Een stichting en haar bestuur

Een stichting is een organisatievorm. Het is een ‘ding’ dat in het leven wordt geroepen om een bepaald doel te realiseren. Juridisch gezien is een stichting ‘een door een rechtshandeling in het leven geroepen rechtspersoon, welke geen leden kent en met behulp van een daartoe bestemd vermogen een in de statuten vermeld doel beoogt te realiseren.’

Het grote verschil tussen natuurlijke personen en rechtspersonen is dat een rechtspersoon iets is dat in naam wel bestaat maar fysiek niet tastbaar is. De rechtspersoon Philips NV is niet in staat een brief te lezen, laat staan te beantwoorden. Stichting AAP kan de telefoon niet opnemen. Voor een rechtspersoon geldt dat er altijd één of meer mensen van lijf en leden nodig zijn die leiding geven aan de rechtspersoon en namens de rechtspersoon naar buiten toe optreden.

Een rechtspersoon, en ook een stichting, heeft mensen nodig die leiding geven aan de rechtspersoon en die bevoegd zijn om namens de rechtspersoon te handelen en op te treden. Voor de stichting geldt dat dit het bestuur is. Het bestuur van een stichting bestuurt de stichting, geeft leiding aan de stichting. Het bestuur is ook het orgaan dat de stichting (naar buiten toe) vertegenwoordigt.

Een stichting is een rechtspersoon

Een stichting is een rechtspersoon. Hierboven is al aangegeven dat een rechtspersoon ‘alles is wat buiten de natuurlijke personen rechts- en handelingsbevoegd is.’ Dit betekent dat een rechtspersoon rechten en verplichtingen kan hebben. We constateerden ook al dat er altijd mensen nodig zijn die leiding geven aan een rechtspersoon. En dat er mensen nodig zijn die namens de rechts- persoon optreden: mensen die bevoegd zijn om de rechtspersoon te vertegenwoordigen. Voor een BV en een NV is dat een directie. Bij een vereniging en stichting is het het bestuur dat deze menselijke functie vervult.

Een stichting wordt door een rechtshandeling in het leven geroepen

Een stichting wordt door een rechtshandeling in het leven geroepen. Dit betekent dat een stichting niet zomaar opeens bestaat. Als u ’s avonds gaat slapen is er ’s ochtends als u opstaat niet opeens een stichting. Net als een natuurlijk persoon wordt ook een stichting geboren. En net als bij natuurlijke personen moet er iets gebeuren om die geboorte plaats te laten vinden.

De geboorte van een stichting
De rechtshandeling die u moet verrichten bestaat uit het laten opstellen van een notariële akte. Dit betekent dat u een notaris moet inschakelen die een akte opstelt waaruit blijkt dat u, al dan niet samen met anderen, een stichting opricht. Hier willen wij vast opmerken dat statuten deel uitmaken van de notariële oprichtingsakte. 

Een stichting heeft een zeker doel

Één van de kenmerken van een stichting is dat zij een zeker doel heeft. De wet geeft niet aan wat dit doel moet of mag zijn. De wet geeft alleen aan wat het doel niet mag zijn. Het doel van een stichting mag niet in strijd zijn met de openbare orde. Even- min mag het doel van een stichting zijn het doen van uitkeringen aan oprichters of betrokkenen bij de stichting of aan anderen, tenzij deze uitkeringen aan anderen een sociale of maatschappelijke strekking hebben.

Wij willen hier benadrukken dat het dus niet zo is dat een stichting geen winst zou mogen halen. Dat mag wel degelijk. Ook in de statuten mag worden opgenomen dat het doel of één van de doelen van de stichting het realiseren van winst is. Wat echter niet mag is dat deze winst wordt uitgekeerd aan mensen die deel uitmaken van de stichting. De wettelijke regel dat een stichting haar winst niet mag uitkeren aan bestuurders of anderen die deel uitmaken van de stichting, bijvoorbeeld personeel of vrijwilligers, is het belangrijkste onderscheid tussen een stichting enerzijds en een BV en NV anderzijds. Immers, de winst van een BV en een NV komt ten goede aan haar aandeelhouders, mensen die mede-eigenaar zijn van de rechtspersoon.

Op het moment dat het doel, of één van de doelen van de stichting het realiseren van winst is, is de kans groot dat de stichting wat betreft belastingen te maken krijgt met de vennootschapsbelasting en de omzetbelasting. 

Na de uitstap of een stichting wel of geen winst mag maken en wat zij met deze winst mag doen, willen we terug naar het doel van de stichting. Het doel van de stichting moet worden opgenomen in de statuten. Dit betekent dat het doel moet worden omschreven. Hoe doet u dat? Omschrijft u het doel heel ruim? Is het verstandiger te kiezen voor een krappe omschrijving?

Stel u wilt een stichting oprichten ter voorkoming van het uitsterven van de mus. U kunt nu het doel formuleren: ‘bescherming van met uitsterving bedreigde diersoorten’. Op zich is dit een passende omschrijving van het doel dat u nastreeft: het voorkomen van het uitsterven van de mus, een bedreigde diersoort. Toch is deze omschrijving ook algemeen, want niet alleen de mus valt hieronder, ook de panda, orang-oetang e.d. U kunt er ook voor kiezen in de doelomschrijving op te nemen dat het doel van de stichting is het voorkomen van uitsterven van de mus. Maar mogelijk wil uw stichting ook actie kunnen ondernemen als andere vogelsoorten met uitsterving worden bedreigd.

De doelomschrijving is van belang omdat de stichting is gehouden te han- delen binnen haar doelomschrijving. De doelomschrijving is dus van belang voor het bepalen van de handelingsvrijheid van de stichting en het bestuur.

Een ruime doelomschrijving heeft als voordeel dat de handelingsvrijheid van de stichting en dus het bestuur groot is. Een nadeel kan echter zijn dat de ruime formulering tot vaagheid leidt welke handelingen nu wel en welke handelingen niet binnen de doelomschrijving passen.

Als in de doelomschrijving staat dat het doel is het beschermen van met uitsterven bedreigde diersoorten valt ook het organiseren van een benefietconcert voor de Aziatische olifant onder de doelomschrijving. Is het doel echter het voorkomen van uitsterven van de mus valt de organisatie van een dergelijk concert niet binnen de doelomschrijving en mag de stichting dit benefietconcert officieel niet organiseren.

Een krappe doelomschrijving heeft als voordeel dat er meer duidelijkheid bestaat over het doel en daarmee de handelingsvrijheid van de stichting en het bestuur. Het nadeel kan zijn dat de stichting teveel beperkt wordt in haar handelen.

Een stichting heeft geen leden

Een stichting wordt vaak in één adem genoemd met een vereniging. Een reden hiervoor is dat deze twee rechtsvormen veel overeenkomsten hebben. Een belangrijke overeenkomst is dat zowel de vereniging als de stichting een doel nastreeft.

Het grote verschil tussen een stichting en een vereniging is echter dat een vereniging leden heeft. Een stichting heeft dit niet. Dit verschil heeft gevolgen voor de zeggenschap binnen de rechtspersoon. In een vereniging zijn het de leden die het voor het zeggen hebben. In een stichting bepaalt het bestuur wat er wel en wat er niet gebeurt. Wat dat betreft wordt een stichting wel eens gezien als een redelijk autocratisch geheel: het bestuur bepaalt en de mensen die buiten het bestuur op wat voor manier dan ook deel uitmaken van een stichting hebben formeel niets te zeggen.

Bovengenoemde vier kenmerken, de stichting is een rechtspersoon, wordt door een rechtshandeling in het leven geroepen, heeft een zeker doel en geen leden zijn dé eigenschappen van een stichting. Samengevat is een stichting dus een ‘ding’, een organisatie die in het leven wordt geroepen om een bepaald doel te realiseren. Een stichting wordt bestuurd door een bestuur, mensen van vlees en bloed. Het bestuur, de bestuurders, geven leiding aan de stichting en vertegenwoordigen de stichting naar buiten toe. Hoe het bestuur dit doet en wat er bij komt kijken komt in het volgende hoofdstuk aan de orde.

Bovenstaande informatie komt uit het boek 'Handboek Stichtingbestuurder'.

Wanneer je effectief aan de slag wilt met het opzetten of besturen van een stichting kan het interessant zijn het boek 'Handboek Stichtingbestuurder' te bestellen.

Info en bestellen 'Handboek Stichtingbestuurder'