Onderzoek en ontwikkeling

Drie subsidieroutes voor onderzoek naar infectieziekten: van pilot tot praktijk

Infectie -Infectieziekte - Infecties

Onderzoek naar infectieziekten beweegt zich op meerdere fronten tegelijk: nieuwe vragen die nog niemand goed in beeld heeft, lopend onderzoek dat verdieping vraagt, afgeronde projecten waarvan de resultaten de praktijk maar moeizaam bereiken. Voor elk van die drie momenten in de onderzoekscyclus bestaat een regeling, met telkens een maximum van € 50.000 per project. Dat is geen toeval: de drie regelingen komen voort uit één meerjarig nationaal programma voor infectieziektebestrijding en vullen elkaar bewust aan. Ze hanteren dezelfde drie inhoudelijke afbakeningen, dezelfde maximale projectlooptijd en dezelfde verdelingssystematiek. Wat verschilt is de fase: verkennen, verdiepen of toepassen. In dit artikel zetten we de drie routes naast elkaar en laten we zien welke past bij welk type project, voor fondsenwervers en subsidiecoördinatoren die werken met universiteiten, hogescholen, onderzoeksinstituten, GGD'en, kennisinstituten en zorginstellingen die actief zijn op dit terrein.

Waarom onderzoek naar infectieziekten verschillende fases kent

Infectieziekten zitten op het snijvlak van zorg, publieke gezondheid en beleid. Onderzoek leunt vaak op bestaande surveillance, cohorten en samenwerking tussen GGD'en, universiteiten en zorgaanbieders. Dat maakt het werkveld complex: een idee kan goed lijken, maar moet eerst worden getoetst voordat een groter onderzoek de moeite waard is. Lopend onderzoek levert resultaten op die soms vragen om aanvullende analyse of methodologische verfijning. En een afgerond project met heldere conclusies is nog geen veranderde praktijk.

Daarom werkt het programma met drie complementaire instrumenten. Elk heeft zijn eigen logica en zijn eigen doelgroep. Voor een aanvrager is de eerste vraag dus niet welke regeling het meest aantrekkelijk klinkt, maar in welke fase zijn project zich bevindt.

Alle drie de regelingen zijn ingebed in dezelfde thematische scope. De eerste twee zijn expliciet gericht op één van drie onderwerpen: seksueel overdraagbare aandoeningen, non-alimentaire zoönosen en vectoroverdraagbare ziekten, of infectieziekten bij kwetsbare groepen en kinderen. Projecten die zich uitsluitend richten op COVID-19, pandemische paraatheid, antimicrobiële resistentie, vaccinatiebereidheid of RSV bij kinderen vallen voor deze twee buiten de scope. De derde route bouwt voort op resultaten van eerdere projecten binnen hetzelfde programma en sluit daarmee inhoudelijk aan op dezelfde thematiek.

Route 1: een nieuw idee verkennen

De eerste route richt zich op kleinschalig, verkennend onderzoek. Deze regeling is bedoeld voor situaties waarin een idee bestaat maar nog niet is getoetst. Past de aanpak in de praktijk? Werkt het instrument zoals verwacht? Zijn de aannames over haalbaarheid juist?

Concreet gaat het om haalbaarheidsonderzoeken, methodologische pilots, interventiepilots, proof-of-concept-studies en acceptatie- of bruikbaarheidstoetsen. Het doel is niet om al definitieve resultaten te boeken, maar om vast te stellen of een groter vervolgonderzoek de moeite waard is.

Voor wie: universiteiten, hogescholen, onderzoeksinstituten, zorginstellingen, GGD'en en andere publieke gezondheidsorganisaties in Nederland.

Bedrag: maximaal € 50.000 per project. Het subsidieplafond is gedeeld met de tweede route en bedraagt samen € 1 miljoen voor 2026.

Deadline: doorlopend tot 7 juli 2026, 14:00 uur, op volgorde van binnenkomst. Bij bereiken van het plafond sluit de regeling eerder.

Waarom in deze selectie: de enige van de drie die expliciet ruimte biedt voor nieuwe verkenning. Een aanvrager kan binnen het programma niet tegelijk voor deze en de tweede route indienen. Bekijk de volledige regeling voor verkennend pilotonderzoek naar infectieziekten op Fondswervingonline.

Route 2: bestaand onderzoek verdiepen

Niet elke kwaliteitswinst vraagt om iets nieuws. Veel waardevolle data, samples en methoden liggen al klaar maar zijn nog niet uitputtend benut. De tweede route richt zich daarop: verdieping van wat er al is. Nieuwe primaire dataverzameling is nadrukkelijk uitgesloten.

Wat dan wel? Verdiepende of aanvullende analyses op bestaande datasets en cohorten, uitbreiden of verbeteren van bestaande modellen of analysetools, aanvullend laboratoriumonderzoek met al beschikbare samples, methodologische verfijning binnen lopend onderzoek, of het toetsen van een al ontwikkelde methode in een nieuwe maar inhoudelijk aansluitende context.

Voor wie: publiek- of privaatrechtelijke rechtspersonen in Nederland. De aanvraag gaat namens een organisatie, niet als individu. Per aanvrager wordt maximaal één aanvraag in behandeling genomen.

Bedrag: maximaal € 50.000 per project. Gedeeld plafond van € 1 miljoen met de eerste route.

Deadline: doorlopend tot 7 juli 2026, 14:00 uur, op volgorde van binnenkomst.

Waarom in deze selectie: geeft onderzoek dat al loopt een korte impuls, zonder de overhead van een grote nieuwe aanvraag. Aantrekkelijk voor groepen die met beperkte middelen extra waarde uit bestaande infrastructuur willen halen. Bekijk de volledige regeling voor verdieping van bestaand infectieziekteonderzoek op Fondswervingonline.

Route 3: resultaten laten landen in praktijk, beleid of onderwijs

De derde route komt na het onderzoek. Een afgerond project levert kennis op, maar die kennis vindt niet vanzelf zijn weg naar professionals, opleidingen of beleidsmakers. Deze regeling financiert die laatste stap: het bundelen, doorontwikkelen, opschalen of aanpassen van bestaande producten en resultaten zodat ze breed inzetbaar worden.

Concreet zijn dat richtlijnen, handreikingen, keuzehulpen, trainingen, e-learnings, kennissyntheses, signalementen voor beleid of onderwijsmodules voor zorgverleners en professionals in het sociale domein. Ook het aanpassen van een bestaand product voor een andere infectieziekte of voor toepassing in een nieuwe context valt eronder.

Belangrijke voorwaarde: deze regeling is alleen toegankelijk voor projecten die voortbouwen op resultaten van een eerder onderzoek binnen hetzelfde nationale programma. Voorafgaand aan de aanvraag is overleg met het programmateam verplicht, en die correspondentie moet als bijlage worden meegestuurd. Projecten die eerder al een soortgelijke vervolgsubsidie hebben ontvangen, komen niet opnieuw in aanmerking.

Voor wie: in Nederland gevestigde organisaties met een afgerond programma-project waarvan de resultaten breder kunnen worden ingezet. Onderzoeksinstellingen, kennisinstituten, GGD'en, zorginstellingen en brancheorganisaties.

Bedrag: maximaal € 50.000 per project. Eigen plafond van € 500.000, los van de eerste twee routes.

Deadline: doorlopend van 12 juni 2026 tot uiterlijk 31 december 2028, op volgorde van binnenkomst.

Waarom in deze selectie: sluit de cyclus binnen het programma. Voor wie een onderzoeksproject heeft afgerond en daar concreet vervolg aan wil geven, is dit het instrument. Bekijk de volledige regeling voor implementatie van infectieziekteonderzoek op Fondswervingonline.

Welke route past bij jouw project?

De drie regelingen overlappen niet in functie, en niet elke organisatie komt voor alle drie in aanmerking. Deze vragen helpen bij de oriëntatie:

  • Heb je een idee dat nog niet is getoetst, of werk je met data en methoden die al bestaan?
  • Verzamel je nieuwe primaire data, of bouw je voort op wat er al ligt?
  • Zit je nog in de onderzoeksfase, of heb je een afgerond project waarvan de resultaten de praktijk zouden moeten bereiken?
  • Heb je een eerder traject binnen hetzelfde meerjarenprogramma achter de rug, of stap je net in?
  • Is er ruimte in de planning voor het verplichte vooroverleg dat bij de implementatieroute hoort?

De timing speelt mee. Tussen 12 juni en 7 juli 2026 staan alle drie de regelingen kort tegelijk open. Daarvoor zijn alleen de eerste twee toegankelijk, en daarna blijft alleen de implementatieroute beschikbaar tot eind 2028. Dat venster maakt het juist voor organisaties die op dit moment in een overgangsfase zitten interessant om bewust te kiezen welk instrument bij de actuele projectfase past.

Of je nu subsidies coördineert binnen een academisch ziekenhuis of als fondsenwerver werkt voor een GGD of kennisinstituut: het loont om eerst de fase scherp te krijgen voordat je naar het instrument kijkt.

Veelgestelde vragen

  • Wat is het verschil tussen pilotonderzoek en de impuls voor verdieping? 
    Pilotonderzoek toetst de haalbaarheid, methodologie of bruikbaarheid van een nieuw idee, vaak met kleinschalige interventies of proof-of-concept-studies. De impuls voor verdieping richt zich op verdiepende analyses, methodologische verfijning of aanvullend laboratoriumonderzoek met al bestaande data of samples. Nieuwe primaire dataverzameling is bij die tweede route uitgesloten.
  • Kan ik tegelijk een aanvraag indienen voor pilotonderzoek én voor de onderzoeksimpuls? 
    Nee. Een aanvrager kan binnen het meerjarenprogramma niet voor beide oproepen tegelijk indienen. De keuze tussen verkennen of verdiepen moet vooraf gemaakt worden. Per aanvrager wordt maximaal één aanvraag in behandeling genomen.
  • Wat als mijn project zich richt op COVID-19, antimicrobiële resistentie of pandemische paraatheid? 
    Voor pilotonderzoek en de onderzoeksimpuls vallen projecten die zich daar uitsluitend op richten buiten de scope. Andere uitsluitingen voor die twee routes zijn vaccinatiebereidheid en RSV bij kinderen.
  • Wanneer staan de drie regelingen open? 
    Pilotonderzoek en de onderzoeksimpuls staan open tot 7 juli 2026, 14:00 uur, op volgorde van binnenkomst. De implementatieroute opent op 12 juni 2026 en loopt door tot 31 december 2028. Tussen 12 juni en 7 juli 2026 zijn alle drie tegelijk benaderbaar.
  • Wie kan een aanvraag indienen voor de implementatieroute? 
    Alleen organisaties die een eerder project binnen hetzelfde meerjarenprogramma hebben afgerond en daarop willen voortbouwen. Voorafgaand aan de aanvraag is overleg met het programmateam verplicht, en de bijbehorende correspondentie moet als bijlage worden meegestuurd.
  • Hoe groot is het verschil in budget tussen de drie routes? 
    Per project bieden alle drie de regelingen maximaal € 50.000. Wat verschilt is het totale plafond: pilotonderzoek en de onderzoeksimpuls delen samen € 1 miljoen voor 2026. De implementatieroute heeft een eigen plafond van € 500.000 dat doorloopt tot eind 2028.

Gerelateerde fondsen en subsidies