Samengevat
Subsidie van € 10 tot € 22 miljoen per project, voor maatschappelijke organisaties die lokale partners versterken in landbouw-, grondstoffen- of textielketens, deadline 11 augustus 2026 om 12:00 uur, uitvoering in één tot drie van 21 doellanden in Afrika en Azië.
Wat houdt deze subsidie in?
Deze subsidie financiert vijfjarige projecten waarin een maatschappelijke organisatie lokale organisaties in productielanden versterkt, zodat die zelf kunnen bijdragen aan schonere en eerlijkere handel in ketens die belangrijk zijn voor Nederland en Europa.
Wat de regeling ongebruikelijk maakt, is dat een project vier activiteitensoorten moet combineren tot één geïntegreerd geheel. Je verstrekt financiële ondersteuning aan partners, je voert zelf dienstverlening uit, je voert dialoog met overheden en bedrijfsleven, en je versterkt de capaciteit van lokale partners. Drie van de vier is niet genoeg: het moet alle vier zijn, en ze moeten inhoudelijk samenhangen.
Daarachter zit een expliciete beleidskeuze. De regeling verbindt lokale organisaties in productielanden aan het Nederlandse uiteinde van de keten, met als redenering dat verduurzaming die alleen bij de producent wordt neergelegd niet werkt: de kosten worden dan simpelweg doorgeschoven. Het programma is uitdrukkelijk bedoeld als flankerend beleid bij Europese wetgeving rond internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen, zoals de zorgplichtrichtlijn en de ontbossingsverordening. Dat verklaart ook waarom dialoog een verplicht onderdeel is en niet een optionele bijvangst.
Voor wie is deze subsidie interessant?
Deze subsidie is bedoeld voor maatschappelijke organisaties met minimaal vijf jaar aantoonbare ervaring in de gekozen waardeketen en doellanden, statutair gevestigd in Nederland of in een van de doellanden.
Concreet gaat het om:
- internationaal werkende ontwikkelingsorganisaties met programma's in agrarische ketens;
- gespecialiseerde ketenorganisaties op het gebied van arbeidsrechten, leefbaar loon of due diligence;
- organisaties die werken aan verantwoorde mijnbouw en grondstoffenwinning;
- organisaties actief in kleding- en textielproductie;
- lokale maatschappelijke organisaties in de doellanden zelf, die zelfstandig kunnen aanvragen.
Ook organisaties die niet primair als ontwikkelingsorganisatie bekendstaan, maar handel, certificering of sociale dialoog inzetten als instrument voor mensenrechten of milieubescherming, kunnen binnen deze regeling passen.
Belangrijker is misschien voor wie deze regeling indirect interessant is. Allianties en consortia zijn uitgesloten als aanvrager: elke aanvraag komt van één organisatie. Tegelijk is het verstrekken van financiering aan partners en het versterken van in-country partners verplicht. De gehonoreerde organisaties gaan dus in de zes maanden durende inceptiefase op zoek naar partners, met eigen selectiecriteria. Voor kleinere Nederlandse organisaties en voor lokale organisaties in de doellanden ligt de kans daar, niet bij het aanvraagloket. Of je nu fondsen werft, subsidies coördineert of beide doet: dat is de reden om deze regeling ook na de deadline te blijven volgen.
Waarvoor kun je deze subsidie gebruiken?
De subsidie ondersteunt projecten die zich richten op één primaire waardeketen binnen één focussector, met een duidelijke link naar de Nederlandse of Europese markt. Denk bijvoorbeeld aan:
- traceerbaarheid en ontbossingsvrije productie in de koffie- of cacaoketen;
- verbetering van arbeidsomstandigheden en veiligheid in kledingproductie;
- verantwoorde ambachtelijke mijnbouw, met aandacht voor mensenrechten en milieuherstel;
- toewerken naar een leefbaar inkomen voor kleinschalige boeren in de tuinbouw;
- versterking van vakbonden, coöperaties en lokale organisaties zodat zij zelf aan tafel zitten;
- rondetafelgesprekken en beleidsdialoog over knelpunten in een specifieke keten.
De drie focussectoren zijn landbouw en agrofood, kritieke grondstoffen en kleding en textiel. Binnen kritieke grondstoffen vallen 36 typen materialen, waaronder goud, tin, tantaal, wolfraam, kobalt, lithium, nikkel en grafiet. Katoen valt uitdrukkelijk buiten de textielcategorie.
Niet subsidiabel zijn commerciële activiteiten, activiteiten gericht op bekering, en activiteiten die al direct of indirect uit dezelfde rijksmiddelen worden gefinancierd.
Waar geldt deze subsidie?
De activiteiten vinden plaats in één tot maximaal drie van 21 doellanden, en bij twee of drie landen moeten die binnen één geografische regio liggen.
In Afrika gaat het om Benin, Ivoorkust, DR Congo, Egypte, Ethiopië, Ghana, Kenia, Marokko, Mozambique, Nigeria, Senegal, Zuid-Afrika, Tunesië en Oeganda. In Azië en het Midden-Oosten om Bangladesh, India, Indonesië, Jordanië, Libanon, de Palestijnse Gebieden en Vietnam.
Per doelland is bovendien vastgelegd welke sectoren en waardeketens in aanmerking komen. Voor Ghana is dat uitsluitend cacao, voor Bangladesh tuinbouw en kleding, voor Indonesië tuinbouw, palmolie, lithium en nikkel. Sluit je project niet aan op die lijst, dan val je af op een ingangsvoorwaarde, hoe sterk het voorstel verder ook is. Nederland of Europa moet daarnaast de belangrijkste afzetmarkt zijn voor de producten in de gekozen keten.
Hoeveel kun je aanvragen?
Per project vraag je minimaal € 10 miljoen en maximaal € 22 miljoen aan, uit een totaal subsidieplafond van € 83 miljoen voor de periode 2026 tot en met 2030.
Reken uit wat dat betekent: er worden hooguit acht projecten gehonoreerd, en bij aanvragen aan de bovenkant van de bandbreedte nog minder. Daar komt een tweede beperking bovenop. Per doelland wordt per primaire waardeketen maximaal één subsidie verleend. Twee sterke voorstellen voor cacao in Ghana betekent dus: één winnaar, ongeacht kwaliteit van de tweede.
Er geldt geen cofinancieringseis, maar wel een plafond gekoppeld aan je eigen inkomsten. Je kunt per jaar niet meer ontvangen dan het bedrag dat je organisatie gemiddeld over 2022 tot en met 2024 aan inkomsten uit andere bronnen dan het verstrekkende ministerie ontving. Voor specialistische organisaties met minimaal vijftien jaar ervaring op het kernthema en voor kleine zuidelijke organisaties met een personeelsbudget tot € 500.000 geldt een uitzondering.
Binnen de begroting zijn de verhoudingen vastgelegd: projectmanagementkosten mogen maximaal 20% bedragen en van de financieringsactiviteiten moet minimaal 30% naar dienstverlening gaan.
Wanneer en hoe kun je aanvragen?
De aanvraagperiode loopt van 30 juni tot en met 11 augustus 2026, 12:00 uur CET, en aanvullen na de deadline is niet mogelijk.
De aanvraag gaat online, volledig in het Engels, en bestaat uit een projectplan, een begroting in het verplichte budgetmodel, documentatie over organisatiecapaciteit en integriteitsbeleid, het model financiële onafhankelijkheid en door een accountant gecontroleerde jaarrekeningen over 2022 tot en met 2024. Nederlandse organisaties loggen in met eHerkenning niveau 3; organisaties uit de doellanden vragen vooraf een account aan.
De verdeling verloopt via een tender op kwaliteit. Een aanvraag moet minimaal 70 van de 100 punten halen, met minimumscores per onderdeel: 35 van de 50 punten op trackrecord, 28 van de 40 op interventiestrategie en begroting, en 7 van de 10 op de beleidsprincipes. Besluitvorming volgt uiterlijk 1 december 2026, waarna een inceptiefase van zes maanden start. Voor de volledige procedure en alle documenten kun je de volledige regeling op Fondswervingonline raadplegen.
Wat is de achtergrond en context van deze subsidie?
Deze regeling verschijnt op een moment dat het Nederlandse ontwikkelingsbudget de zwaarste korting in zijn geschiedenis ondergaat. Vanaf 2027 wordt er structureel € 2,4 miljard per jaar bezuinigd op ontwikkelingshulp, waardoor het aandeel van het bruto nationaal inkomen dat Nederland hieraan besteedt daalt van 0,62% in 2024 naar naar verwachting 0,44% in 2029. Wie de sector volgt, ziet dus twee bewegingen tegelijk: een krimpend totaal, en binnen dat totaal een sterke concentratie van middelen bij een klein aantal organisaties met een lange staat van dienst.
Dat is precies wat hier gebeurt. Acht projecten van vijf jaar, elk met een eigen partnernetwerk in maximaal drie landen. Voor de organisaties die worden geselecteerd betekent dat een uitzonderlijk stabiele financieringsbasis in een instabiele periode. Voor organisaties die net onder de drempel zitten betekent het dat de route naar rijksfinanciering steeds vaker via een andere organisatie loopt in plaats van via een eigen aanvraag. Die verschuiving is zichtbaar in het hele nieuwe beleidskader voor samenwerking met maatschappelijke organisaties 2026 tot 2030, waarvan dit programma één van acht instrumenten is.
Inhoudelijk sluit de regeling aan bij een verharding van het speelveld rond internationaal verantwoord ondernemen. Wat lange tijd vrijwillige standaarden en convenanten waren, wordt Europese wetgeving met verplichtingen voor bedrijven. Die verschuiving legt druk op producenten aan het begin van de keten, die moeten voldoen aan eisen waarover zij zelf nauwelijks hebben meebeslist. De redenering achter dit programma is dat lokale maatschappelijke organisaties nodig zijn om die druk te verdelen in plaats van door te schuiven. Of dat lukt met acht projecten is een open vraag, en juist daarom is het de moeite waard om te volgen wie er in december worden geselecteerd en met welke ketens zij aan de slag gaan.
Welke tips zijn er voor een sterke aanvraag?
- Kies je land-waardeketencombinatie strategisch
Per doelland wordt per primaire waardeketen maar één subsidie verleend. Kies de combinatie waarin je aantoonbaar het sterkst staat, niet de combinatie die het meest urgent klinkt. Een goed voorstel in een druk vak verliest van een goed voorstel in een leeg vak. - Zet je trackrecord voorop
Trackrecord weegt met maximaal 50 van de 100 punten het zwaarst, en er geldt een ondergrens van 35. Drie vergelijkbare referentieprojecten in exact de gekozen doellanden en primaire waardeketen zijn hier het bewijsmateriaal, niet je algemene reputatie. - Toon de vier activiteitensoorten als één geheel
Financiering, dienstverlening, dialoog en capaciteitsversterking moeten samenhangen in één interventielogica. Vier losse werkpakketten naast elkaar leest als een verzameling activiteiten, niet als een project. - Wees expliciet over de lijst met beleidsprioriteiten per land
Aansluiting op de focussectoren is een ingangsvoorwaarde, aansluiting op de beleidsprioriteiten per land telt mee in de beoordeling. Wijk je bewust af, onderbouw dat dan uitdrukkelijk in plaats van het onbesproken te laten. - Werk de exit-strategie serieus uit
De beoordeling vraagt hoe verantwoordelijkheid wordt overgedragen aan lokale actoren en hoe resultaten blijven bestaan bij afnemende financiële steun. Bij een looptijd van vijf jaar is dat geen slotparagraaf maar een ontwerpprincipe. - Verwijs nergens naar bijlagen of websites voor je onderbouwing
Kortheidshalve doorverwijzen telt niet als onderbouwing, en onvolledige onderdelen leiden tot afwijzing. Elk aanvraagonderdeel moet op zichzelf staan. - Denk nu al na over je partnerselectie
Het selectie- en beoordelingsproces van partners wordt apart beoordeeld, en de partners zelf worden pas in de inceptiefase gekozen. Laat zien dat je proces vraaggestuurd is en ruimte laat voor lokale keuzes.
Veelgestelde vragen over deze subsidie
- Wat is het doel van deze subsidie?
Het bevorderen van schone en eerlijke handel door lokale maatschappelijke organisaties in productielanden te versterken, zodat zij zelf dienstverlening kunnen bieden en dialoog kunnen voeren binnen ketens die belangrijk zijn voor Nederland en Europa. - Wie kan een aanvraag indienen?
Maatschappelijke organisaties die statutair gevestigd zijn in Nederland of in een van de 21 doellanden, met minimaal vijf jaar ervaring in de gekozen waardeketen en doellanden, opgedaan in de afgelopen zes jaar. - Kom ik in aanmerking als kleinere organisatie?
Waarschijnlijk niet als aanvrager: de ondergrens is € 10 miljoen per project en er gelden zware eisen aan trackrecord en financiële onafhankelijkheid. Wel kun je in beeld komen als partner van een gehonoreerde organisatie, waarbij de selectie plaatsvindt in de zes maanden na toekenning. - Mag ik als samenwerkingsverband aanvragen?
Nee. Allianties en consortia zijn uitgesloten; elke aanvraag komt van één organisatie die volledig verantwoordelijk is voor de uitvoering. Samenwerking met partners is daarbinnen wel verplicht. - Hoeveel kan ik aanvragen?
Tussen € 10 miljoen en € 22 miljoen per project. Daarnaast geldt een plafond ter hoogte van je gemiddelde jaarlijkse inkomsten uit andere bronnen dan het verstrekkende ministerie over 2022 tot en met 2024. - Wanneer is de deadline?
11 augustus 2026 om 12:00 uur CET. Aanvullen na de deadline is niet mogelijk. Besluitvorming volgt uiterlijk op 1 december 2026. - Hoe lang duurt een project?
60 maanden, inclusief een inceptiefase van zes maanden waarin partners worden geselecteerd, jaarplannen worden ontwikkeld en de monitoringssystematiek wordt uitgewerkt. De activiteiten starten binnen twee maanden na toekenning. - Wat gebeurt er na de deadline?
De aanvragen worden beoordeeld via een tender op kwaliteit, met advies van Nederlandse ambassades in de doellanden. Na toekenning in december start de inceptiefase, waarin de geselecteerde organisaties hun lokale en Nederlandse partners kiezen.
Gerelateerde fondsen en subsidies