Samengevat
Subsidie van $ 25.000 tot $ 200.000 per project, voor musea, kunstcentra en cultuurorganisaties die een tijdelijke bruikleententoonstelling maken rond de beeldende kunst van de Verenigde Staten en de inheemse kunst van Noord-Amerika, vooraanmelding tot 2 maart 2027, wereldwijd.
Wat houdt deze subsidie in?
Deze subsidie financiert de planning en uitvoering van tijdelijke tentoonstellingen die overwegend bestaan uit kunstwerken van buiten de eigen vaste collectie. Het toegekende bedrag ligt doorgaans tussen $ 25.000 en $ 200.000, met $ 100.000 als gemiddelde.
Wat de subsidieregeling ongebruikelijk maakt, is de breedte van wat subsidiabel is. Niet alleen de zichtbare uitkomst wordt gedekt, maar juist ook het werk dat eraan voorafgaat: onderzoek en planning, kortlopende functies zoals onderzoeksfellows of assistenten, adviescommissies, bijeenkomsten en reizen. Daarnaast vallen transport, kisten, koeriers, verzekering en bruikleenvergoedingen eronder, plus conservering en inlijsting, de bouw van tijdelijke tentoonstellingswanden, kunstenaarsvergoedingen, publieksprogramma's, marketing en de verspreiding van het onderzoek in print of digitaal. Meertalige publieksmaterialen worden aangemoedigd waar dat past bij het project of het publiek.
Er zitten twee harde percentages aan vast. Gerelateerde staffuncties zijn subsidiabel tot 25 procent van het toegekende bedrag, indirecte kosten tot 15 procent. Wie een aanvraag opbouwt, doet er goed aan die grenzen vanaf het begin in de begroting te verwerken en niet achteraf.
Voor wie is deze subsidie interessant?
De regeling staat open voor musea, kunstcentra en cultuurorganisaties met een gemeenschapsfunctie, van uiteenlopende omvang en jaarbudget, binnen en buiten de Verenigde Staten:
- kunstmusea en universiteitsmusea;
- kunstcentra en presentatie-instellingen;
- cultuurorganisaties met een lokale of gemeenschapsgerichte werking.
Alleen de organisator of organisatoren van het project mogen indienen. Individuen komen niet in aanmerking, ook niet als zij als gastcurator aan het project verbonden zijn.
Ook instellingen die zichzelf niet in de eerste plaats als kunstmuseum zien, maar beeldende kunst inzetten als ingang voor geschiedenis, migratie of gemeenschapsvorming, kunnen binnen deze regeling passen. De inhoudelijke voorwaarde is niet het type instelling, maar de vraag of het project zich verhoudt tot de beeldende kunst van de Verenigde Staten en de inheemse kunst van Noord-Amerika.
Waarvoor kun je deze subsidie gebruiken?
De subsidie is bedoeld voor het maken van een tijdelijke bruikleententoonstelling, in de fase van planning of in de fase van uitvoering. Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan:
- onderzoek naar een thema of periode dat de basis vormt voor een nieuwe tentoonstelling;
- het aantrekken van een onderzoeksfellow of assistent voor de looptijd van het project;
- studiereizen, collectiebezoeken en adviesbijeenkomsten in de voorbereidingsfase;
- transport, verzekering, koeriers en bruikleenvergoedingen voor werk van andere instellingen;
- conservering, inlijsting en de bouw van tijdelijke tentoonstellingswanden;
- interpretatie en publieksduiding, inclusief meertalige zaalteksten;
- publieksprogramma's, marketing en de publicatie van het onderzoek.
Even belangrijk is wat níet wordt gefinancierd: het maken of aankopen van kunstwerken, opdrachtwerk en de materiaalkosten daarvan, kapitaaluitgaven en permanente voorzieningen zoals vitrines, tentoonstellingsmeubilair, ingehuurd architectuurontwerp en permanente bouw. Ook projecten die uitsluitend online plaatsvinden vallen af, net als tentoonstellingen die al elders zijn geopend en doorreizen naar een nieuwe locatie. Voorstellen die eerder binnen dit programma zijn afgewezen, kunnen niet opnieuw worden ingediend.
Waar geldt deze subsidie?
De regeling is wereldwijd. Instellingen binnen en buiten de Verenigde Staten kunnen aanvragen, op één fiscale voorwaarde na: je hebt de Amerikaanse belastingvrije status 501(c)(3) of een internationaal equivalent daarvan. Voor Nederlandse instellingen betekent dat in de praktijk een ANBI-status, waarvan je bij het volledige voorstel bewijs meestuurt samen met de statuten.
Hoeveel kun je aanvragen?
Toekenningen liggen doorgaans tussen $ 25.000 en $ 200.000, met een gemiddelde van $ 100.000. Het totale jaarbudget van het programma is niet openbaar, maar de verstrekker geeft uitdrukkelijk aan dat het programma sterk competitief is. Subsidie wordt eenmaal per jaar verstrekt.
Aanvullend gelden drie regels die je begroting direct raken. Gerelateerde staffuncties tellen mee tot maximaal 25 procent van het toegekende bedrag en indirecte kosten tot maximaal 15 procent. En na een toekenning kun je niet in het direct opvolgende jaar opnieuw aanvragen, met één uitzondering: ontving je alleen subsidie voor de planningsfase, dan mag je het jaar erna wel een uitvoeringsaanvraag doen voor hetzelfde project. Dat maakt de tweetrapsroute planning eerst, uitvoering later tot een bewuste strategie in plaats van een omweg.
Wanneer en hoe kun je aanvragen?
De procedure verloopt in twee fasen en de eerste is kort. Je dient eerst een beknopte vooraanmelding in via het grantportaal van de verstrekker, met organisatie-, contact- en projectgegevens, het gevraagde bedrag en een representatieve objectenlijst van maximaal vier pagina's. De verstrekker kan je vervolgens uitnodigen om een volledig voorstel in te dienen.
De aanvraagperiode loopt van 24 augustus 2026 tot en met 2 maart 2027 voor de vooraanmelding.
Voor wie wordt uitgenodigd, sluit de definitieve aanmelding op 18 mei 2027. Het volledige voorstel is in het Engels en bevat onder meer een werkplan, de sleutelfiguren en partners, een volledig geïllustreerde objectenlijst (maximaal twintig pagina's bij een uitvoeringsaanvraag, maximaal acht bij een planningsaanvraag), een begroting via het voorgeschreven sjabloon, de bestuurslijst met nevenfuncties, de laatst gecontroleerde jaarrekening, de organisatiebegroting voor het lopende jaar, een steunbrief van de directeur en het bewijs van belastingvrije status. Voorstellen worden beoordeeld door een extern panel van curatoren en kunstprofessionals.
Voor de volledige procedure, alle voorwaarden en de bijlagen bekijk je de regeling op Fondswervingonline.
Wat is de achtergrond en context van deze subsidie?
Bruikleententoonstellingen zijn voor musea een van de duurste vormen van programmeren, en tegelijk een van de weinige manieren om een collectie in een nieuw verband te laten zien. Transport, verzekering, koeriersbegeleiding en conservering lopen snel op, terwijl de bezoekcijfers die zo'n tentoonstelling moet rechtvaardigen onder druk staan. Nederlandse musea trokken in 2024 bijna 32 miljoen bezoeken, meldt het CBS, twee miljoen minder dan in het pre-coronajaar 2019. De sector ontving in datzelfde jaar volgens de Museumcijfers van de Museumvereniging € 665 miljoen aan subsidies, geld dat grotendeels naar exploitatie gaat en niet naar het onderzoek achter een tentoonstelling.
Precies daar zit de waarde van deze regeling. Ze financiert de fase waarvoor in de reguliere begroting zelden ruimte is: het vooronderzoek, de reizen naar collecties, de adviescommissie, de fellow die een jaar meeloopt. Dat is ook de reden dat de verstrekker een aparte planningssubsidie mogelijk maakt, los van de uitvoering.
Voor Nederlandse instellingen komt daar een tweede laag bij. Amerikaanse kunst en de inheemse kunst van Noord-Amerika zijn in de Nederlandse museale programmering ondervertegenwoordigd, terwijl het onderwerp raakt aan vragen over kolonisatie, herkomst en representatie die hier volop spelen. Wie fondsen werft of subsidies coördineert bij een museum met een collectie moderne of hedendaagse kunst, een volkenkundige collectie of een programma rond gedeelde geschiedenis, heeft hier een financieringskanaal dat buiten de gebruikelijke Nederlandse en Europese routes valt.
Welke tips zijn er voor een sterke aanvraag?
- Maak de breedte van het verhaal expliciet
De verstrekker wil zien hoe je project de volle complexiteit van de Amerikaanse kunstgeschiedenis laat zien, via de kunstenaars, stemmen en verhalen die je opneemt. Benoem ook waarom dit project juist nu relevant is. - Onderbouw je samenwerking met bewijs
Bewijs van een gezamenlijk onderzoeks- en ontwikkelproces is verplicht. Vermeld per partner wanneer het contact begon en of de toezegging definitief is of afhankelijk van financiering. - Betaal je medewerkers eerlijk en laat dat zien
Fellows, onderzoeksassistenten en adviseurs horen een reële vergoeding te krijgen. Geef uurtarieven, honoraria en het aantal toegezegde uren expliciet weer in de begroting. - Maak je objectenlijst leesbaar
Orden per thema, sectie of zaal, zet bevestigde objecten vooraan binnen elk onderdeel, vermeld per bruikleen de status en gebruik genummerde thumbnails in kleur. - Controleer je uitsluitingen voordat je begroot
Opdrachtwerk, vitrines en permanente bouw zijn niet subsidiabel. Controleer ook of je instelling niet in het uitsluitingsjaar na een eerdere toekenning zit. - Overweeg de planningsroute
Is je tentoonstelling nog niet ver genoeg voor een uitvoeringsaanvraag, dan is een planningssubsidie een volwaardige eerste stap, met de mogelijkheid om het jaar erna voor hetzelfde project uitvoering aan te vragen. - Reken terug vanaf 2 maart 2027
De vooraanmelding lijkt beknopt, maar de objectenlijst van vier pagina's veronderstelt dat je al weet welke bruiklenen je wilt en bij wie. Dat kost maanden, geen weken.
Veelgestelde vragen over deze subsidie
- Wat is het doel van deze subsidie?
Het ondersteunen van tijdelijke bruikleententoonstellingen die het begrip van Amerikaanse kunst verbreden en bevragen. De beeldende kunst van de Verenigde Staten en de inheemse kunst van Noord-Amerika staan centraal. - Kom ik in aanmerking als Nederlands museum?
Ja, mits je instelling een ANBI-status of vergelijkbare belastingvrije status heeft en zelf organisator van het project is. Individuen kunnen niet aanvragen. - Hoeveel kan ik aanvragen?
Toekenningen liggen doorgaans tussen $ 25.000 en $ 200.000. Het gemiddelde toegekende bedrag is $ 100.000. - Wanneer is de deadline?
De vooraanmelding moet uiterlijk 2 maart 2027 binnen zijn. Word je uitgenodigd, dan sluit de definitieve aanmelding op 18 mei 2027. - Wat moet ik meesturen bij de vooraanmelding?
Het vooraanmeldingsformulier met organisatie-, contact- en projectgegevens en het gevraagde bedrag, plus een representatieve objectenlijst van maximaal vier pagina's. - Wat is het verschil tussen een planningsaanvraag en een uitvoeringsaanvraag?
Een planningsaanvraag financiert het onderzoek en de voorbereiding, een uitvoeringsaanvraag de realisatie van de tentoonstelling. Ontving je alleen planningssubsidie, dan mag je het jaar erna voor hetzelfde project een uitvoeringsaanvraag doen. - Mag mijn instelling twee jaar op rij aanvragen?
Nee, niet als er in het voorgaande jaar een toekenning was. De uitzondering geldt alleen voor de stap van planning naar uitvoering. - Mag ik dit combineren met andere financiering?
Ja. Zowel in de vooraanmelding als in het voorstel geef je andere financiers op, met bedrag en status: toegezegd, aangevraagd of nog aan te vragen. - Kan ik een tentoonstelling uit mijn eigen collectie indienen?
Nee. De tentoonstelling moet overwegend bestaan uit werk van buiten de eigen vaste collectie. Voor collectiegericht onderzoek bestaat bij dezelfde verstrekker een apart programma.
Gerelateerde fondsen en subsidies