Natuur, milieu en energie

Drie subsidieroutes voor klimaattransitie: van netwerkopbouw tot concrete interventie

Klimaatverandering - Klimaattransitie

De klimaattransitie laat zich niet financieren als één groot onderzoeksprogramma. Versnelling vraagt om samenwerking tussen disciplines en sectoren, en om kennis die heen en weer beweegt tussen wetenschap en praktijk. Dat zie je terug in het subsidielandschap: er is niet één regeling die alles dekt, maar een set instrumenten die elk een andere schakel in dezelfde keten ondersteunen. De ene regeling helpt je een netwerk op te bouwen, de andere financiert een concreet experiment in een regio, de derde een interventie rond een afgebakend maatschappelijk thema. Voor organisaties die hieraan willen bijdragen is de eerste vraag dan ook niet of er financiering is, maar welke schakel je aanpakt. In dit artikel zetten we drie regelingen naast elkaar die nu openstaan voor organisaties die wetenschap en praktijk willen verbinden rond klimaattransitie, en laten we zien welke route bij welk type project past.

Waarom klimaattransitie om verschillende routes vraagt

Klimaattransitie speelt op het snijvlak van veel domeinen tegelijk: energie, water, gezondheid, economie en gedrag. De benodigde kennis is vaak wel aanwezig, maar bereikt de praktijk niet altijd, en de onderzoekspraktijk zelf is versnipperd door disciplinaire specialisatie en concurrentie tussen consortia. Daardoor schiet een klassieke onderzoeksaanpak tekort bij complexe, sectoroverstijgende vraagstukken.

Financiers spelen daarop in door niet alleen onderzoek te financieren, maar juist de samenwerking: het opbouwen van netwerken, co-creatie tussen kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties, en leren door te doen. Het gevolg is een gelaagd palet aan instrumenten. Sommige financieren de infrastructuur van samenwerking, andere financieren concreet co-creatief werk in een regio of systeem, weer andere een interventie rond een thematische agenda.

Voor fondsenwervers en subsidiecoördinatoren is dat lastig, omdat deze instrumenten op het eerste gezicht op elkaar lijken: vergelijkbare doelgroepen, vergelijkbare bedragen. Toch bedienen ze verschillende momenten in de ontwikkeling van een project. Weten welke route past, voorkomt dat je een sterke ambitie in het verkeerde instrument propt.

Route 1: een transdisciplinair netwerk opbouwen of professionaliseren

De eerste route financiert geen onderzoek en geen project, maar het netwerk zelf: de infrastructuur van samenwerking. Deze route is bedoeld voor organisaties die partners uit verschillende disciplines en sectoren willen samenbrengen, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties, overheden en bedrijven, om samen een klimaattransitie te versnellen, maar die samenwerking eerst nog moeten opbouwen of professionaliseren.

Concrete activiteiten die hier passen: het organiseren van bijeenkomsten en evenementen, het ontwikkelen van producten voor kennisoverdracht tussen disciplines, communicatiemiddelen zoals een website, podcast of e-learning, capaciteitsopbouw via trainingen en mentorship, en analyses van wat het netwerk in de weg zit. Ook loonkosten voor personeel dat het netwerk helpt ontwikkelen komen in aanmerking.

Voor netwerken met minimaal één kennisinstelling en minimaal twee maatschappelijke organisaties kan een netwerksubsidie voor transdisciplinaire klimaatnetwerken passend zijn. Per aanvraag is tot € 30.000 beschikbaar, uitgekeerd als lumpsum en zonder verplichte eigen bijdrage. Het totale budget bedraagt € 480.000 voor 2026, waarmee naar verwachting maximaal zestien netwerken worden gefinancierd. Aanvragen kan tot 27 oktober 2026, op volgorde van binnenkomst, dus tijdig en volledig indienen telt. Bekijk de volledige regeling op Fondswervingonline.

Waarom in deze selectie: dit is de enige van de drie die de samenwerking zelf financiert in plaats van een project. Het logische startpunt wanneer je netwerk nog niet bestaat of nog niet stevig genoeg staat.

Route 2: co-creatief experimenteren in een concreet regionaal systeem

De tweede route financiert co-creatieve, experimentele projecten waarin onderzoekers en praktijkpartners al doende lerend verkennen hoe ingrijpende systeemkeuzes werkelijkheid worden. Het verschil met de eerste route: hier draait het niet om het bouwen van het netwerk, maar om concreet werk binnen een afgebakend regionaal systeem, in dit geval water en bodem.

Wat hier past: oplossingsrichtingen testen en nieuwe kennis ontwikkelen, bestaande kennis bruikbaar maken, een interventie opzetten gericht op handelingsperspectief, interviews, focusgroepen en expertsessies organiseren, en communicatiemiddelen, platforms of zelfs een artistieke interventie ontwikkelen. De projecten richten zich op een specifieke Nederlandse regio waar droogte, wateroverlast en ruimtedruk het watersysteem onder druk zetten en om fundamentele systeemkeuzes vragen.

Voor een samenwerkingsverband van minimaal één wetenschappelijke kennisinstelling en minimaal één maatschappelijke organisatie kan een regeling voor co-creatief onderzoek naar duurzaam water- en bodembeheer uitkomst bieden. Per project is tot € 50.000 beschikbaar als lumpsum, binnen een plafond van € 500.000 voor deze ronde. De gewenste looptijd is negen maanden. Aanvragen kan tot 22 september 2026. Bekijk de volledige regeling op Fondswervingonline.

Waarom in deze selectie: deze route laat zien hoe co-creatief werk eruitziet wanneer het is verankerd in een concreet regionaal systeem. De route voor organisaties met een regionale water- en bodemvraag en partners die al samen optrekken.

Route 3: een interventie ontwikkelen rond een afgebakend transitiethema

De derde route financiert eveneens co-creatieve interventieprojecten, maar georganiseerd rond een breed maatschappelijk thema in plaats van een regio. Het thema draait om de samenhang tussen de gezondheid van mensen, ecologie en de grenzen van de planeet: hoe houd je die gezondheid binnen veilige grenzen en versterk je tegelijk ecologische systemen? Menselijke gezondheid, veerkracht van ecosystemen en sociale rechtvaardigheid zijn daarbij nauw verweven.

Kenmerkend is de integrale insteek: een project moet gezondheid en ecologie inhoudelijk met elkaar verbinden, niet als twee losse sporen naast elkaar. Je vertrekt vanuit minimaal één van twee interventiedomeinen, zorg- en gezondheidssystemen of de fysieke leefomgeving, en laat zien hoe je werk samenhangt met bredere systemen zoals voedsel, educatie en economie. Projecten die zich uitsluitend op gezondheidszorg richten, of uitsluitend op klimaat en ecologie, vallen er nadrukkelijk buiten, net als puur theoretische projecten zonder praktische interventie.

Voor een samenwerking van een kennisinstelling en een maatschappelijke organisatie die samen een concrete interventie willen ontwikkelen rond dit thema, kan een regeling voor co-creatieve interventieprojecten op het snijvlak van gezondheid en ecologie passend zijn. Per project is tot € 50.000 beschikbaar als lumpsum, binnen een totaalbudget van € 1.000.000 waarmee naar verwachting twintig projecten worden gefinancierd. De gewenste looptijd is negen maanden. Aanvragen kan tot 22 september 2026. Bekijk de volledige regeling op Fondswervingonline.

Waarom in deze selectie: de route voor organisaties met een thematische in plaats van regionale vraag, die binnen een bredere agenda een concrete interventie willen ontwikkelen. Samen met route 2 maakt dit zichtbaar dat hetzelfde type co-creatief werk langs verschillende ingangen wordt gefinancierd.

Welke route past bij jouw organisatie of project?

Twijfel je welke route het beste aansluit? Deze vragen helpen bij de oriëntatie:

  • Heb je je samenwerkingspartners al gevonden, of moet je het netwerk nog opbouwen? De eerste route financiert het opbouwen van samenwerking, de andere twee veronderstellen dat kennisinstelling en praktijk al samen optrekken.
  • Draait je vraag om een concreet regionaal systeem, of om een breder maatschappelijk thema? De tweede route is regionaal en systeemgericht, de derde thematisch.
  • Wil je de samenwerking zelf financieren, of een concreet project of interventie? De eerste route betaalt de infrastructuur van samenwerking, de andere twee het werk zelf.
  • Hoeveel ruimte heb je qua budget? Twee routes bieden tot € 50.000 voor een project van ongeveer negen maanden, de netwerkroute tot € 30.000.
  • Wat is je tijdlijn? De deadlines liggen kort na elkaar: twee regelingen sluiten op 22 september 2026, de netwerkroute op 27 oktober 2026.

Of je nu als fondsenwerver een consortium ondersteunt of als subsidiecoördinator de aanvraag coördineert: het loont om eerst scherp te hebben welke schakel je aanpakt. Dat bepaalt niet alleen welke regeling past, maar ook hoe overtuigend je aanvraag wordt.

Gerelateerde fondsen en subsidies