dat de middelen van de organisatie, het goede doel, daadwerkelijk en controleerbaar worden ingezet ten behoeve van de algemeen nut betreffende doelstelling.

De inspecteur beoordeelt aan de hand van de nieuwe criteria of een organi- satie in aanmerking komt voor een vrijstelling van successie- en schenkingsrecht. Deze criteria zijn:

  • Uit de statuten, reglementen en feitelijke activiteiten van de stichting blijkt dat de stichting geen winstoogmerk heeft.
  • Uit de statuten, reglementen en feitelijke activiteiten van de stichting blijkt dat de stichting een algemeen belang dient.
  • Uit de statuten, reglementen en de feiten blijkt dat niemand over het vermogen van de stichting kan beschikken ‘als ware het zijn eigen vermogen’.
  • De stichting houdt niet meer vermogen aan dan redelijkerwijs nodig om de werkzaamheden uit te voeren die nodig zijn ten behoeve van de doelstelling van de stichting.
  • De bestuursleden van de stichting mogen voor hun bestuursactiviteiten geen andere beloning ontvangen dan een vergoeding van gemaakte kosten en een, niet bovenmatig, vakantiegeld.
  • De stichting beschikt over een actueel beleidsplan dat inzicht geeft in de werkzaamheden van de stichting, in de manier waarop geld wordt verkregen, in de wijze waarop het vermogen van de stichting wordt beheerd en in de wijze waarop het vermogen van de stichting wordt besteed.
  • De kosten voor het werven van geld en de beheerskosten van de stichting staan in redelijke verhouding tot de bestedingen voor het doel van de stichting
  • Uit de statuten van de stichting moet blijken dat een batig (positief) saldo bij opheffing van de stichting wordt gebruikt voor een ander goed doel, of voor andere doeleinden waarmee het algemeen belang wordt gediend.
  • Uit de administratie van de stichting moeten de volgende zaken blijken:
    • De aard en omvang van de onkostenvergoedingen en vakantiegelden voor de afzonderlijke bestuursleden;
    • De aard en omvang van de kosten die de stichting maakt om gelden te werven, om de stichting te beheren en de aard en omvang van de andere uitgaven van de stichting;
    • De aard en omvang van de inkomsten van de stichting;
    • De aard en omvang van het vermogen van de stichting.

Aan de hand van bovenstaande criteria beoordeelt de inspecteur van de Belastingdienst per geval, per aanvraag of een organisatie onder de vrijstelling voor successie- en schenkingsrecht valt. Een verzoek voor een beschikking om als algemeen nut beogende instelling te worden aangemerkt moet worden ingediend bij de Belastingdienst in Den Bosch.

Als de stichting niet is aan te merken als ‘kerkelijk, levensbeschouwelijk, liefdadig, cultureel of het algemeen nut beogend’ moet over ontvangen schenkingen en erfenissen en legaten wel belasting worden betaald. Het percentage dat u betaalt is afhankelijk van de hoogte van het bedrag dat de stichting ontvangt. Deze percentages worden jaarlijks vastgesteld. Voor de juiste percentages verwijzen wij u graag naar de site van de Belastingdienst (www.belastingdienst.nl)

Loonbelasting en sociale premies

Er zijn nogal wat stichtingen in Nederland die werknemers in dienst hebben. Dit heeft tot gevolg dat de stichting werkgeefster is. Voor de stichting betekent dit dat zij loonbelasting moet afdragen en dat premies voor de volksverzekeringen en premies voor de werknemersverenigingen moeten worden betaald. U moet uw werknemer(s) aanmelden bij de Belastingdienst. 

Het werkgeverschap heeft ook tot gevolg dat aan allerlei administratieve verplichtingen moet worden voldaan. Een werkgever is verplicht een salarisadministratie bij te houden, voor elke werknemer een loonstaat aan te leggen en aan werknemers een loonstrook per loonbetaling en een jaaropgaaf te geven. Voor meer informatie hierover verwijzen wij graag naar de Handleiding Loonbelasting, premie volksverzekeringen en premies werknemersverzekeringen van de Belastingdienst en UWV.

Vennootschapsbelasting

Een stichting kan te maken krijgen met de vennootschapsbelasting. Dit gebeurt als de stichting ‘een onderneming drijft’. De Belastingdienst beoordeelt of dit het geval is door te kijken of er sprake is van een onderneming. En een onderneming is volgens de Belastingdienst ‘een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid welke door deelname aan het economisch verkeer beoogt winst te behalen’.

Een eenduidig antwoord op de vraag of een stichting een onderneming drijft is echter niet te geven, omdat verschillende, zeer feitelijke factoren een rol spelen bij de beoordeling. Zo kijkt de Belastingdienst naar de duurzaamheid van de activiteiten van de stichting/onderneming, de omvang van de activiteiten, de hoogte van de bruto-opbrengsten, de mate van (ondernemers) risico, de hoogte van de omzet, de winstverwachting, het aantal afnemers, de hoogte van de investeringen, etc. (zie Stichting en fiscus, vijfde druk).

In de definitie van een onderneming neemt de Belastingdienst nadrukkelijk op dat sprake moet zijn van een winstoogmerk, van het streven naar winst. Dat de rechtsvorm ‘stichting’ en het streven naar winst niet met elkaar in strijd hoeft te zijn bespraken we al. Wat we hier nog toe willen voegen is het volgende. Als een stichting in haar statuten nadrukkelijk heeft aangegeven dat het behalen van winst niet tot haar streven behoort, betekent dit niet dat zij nooit belastingplichtig kan worden voor de vennootschapsbelasting.

Het feit dat in de statuten staat dat een stichting geen winst nastreeft is voor de Belastingdienst namelijk niet altijd voldoende om onder de vennootschapsbelasting uit te komen. De Belastingdienst beoordeelt alle feiten in zijn geheel. Dit kan leiden tot de conclusie dat er volgens de Belastingdienst wel sprake is van een onderneming, ook al staat in de statuten dat er geen winstoogmerk is.

De Wet op de Vennootschapsbelasting kent mogelijkheden om vrijstellin- gen te verlenen voor de vennootschapsbelasting. Ook een stichting kan een aanvraag indienen om voor deze vrijstelling in aanmerking te komen. Een organisatie, en dus ook een stichting komt in aanmerking voor een vrijstelling als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • De behartiging van een algemeen maatschappelijk belang staat op de voorgrond
  • Het streven naar winst ontbreekt dan wel is van bijkomstige betekenis
  • De (eventuele) winst in het jaar is niet hoger dan € 7.500 en in de daar- aan voorafgaande vier jaar samen niet meer dan € 37.500
  • De (eventuele) winst kan alleen worden gebruikt voor een organisatie die onder deze vrijstelling valt of voor een algemeen maatschappelijk belang.

Neem contact op met de belastingdienst voor meer informatie over de eventuele belastingplicht op grond van de vennootschapsbelasting en de mogelijkheid in aanmerking te komen voor een vrijstelling.

Omzetbelasting

Een stichting kan te maken hebben met de Wet op de Omzetbelasting, en dus BTW-heffing. Dit is het geval als de stichting ‘een onderneming drijft in de zin van de Wet op de Omzetbelasting en prestaties tegen vergoeding verricht’.

Om het niet leuker, maar ook niet makkelijker te maken hanteert de Wet op de Omzetbelasting een andere definitie van het begrip ‘onderneming’ dan de Wet op de Vennootschapsbelasting. Voor de Wet op de Omzetbelasting is een onderneming ‘een organisatie van kapitaal en arbeid, die erop gericht is om in een duurzaam streven door deelneming aan het maatschappelijk ver- keer behoeften te bevredigen.’ Zoals u ziet ontbreekt hier het winstoogmerk.

Dit betekent dat u als stichting ondernemer voor de Omzetbelasting kan zijn, zonder dat u winst wilt realiseren. Ook voor de Wet op de Omzetbelasting geldt weer dat de Belastingdienst alle activiteiten en omstandigheden van de stichting zal bekijken om te bepalen of de stichting wel of niet een onderneming is in de zin van de Wet op de Omzetbelasting.

De BTW kent verschillende tarieven en ook vrijstellingen. Onder welk tarief de stichting valt of dat zij onder een vrijstelling valt hangt af van de diensten en producten die de stichting onderneming aanbiedt.

Voor het overgrote deel van de diensten en producten geldt het algemene BTW-tarief van 21%. Voor een aantal diensten en producten geldt een verlaagd tarief van 6%.

Het verlaagde tarief van 6% geldt voor eerste levensbehoeften als voedingsmiddelen en voor een aantal andere diensten en producten, zoals boeken, verbandmiddelen, kappers, bad- en zweminrichtingen, e.d. Er is ook nog een percentage van 0%. Dit percentage geldt voor import en export van goederen. Tot slot gelden voor bepaalde diensten en producten nog vrijstellingen, waardoor u geen BTW in rekening hoeft te brengen (en ook niet mag aftrekken). Wij raden u aan contact op te nemen met de Belastingdienst om te informeren of u BTW plichtig bent, en zo ja, onder wel tarief u valt.

Administratieve verplichtingen

Als de stichting BTW-plichtig is, betekent dit dat moet worden voldaan aan allerlei administratieve verplichtingen. De belangrijkste verplichting is dat de stichting een boekhouding moet hebben en dat deze duidelijk en overzichtelijk moet zijn ingericht. Uit de administratie moet blijken hoeveel BTW de stichting verschuldigd is en hoeveel BTW de stichting terug kan vorderen. De stichting moet deze administratie zeven jaar bewaren.

In de praktijk betekenen deze administratieve verplichtingen dat u de volgende zaken bij moet houden:

  • Facturen die de stichting uitschrijft.
  • Facturen die de stichting moet betalen.
  • Uitgaven.
  • Ontvangsten.
  • Privé-gebruik van goederen en diensten.

Voor meer informatie over de BTW, vrijstellingen en percentages verwijzen wij u graag naar de Belastingdienst: www.belastingdienst.nl.

Bewaarplicht
Een stichting moet haar administratie zeven jaar bewaren.

Bovenstaande informatie komt uit het boek 'Handboek Stichtingbestuurder'.

Wanneer je effectief aan de slag wilt met het opzetten of besturen van een stichting kan het interessant zijn het boek 'Handboek Stichtingbestuurder' te bestellen.

Info en bestellen 'Handboek Stichtingbestuurder'