Zo mag je als onderwijsinstelling met publieke middelen investeren in private activiteiten

Vandaag is de beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten van kracht geworden. Deze beleidsregel stelt de voorwaarden vast waaronder bekostigde hoger onderwijs en middelbaar beroepsonderwijsinstellingen met publieke middelen mogen investeren in private activiteiten. Private activiteiten hoeven overigens niet altijd direct op het onderwijs betrekking te hebben. Ook onderzoeken in opdracht of op verzoek van derden kunnen worden aangemerkt als private activiteiten. In dit artikel vertellen we je voor welke onderwijsinstellingen deze beleidsregel van toepassing is en aan welke voorwaarden deze onderwijsinstellingen moeten voldoen wanneer ze private activiteiten willen ontwikkelen.

Reikwijdte

Deze beleidsregel heeft betrekking op de voorwaarden waaronder bekostigde HO- en MBO-instellingen met publieke middelen mogen investeren in private activiteiten.

Onder bekostigde HO- en MBO-instellingen bedoelen we in dit geval instellingen als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Deze beleidsregel en de voorwaarden zijn overigens niet van toepassing op de besteding van subsidies
Subsidies worden ook aangemerkt als publieke middelen, maar zij hebben een eigen wettelijk kader en een verantwoordingssystematiek die los staat van de wettelijke bekostigingsvoorschriften. Deze beleidsregel is daarom niet van toepassing op de besteding van subsidies door bekostigde HO- en MBO-instellingen.

Voorwaarden

Onderstaand een overzicht van de voorwaarden waaraan publieke activiteiten van hoger onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs instellingen moeten voldoen.

De private activiteit van je onderwijsinstelling is in lijn met de bekostigde wettelijke taak van de instelling
Als instelling kun je dit desgevraagd aantonen op basis van bijvoorbeeld een projectplan waaruit blijkt dat de private activiteit op enigerlei wijze aansluit op of in verband staat met het onderwijs of het onderzoek waarvoor je als onderwijsinstelling van de overheid bekostiging ontvangt.

De private activiteit waarin met publieke middelen wordt geïnvesteerd, levert aantoonbare meerwaarde op voor de bekostigde wettelijke taak
Een belangrijke, je private activiteiten moeten meerwaarde opleveren voor je reguliere onderwijstaken. Maar hoe zorg je daarvoor?

Hiervan is bijvoorbeeld sprake wanneer een private activiteit waarin met publieke middelen is geïnvesteerd, tot gevolg heeft dat je onderwijsinstelling haar relatie met werkgevers in de regio kan versterken, waardoor er meer stageplaatsen en/of leerwerkplaatsen beschikbaar komen. Een intensievere samenwerking met werkgevers in de regio kan ook leiden tot meer en beter inzicht in de behoeften van werkgevers zodat het onderwijs daarop kan worden aangepast.

Contractonderwijs, in welke vorm dan ook, kan leiden tot een grotere deskundigheid van docenten, en wanneer die deskundigheid ook voor de bekostigde wettelijke taak kan worden benut, is er sprake van meerwaarde.

Wanneer je als onderwijsinstelling met publieke middelen wil investeren in private activiteiten is het aan jou de gevraagde meerwaarde voor de bekostigde wettelijke taak te onderbouwen, bijvoorbeeld op bovenstaande manier. 

Wanneer de investering louter is gericht op financieel gewin is er geen sprake van meerwaarde voor de bekostigde wettelijke taak.

Structurele overcapaciteit voor de bekostigde wettelijke taak die (mede) met publiek geld is gefinancierd moet worden afgestoten als dat mogelijk is. Dus overcapaciteit voor de bekostigde wettelijke taak die wordt ingezet voor private activiteiten is tijdelijk van aard
Er moet sprake zijn van een capaciteit voor de bekostigde wettelijke taak (personeel en materieel) die is afgestemd op die bekostigde wettelijke taak. Restcapaciteit voortkomend uit de wettelijke taak kan worden ingezet voor private activiteiten als ten minste de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht bij de afnemer. De restcapaciteit moet wel van tijdelijke aard zijn. Wanneer dat niet het geval is, dan moet deze – uiteraard voor zover mogelijk – worden afgestoten.

De investering in private activiteiten is proportioneel
Mag je je helemaal laten gaan met je private activiteit? Emotioneel natuurlijk altijd, maar financieel moet de investering die je als onderwijsinstelling in deze private activiteiten doet in een redelijke verhouding staan tot de verwachte meerwaarde voor de bekostigde wettelijke taak.

De investering mag niet leiden tot oneerlijke concurrentie

Het is niet toegestaan dat met het investeren van publieke middelen in private activiteiten, de mededinging wordt verstoord. Om deze reden geldt in elk geval als voorwaarde dat je als bekostigde onderwijsinstelling de afnemer van de private activiteit die mede door een investering met publieke middelen tot stand is gekomen, ten minste de integrale kostprijs in rekening brengt.

Bij de vaststelling van de integrale kostprijs gaat het om álle kosten die samenhangen met de private activiteit, zoals:

  • Ontwikkelkosten van de private activiteit, zoals de ontwikkelkosten van een niet-bekostigde opleiding, of van daarvan afgeleide varianten, al dan niet in modules
  • Personeelskosten
  • Kosten van dienstverlening door derden
  • Huisvestingskosten
  • Afschrijvings- en onderhoudskosten
  • Kostprijsverhogende belastingen, zoals btw en loonbelasting
  • Vermogenskosten vreemd vermogen, indien ten behoeve van de activiteit investeringen zijn gefinancierd met vreemd vermogen
  • Indirecte kosten
  • Een risico-opslag (wordt bij onderdeel i nader gedefinieerd)

Sommige kosten hangen volledig samen met de activiteit en dienen geheel te worden meegenomen. Kostenposten die voor een deel samenhangen met de activiteit worden naar rato doorberekend. De berekeningswijze dient volgens bedrijfseconomische principes te worden opgesteld. Die berekening dient onderbouwd en gemotiveerd zijn.

Een positief resultaat uit private activiteiten waarin met publieke middelen is geïnvesteerd, wordt aan het publieke eigen vermogen toegevoegd
Wanneer er sprake is van een private activiteit waarin geheel of gedeeltelijk met publieke middelen is gefinancierd, dan wordt een positief resultaat aan het publieke vermogen toegevoegd. Andersom geldt dat wanneer met een private activiteit waarin met publieke middelen is geïnvesteerd, een negatief financieel resultaat wordt behaald, dat negatieve resultaat ten laste mag worden gebracht van het publieke deel van het eigen vermogen.

Daarbij geldt onverminderd het uitgangspunt dat private activiteiten niet ten koste mogen gaan van de bekostigde wettelijke taak en dat bij een negatief resultaat de gehele private activiteit opnieuw tegen het licht van de in deze beleidsregel genoemde voorwaarden moet worden gehouden. Tot slot is het niet toegestaan om publieke middelen aan te wenden om risico’s af te dekken, die voortkomen uit private activiteiten die geheel met private middelen zijn gefinancierd.

Over de investeringen met publieke middelen in private activiteiten wordt volledig en transparant verantwoording afgelegd in het bestuursverslag
Het bestuur van de onderwijsinstelling moet in haar bestuursverslag een overzicht geeft van de soort private activiteiten waarin met publieke middelen is geïnvesteerd.

In het overzicht van de private activiteiten waarin met publieke middelen is geïnvesteerd, wordt per soort activiteit ten minste vermeld:

  • Omvang van de baten
  • Omvang van de geïnvesteerde publieke middelen en de mutatie daarvan in het verslagjaar
  • Beschrijving van het (risico-)beleid en beheer
  • Een beschrijving van de juridische en organisatorische inbedding van de soort private activiteit, inclusief een beschrijving van de verantwoordelijkheidstoebedeling
  • Beschrijving van de meerwaarde van de soort private activiteit voor de bekostigde wettelijke taak.

Subsidies voor onderwijsinstellingen

Zoals je hebt kunnen lezen vallen subsidies onder de publieke middelen, en vallen deze dus niet onder de "Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten".
Onderstaand een overzicht van subsidies en fondsen op het gebied van onderwijs en educatie.

  • Subsidie voor sociale, culturele en maatschappelijke activiteiten in Tilburg en omgeving

    Subsidie voor sociale, culturele en maatschappelijke doelen en activiteiten die gericht zijn op de gemeente Tilburg en directe omgeving. Per jaar is er ca. € 324.000 beschikbaar. Je kunt de...

  • Subsidie algemeen nut beogende instellingen en soortgelijk

    Klein familiefonds, gericht op het financieel ondersteunen van kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke en algemeen nut beogende instellingen. De subsidie...

  • Subsidie voor o.a. wetenschappelijk onderzoek, onderwijs, dierenwelzijn. armoede en mensen met een beperking

    Financieel ondersteunen van organisaties en projecten met een ideëel doel ten behoeve van mens en dier in binnen- en buitenland. Er kan steun worden verleend aan een breed scala van organisaties en...

  • Subsidie basisscholen

    Subsidie voor basisscholen om de eventuele eindmusical van groep 8 voor een live publiek in een professioneel theater in de buurt te spelen. Ook een kerk(genootschap) kan dienen als locatie, mits...

  • Subsidie voor heilpedagogie en sociaaltherapie

    Subsidie voor innovaties en nieuwe initiatieven op het gebied van de heilpedagogie en sociaal therapie, die bijdragen aan de kwaliteit en ontwikkeling van de antroposofische gehandicaptenzorg in...

  • Toon meer resultaten