De drie routes hieronder bedienen elk een van deze posities. Ze sluiten elkaar niet uit: een organisatie die in route 1 begint, kan jaren later met dezelfde innovatie in route 2 of route 3 terechtkomen. Maar voor de eerstvolgende aanvraagstap is bijna altijd één route het meest passend.
Route 1: praktijkgericht onderzoek aan hogescholen
De eerste route richt zich op het fundament: het ontwikkelen van toepasbare kennis over water- en bodemvraagstukken. Deze route is interessant voor hogescholen die in consortium met decentrale overheden, zoals gemeenten, provincies, waterschappen, onderzoek willen doen dat zowel de praktijk verandert als het onderwijs voedt.
De thematische focus is afgebakend in vier programmalijnen: regionaal zoetwaterbeheer en waterbesparing in de industrie, droogtebestendig inrichten van wijken, bodemgezondheid en regie op de ondergrond, en de waterkeringszone van de grote wateren. Het zijn vraagstukken die nadrukkelijk in Nederlandse, regionale context worden opgepakt. Doorwerking is een kernvereiste: de uitkomsten moeten landen in zowel beleid als beroepsonderwijs.
Voor hogescholen met een lectoraat in dit domein en een netwerk van publieke partners is dit een belangrijke ronde. Er worden maximaal vijf projecten gehonoreerd uit een totaalbudget van ruim € 2,1 miljoen, met een subsidieplafond per project van € 369.000 tot € 720.000 afhankelijk van de programmalijn. Cofinanciering van minimaal 25%, in cash of in kind, is verplicht. Het consortium bevat minimaal één andere hogeschool en twee publieke partijen, waarvan ten minste één decentrale overheid. De indientermijn sluit op 16 juni 2026.
Bekijk de volledige regeling op Fondswervingonline.
Route 2: pilots met satelliettechnologie voor de watersector
De tweede route brengt technologische innovatie richting de markt. Deze regeling is interessant voor bedrijven, vaak MKB, die ruimtegebaseerde diensten ontwikkelen voor waterduurzaamheid en waterveerkracht. Aardobservatie, satellietnavigatie en satellietcommunicatie vormen de kerntechnologieën, eventueel gecombineerd met AI, IoT of drones.
De toepassingsgebieden zijn breed. Aan de duurzaamheidskant gaat het om waterkwaliteitsmonitoring (denk aan turbiditeit, algenbloei, chlorofyl-a), beheer van watervoorraden, sanitatie en bestrijding van watervervuiling. Aan de veerkrachtkant om infrastructuurmonitoring, reductie van niet-gefactureerd water en lekdetectie, voorkoming van rioleringsstoringen, veerkracht tegen droogte en overstromingen, en stedelijke klimaatadaptatie. Beide activiteitstypen worden gefinancierd: proof-of-concept-studies waarin markt en techniek worden gevalideerd via een minimum viable product, en pilotprojecten waarin een pre-operationele dienst wordt gedemonstreerd bij echte klanten.
Drie kenmerken maken deze regeling onderscheidend. De beoordeling is niet-competitief: elk voorstel wordt op eigen merites geëvalueerd, niet onderling vergeleken. De cofinanciering bedraagt 50 tot 80% van de projectkosten, waarbij de hoogste percentages doorgaans gereserveerd zijn voor kleinere MKB-bedrijven. En klantbetrokkenheid is een harde eis: bij indiening moeten Letters of Interest van potentiële klanten of eindgebruikers worden bijgevoegd. Aanvragers uit 22 deelnemende landen waaronder Nederland kunnen indienen tot 30 augustus 2026.
Bekijk de volledige regeling op Fondswervingonline.
Route 3: internationale erkenning voor water- en oceaaninnovatie
De derde route is een internationale prijs voor projecten in vroege fase die al wel praktische toepasbaarheid en lokale verankering kunnen aantonen. De regeling kent twee categorieën: projecten die duurzame toegang tot veilig drinkwater of verbeterde sanitatie bevorderen, en projecten die bijdragen aan oceaangezondheid of bescherming van mariene ecosystemen. De oceaancategorie is dit jaar voor het eerst beschikbaar.
Wat deze route bijzonder maakt is de combinatie van flexibele aanvragerseisen en een hoge curatorale lat. Individuen, teams, onderwijsinstellingen, non-profits en bedrijven kunnen indienen, mits aanvragers minimaal 21 jaar zijn. Er gelden zes beoordelingscriteria: schaalbaarheid, innovatie, praktische toepasbaarheid, gelijke toegang, stakeholderimpact en lokale verankering. Vroegefaseprojecten hebben de voorkeur, met sterke community-betrokkenheid in ontwerp, uitvoering en beheer.
Per categorie wordt $ 75.000 toegekend aan één winnaar, vrij besteedbaar. Het totale prijzenpakket bedraagt daarmee minimaal $ 150.000 in 2026. De combinatie van financiering en internationale zichtbaarheid via het netwerk van de verstrekker maakt deze regeling waardevol voor organisaties die hun project niet alleen willen uitvoeren, maar ook willen positioneren voor opschaling. De indientermijn sluit op 12 juli 2026.
Bekijk de volledige regeling op Fondswervingonline.
Route 3: internationale erkenning voor water- en oceaaninnovatie
De derde route is een internationale prijs voor projecten in vroege fase die al wel praktische toepasbaarheid en lokale verankering kunnen aantonen. De regeling kent twee categorieën: projecten die duurzame toegang tot veilig drinkwater of verbeterde sanitatie bevorderen, en projecten die bijdragen aan oceaangezondheid of bescherming van mariene ecosystemen. De oceaancategorie is dit jaar voor het eerst beschikbaar.
Wat deze route bijzonder maakt is de combinatie van flexibele aanvragerseisen en een hoge curatorale lat. Individuen, teams, onderwijsinstellingen, non-profits en bedrijven kunnen indienen, mits aanvragers minimaal 21 jaar zijn. Er gelden zes beoordelingscriteria: schaalbaarheid, innovatie, praktische toepasbaarheid, gelijke toegang, stakeholderimpact en lokale verankering. Vroegefaseprojecten hebben de voorkeur, met sterke community-betrokkenheid in ontwerp, uitvoering en beheer.
Per categorie wordt $ 75.000 toegekend aan één winnaar, vrij besteedbaar. Het totale prijzenpakket bedraagt daarmee minimaal $ 150.000 in 2026. De combinatie van financiering en internationale zichtbaarheid via het netwerk van de verstrekker maakt deze regeling waardevol voor organisaties die hun project niet alleen willen uitvoeren, maar ook willen positioneren voor opschaling. De indientermijn sluit op 12 juli 2026.
Bekijk de volledige regeling op Fondswervingonline.
Welke route past bij jouw organisatie?
De drie routes verschillen op meerdere dimensies tegelijk: doelgroep, geografische scope, projectfase, bedrag en type financiering. Deze vragen helpen je bepalen welke route bij jouw project past:
- Werk je in een hogeschoolconsortium met publieke partners, of opereer je als zelfstandige (sociale) onderneming, bedrijf of stichting?
- Is jouw vraagstuk regionaal verankerd in Nederland, gericht op de Europese markt, of mondiaal van karakter?
- Zit je in de kennisontwikkelende fase, in proof-of-concept of pilotfase, of heb je al een werkende oplossing die om erkenning en opschaling vraagt?
- Is satelliettechnologie of ruimtedata een kerntechnologie in je project, of staat je oplossing daar los van?
- Werk je met betalende klanten of eindgebruikers, of richt je je primair op maatschappelijke impact in moeilijk bereikbare gebieden?
Onderzoekers en kennisinstellingen met een publiek partnernetwerk vinden hun vertrekpunt vrijwel altijd in route 1. Tech-MKB met klantbetrokkenheid en marktambitie past meestal het beste in route 2. Vroegefase-initiatieven met sterke community-verankering, vooral in lage- en middeninkomenslanden, vinden hun beste fit in route 3.