Kunst, cultuur en media

Nieuwe subsidie tot € 50.000 voor interdisciplinaire kunstprojecten en makers

Kunst - Retro

Werk je bij een culturele organisatie aan een project dat film met literatuur verbindt, of theater met beeldende kunst? Of ben je een maker wiens praktijk zich niet in één discipline laat vangen? Er is een nieuwe landelijke pilotregeling, een gezamenlijk initiatief van de zes rijkscultuurfondsen, speciaal voor projecten en praktijken die tot nu toe tussen de fondsen in vielen. Organisaties ontvangen een vaste bijdrage van € 12.500 of € 50.000, individuele makers € 24.900 voor een jaar praktijkontwikkeling. De eerste aanvraagronde is net geopend, met een deadline op 1 oktober 2026. In dit artikel lees je wat deze subsidie inhoudt, voor wie zij interessant is en waar je bij een sterke aanvraag op moet letten.

Samengevat

Vaste bijdragen van € 12.500 of € 50.000 voor culturele organisaties en € 24.900 voor individuele makers die minimaal twee kunstdisciplines integreren, deadline 1 oktober 2026, Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk.

Wat houdt deze subsidie in?

Deze pilotregeling biedt vaste bijdragen voor projecten en praktijken waarin minimaal twee kunstdisciplines worden geïntegreerd, gecombineerd of versmolten. Het is een gezamenlijk initiatief van de zes rijkscultuurfondsen, bedoeld voor werk dat niet of niet als geheel binnen een van hun bestaande regelingen past. Denk aan een presentatie op het grensvlak van podiumkunsten en beeldende kunst, een boek dat zich openbaart in een combinatie van literatuur en film, of een participatief werk waarin muziek en mode elkaar ontmoeten.

De regeling bestaat uit twee onderdelen. Het ene is gericht op interdisciplinaire projecten van culturele organisaties die een publiek betrekken, voor een publiek worden uitgevoerd of vertoond, of door een publiek kunnen worden bezocht. Het andere ondersteunt de praktijkontwikkeling van individuele makers gedurende een jaar: werk maken, onderzoek, experiment, aanschaf van materiaal en apparatuur, of deelname aan tentoonstellingen en manifestaties in binnen- en buitenland.

Belangrijk om te weten: het gaat om integratie van disciplines in één uiting, niet om disciplines die slechts naast elkaar staan. Dat onderscheid toetst de adviescommissie expliciet. Onder een interdisciplinaire praktijk vallen overigens ook multidisciplinaire, hybride, transdisciplinaire en disciplineoverschrijdende praktijken; de regeling hanteert het begrip breed.

Voor wie is deze subsidie interessant?

De subsidie staat open voor culturele organisaties zonder winstoogmerk én voor individuele makers met een professionele interdisciplinaire praktijk. Concreet:

  • culturele organisaties met rechtspersoonlijkheid zonder winstoogmerk, gevestigd in Nederland of het Caribisch deel van het Koninkrijk, of collectieven van rechtspersonen;
  • individuele makers met een aantoonbare professionele interdisciplinaire praktijk van minimaal één jaar, waarin disciplines worden gecombineerd die het werkterrein van verschillende rijkscultuurfondsen beslaan;
  • zowel makers met een kunstopleiding als autodidacten.

Ook organisaties die niet primair als kunstinstelling bekendstaan, maar disciplines als beeldende kunst, digitale cultuur, mode, architectuur, podiumkunsten, literatuur of film combineren in een publieksgericht project, kunnen binnen deze regeling passen. Voor individuele makers geldt wel een inkomensgrens: het verzamelinkomen mag in de aangevraagde periode niet hoger zijn dan € 55.000. Mediabedrijven, kunstvakopleidingen en makers die een voltijdopleiding volgen, komen niet in aanmerking.

Waarvoor kun je deze subsidie gebruiken?

De subsidie financiert publieksgerichte interdisciplinaire projecten van organisaties en de jaarpraktijk van individuele makers. Bijvoorbeeld:

  • een presentatie of event waarin podiumkunsten en beeldende kunst samenkomen;
  • een productie op het snijvlak van literatuur en film of documentaire;
  • een participatief project waarin muziek, mode of design worden verweven;
  • werk op het grensvlak van digitale cultuur en een klassieke kunstdiscipline;
  • voor makers: een jaar lang werk maken, onderzoeken, experimenteren, materiaal en apparatuur aanschaffen, of deelnemen aan events en tentoonstellingen in binnen- en buitenland.

Amateurs mogen meedoen aan projecten, mits er professionele artistiek eindverantwoordelijken en een professionele context zijn. Reeds gestarte projecten komen niet in aanmerking: een bijdrage wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.

Waar geldt deze subsidie?

De regeling geldt voor Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk. De aanvrager is hier gevestigd of ingebed en de activiteiten vinden hier plaats. Deelname aan events en tentoonstellingen in het buitenland kan wel onderdeel zijn van de praktijkontwikkeling van individuele makers.

Hoeveel kun je aanvragen?

De subsidie werkt met vaste bijdragen, afhankelijk van wie aanvraagt en de omvang van de begroting:

  • € 12.500 voor een project van een organisatie met een begroting van € 15.000 tot € 60.000;
  • € 50.000 voor een project van een organisatie met een begroting van € 60.000 tot € 500.000;
  • € 24.900 voor twaalf maanden praktijkontwikkeling van een individuele maker.

Die vaste bedragen maken de aanvraag overzichtelijk: er valt niet te onderhandelen over de hoogte, wel moet je begroting in de juiste bandbreedte vallen. De subsidieplafonds zijn gepubliceerd in de Staatscourant. Is het plafond ontoereikend, dan worden positief beoordeelde aanvragen gerangschikt op basis van de beoordelingscriteria. Stapeling is niet toegestaan: voor hetzelfde project of dezelfde periode kan geen vergelijkbare bijdrage bij een van de zes rijkscultuurfondsen worden aangevraagd. Individuele makers kunnen de bijdrage bovendien maximaal één keer ontvangen.

Wanneer en hoe kun je aanvragen?

Aanvragen kan twee keer per jaar via een online aanvraagsysteem; de eerstvolgende deadline is donderdag 1 oktober 2026, vóór 16.00 uur Nederlandse tijd (10.00 uur in het Caribisch gebied). De indientermijn is geopend op 21 juli 2026.

Je hebt een account nodig in het aanvraagsysteem en het aanvragen daarvan duurt een aantal werkdagen: begin dus ruim op tijd. Individuele makers sturen onder meer een plan voor het komende jaar, een cv, een toelichting op het werk en het cultureel ondernemerschap, documentatiemateriaal van de belangrijkste werken uit de afgelopen vier jaar en een kopie van de belastingaangifte mee. Voor organisaties volgt de checklist de indeling van het aanvraagformulier. Houd rekening met een behandeltermijn van drie maanden na de deadline.

Voor de volledige voorwaarden, de checklists en het aanvraagproces, bekijk de regeling op Fondswervingonline.

Wat is de achtergrond en context van deze subsidie?

Deze pilotregeling dicht een gat dat al jaren zichtbaar is in het Nederlandse cultuurbestel. Het landelijke subsidiestelsel is georganiseerd langs disciplinelijnen: elk van de zes rijkscultuurfondsen heeft een eigen werkterrein, van film en podiumkunsten tot literatuur, beeldende kunst, creatieve industrie en cultuurparticipatie. Wie daartussen werkt, viel tot nu toe letterlijk tussen wal en schip: het project paste nergens als geheel, en stapeling van bijdragen was zelden een oplossing.

Dat gat is niet klein. Volgens de Monitor Kunstenaars van het CBS telde Nederland in de periode 2021/2023 gemiddeld 194 duizend kunstenaars per jaar, zo'n 2 procent van de werkzame beroepsbevolking. Een groeiend deel van hen werkt hybride en disciplineoverschrijdend, mede door de opkomst van digitale cultuur en crossovers tussen kunstvormen. Dat de zes rijkscultuurfondsen nu gezamenlijk één loket openen voor precies deze groep, is daarmee meer dan een nieuwe regeling: het is een signaal dat het bestel zich aanpast aan hoe makers en organisaties feitelijk werken.

Voor fondsenwervers en subsidiecoördinatoren bij culturele organisaties, en voor makers die hun eigen financiering regelen, is dit bovendien een pilot. Wie in de eerste rondes aanvraagt, helpt mede bepalen of en hoe deze route een blijvende plek krijgt in het cultuurbestel. De regeling verdient het om nu al in beeld te zijn, niet pas als zij gevestigd is.

Welke tips zijn er voor een sterke aanvraag?

  • Toon integratie aan, geen optelsom
    De adviescommissie, met adviseurs vanuit de verschillende rijkscultuurfondsen, toetst expliciet of minimaal twee disciplines in één uiting worden geïntegreerd. Twee disciplines die naast elkaar staan in één programma is niet genoeg.
  • Controleer eerst of je project echt nergens anders past
    Projecten die als geheel binnen een andere regeling van een van de zes rijkscultuurfondsen passen, worden afgewezen. Die check vooraf bespaart je een afwijzing en, voor individuele makers, een wachttijd van 12 maanden voor een nieuwe aanvraag.
  • Vraag je account direct aan
    Het aanmaken van een account in het online aanvraagsysteem duurt een aantal werkdagen. Wie dat pas eind september doet, redt de deadline van 1 oktober niet.
  • Wacht met starten
    Het project mag nog niet gestart zijn op het moment van aanvragen. Plan de startdatum dus na de behandeltermijn van drie maanden.
  • Neem fair pay serieus
    Organisaties moeten de Fair Practice Code, de Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie onderschrijven. Iedereen die voor het project werkt, staat in de begroting en wordt vergoed volgens geldende cao's of richtlijnen. Een begroting zonder reële vergoedingen valt door de mand.
  • Lever een volledig dossier aan
    Bij een onvolledige aanvraag heb je nog uiterlijk 24 uur om ontbrekende documenten na te sturen. Daarna wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. Verzamel alle gevraagde informatie voordat je het formulier invult en upload bijlagen als pdf.

Veelgestelde vragen over deze subsidie

Samengevat: vaste bijdragen van € 12.500 of € 50.000 voor culturele organisaties en € 24.900 voor individuele makers die minimaal twee kunstdisciplines integreren, deadline 1 oktober 2026, Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk.

Wat houdt deze subsidie in?

Deze pilotregeling biedt vaste bijdragen voor projecten en praktijken waarin minimaal twee kunstdisciplines worden geïntegreerd, gecombineerd of versmolten. Het is een gezamenlijk initiatief van de zes rijkscultuurfondsen, bedoeld voor werk dat niet of niet als geheel binnen een van hun bestaande regelingen past. Denk aan een presentatie op het grensvlak van podiumkunsten en beeldende kunst, een boek dat zich openbaart in een combinatie van literatuur en film, of een participatief werk waarin muziek en mode elkaar ontmoeten.

De regeling bestaat uit twee onderdelen. Het ene is gericht op interdisciplinaire projecten van culturele organisaties die een publiek betrekken, voor een publiek worden uitgevoerd of vertoond, of door een publiek kunnen worden bezocht. Het andere ondersteunt de praktijkontwikkeling van individuele makers gedurende een jaar: werk maken, onderzoek, experiment, aanschaf van materiaal en apparatuur, of deelname aan tentoonstellingen en manifestaties in binnen- en buitenland.

Belangrijk om te weten: het gaat om integratie van disciplines in één uiting, niet om disciplines die slechts naast elkaar staan. Dat onderscheid toetst de adviescommissie expliciet. Onder een interdisciplinaire praktijk vallen overigens ook multidisciplinaire, hybride, transdisciplinaire en disciplineoverschrijdende praktijken; de regeling hanteert het begrip breed.

Voor wie is deze subsidie interessant?

De subsidie staat open voor culturele organisaties zonder winstoogmerk én voor individuele makers met een professionele interdisciplinaire praktijk. Concreet:

  • culturele organisaties met rechtspersoonlijkheid zonder winstoogmerk, gevestigd in Nederland of het Caribisch deel van het Koninkrijk, of collectieven van rechtspersonen;
  • individuele makers met een aantoonbare professionele interdisciplinaire praktijk van minimaal één jaar, waarin disciplines worden gecombineerd die het werkterrein van verschillende rijkscultuurfondsen beslaan;
  • zowel makers met een kunstopleiding als autodidacten.

Ook organisaties die niet primair als kunstinstelling bekendstaan, maar disciplines als beeldende kunst, digitale cultuur, mode, architectuur, podiumkunsten, literatuur of film combineren in een publieksgericht project, kunnen binnen deze regeling passen. Voor individuele makers geldt wel een inkomensgrens: het verzamelinkomen mag in de aangevraagde periode niet hoger zijn dan € 55.000. Mediabedrijven, kunstvakopleidingen en makers die een voltijdopleiding volgen, komen niet in aanmerking.

Waarvoor kun je deze subsidie gebruiken?

De subsidie financiert publieksgerichte interdisciplinaire projecten van organisaties en de jaarpraktijk van individuele makers. Bijvoorbeeld:

  • een presentatie of event waarin podiumkunsten en beeldende kunst samenkomen;
  • een productie op het snijvlak van literatuur en film of documentaire;
  • een participatief project waarin muziek, mode of design worden verweven;
  • werk op het grensvlak van digitale cultuur en een klassieke kunstdiscipline;
  • voor makers: een jaar lang werk maken, onderzoeken, experimenteren, materiaal en apparatuur aanschaffen, of deelnemen aan events en tentoonstellingen in binnen- en buitenland.

Amateurs mogen meedoen aan projecten, mits er professionele artistiek eindverantwoordelijken en een professionele context zijn. Reeds gestarte projecten komen niet in aanmerking: een bijdrage wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.

Waar geldt deze subsidie?

De regeling geldt voor Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk. De aanvrager is hier gevestigd of ingebed en de activiteiten vinden hier plaats. Deelname aan events en tentoonstellingen in het buitenland kan wel onderdeel zijn van de praktijkontwikkeling van individuele makers.

Hoeveel kun je aanvragen?

De subsidie werkt met vaste bijdragen, afhankelijk van wie aanvraagt en de omvang van de begroting:

  • € 12.500 voor een project van een organisatie met een begroting van € 15.000 tot € 60.000;
  • € 50.000 voor een project van een organisatie met een begroting van € 60.000 tot € 500.000;
  • € 24.900 voor twaalf maanden praktijkontwikkeling van een individuele maker.

Die vaste bedragen maken de aanvraag overzichtelijk: er valt niet te onderhandelen over de hoogte, wel moet je begroting in de juiste bandbreedte vallen. De subsidieplafonds zijn gepubliceerd in de Staatscourant. Is het plafond ontoereikend, dan worden positief beoordeelde aanvragen gerangschikt op basis van de beoordelingscriteria. Stapeling is niet toegestaan: voor hetzelfde project of dezelfde periode kan geen vergelijkbare bijdrage bij een van de zes rijkscultuurfondsen worden aangevraagd. Individuele makers kunnen de bijdrage bovendien maximaal één keer ontvangen.

Wanneer en hoe kun je aanvragen?

Aanvragen kan twee keer per jaar via een online aanvraagsysteem; de eerstvolgende deadline is donderdag 1 oktober 2026, vóór 16.00 uur Nederlandse tijd (10.00 uur in het Caribisch gebied). De indientermijn is geopend op 21 juli 2026.

Je hebt een account nodig in het aanvraagsysteem en het aanvragen daarvan duurt een aantal werkdagen: begin dus ruim op tijd. Individuele makers sturen onder meer een plan voor het komende jaar, een cv, een toelichting op het werk en het cultureel ondernemerschap, documentatiemateriaal van de belangrijkste werken uit de afgelopen vier jaar en een kopie van de belastingaangifte mee. Voor organisaties volgt de checklist de indeling van het aanvraagformulier. Houd rekening met een behandeltermijn van drie maanden na de deadline.

Voor de volledige voorwaarden, de checklists en het aanvraagproces, bekijk de regeling op Fondswervingonline.

Wat is de achtergrond en context van deze subsidie?

Deze pilotregeling dicht een gat dat al jaren zichtbaar is in het Nederlandse cultuurbestel. Het landelijke subsidiestelsel is georganiseerd langs disciplinelijnen: elk van de zes rijkscultuurfondsen heeft een eigen werkterrein, van film en podiumkunsten tot literatuur, beeldende kunst, creatieve industrie en cultuurparticipatie. Wie daartussen werkt, viel tot nu toe letterlijk tussen wal en schip: het project paste nergens als geheel, en stapeling van bijdragen was zelden een oplossing.

Dat gat is niet klein. Volgens de Monitor Kunstenaars van het CBS telde Nederland in de periode 2021/2023 gemiddeld 194 duizend kunstenaars per jaar, zo'n 2 procent van de werkzame beroepsbevolking. Een groeiend deel van hen werkt hybride en disciplineoverschrijdend, mede door de opkomst van digitale cultuur en crossovers tussen kunstvormen. Dat de zes rijkscultuurfondsen nu gezamenlijk één loket openen voor precies deze groep, is daarmee meer dan een nieuwe regeling: het is een signaal dat het bestel zich aanpast aan hoe makers en organisaties feitelijk werken.

Voor fondsenwervers en subsidiecoördinatoren bij culturele organisaties, en voor makers die hun eigen financiering regelen, is dit bovendien een pilot. Wie in de eerste rondes aanvraagt, helpt mede bepalen of en hoe deze route een blijvende plek krijgt in het cultuurbestel. De regeling verdient het om nu al in beeld te zijn, niet pas als zij gevestigd is.

Welke tips zijn er voor een sterke aanvraag?

  • Toon integratie aan, geen optelsom. 
    De adviescommissie, met adviseurs vanuit de verschillende rijkscultuurfondsen, toetst expliciet of minimaal twee disciplines in één uiting worden geïntegreerd. Twee disciplines die naast elkaar staan in één programma is niet genoeg.
  • Controleer eerst of je project echt nergens anders past. 
    Projecten die als geheel binnen een andere regeling van een van de zes rijkscultuurfondsen passen, worden afgewezen. Die check vooraf bespaart je een afwijzing en, voor individuele makers, een wachttijd van 12 maanden voor een nieuwe aanvraag.
  • Vraag je account direct aan. 
    Het aanmaken van een account in het online aanvraagsysteem duurt een aantal werkdagen. Wie dat pas eind september doet, redt de deadline van 1 oktober niet.
  • Wacht met starten. 
    Het project mag nog niet gestart zijn op het moment van aanvragen. Plan de startdatum dus na de behandeltermijn van drie maanden.
  • Neem fair pay serieus. 
    Organisaties moeten de Fair Practice Code, de Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie onderschrijven. Iedereen die voor het project werkt, staat in de begroting en wordt vergoed volgens geldende cao's of richtlijnen. Een begroting zonder reële vergoedingen valt door de mand.
  • Lever een volledig dossier aan. 
    Bij een onvolledige aanvraag heb je nog uiterlijk 24 uur om ontbrekende documenten na te sturen. Daarna wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. Verzamel alle gevraagde informatie voordat je het formulier invult en upload bijlagen als pdf.

Veel gestelde vragen over deze subsidie

  • Wat is het doel van deze subsidie? 
    Het stimuleren van interdisciplinariteit in het culturele veld door projecten en makers te ondersteunen die niet binnen één regeling van de rijkscultuurfondsen passen.
  • Wie kan deze subsidie aanvragen? 
    Culturele organisaties met rechtspersoonlijkheid zonder winstoogmerk, gevestigd in Nederland of het Caribisch deel van het Koninkrijk, en individuele makers met minimaal één jaar professionele interdisciplinaire praktijk.
  • Hoeveel kan ik aanvragen? 
    Organisaties ontvangen een vaste bijdrage van € 12.500 of € 50.000, afhankelijk van de projectbegroting. Individuele makers ontvangen € 24.900 voor twaalf maanden praktijkontwikkeling.
  • Wanneer is de deadline? 
    Donderdag 1 oktober 2026, vóór 16.00 uur Nederlandse tijd (10.00 uur in het Caribisch gebied). Aanvragen kan twee keer per jaar.
  • Kom ik als autodidact in aanmerking? 
    Ja. Zowel makers met een kunstopleiding als autodidacten kunnen aanvragen. Zonder afgeronde hbo-bachelor telt de eerste presentatie van je praktijk binnen een relevant cultureel circuit als startpunt van je beroepspraktijk.
  • Wat is het verschil met een reguliere projectsubsidie van een cultuurfonds? 
    Deze regeling is er juist voor werk dat niet als geheel binnen één fonds past en werkt met vaste bijdragen in plaats van variabele bedragen. Past je project wel volledig binnen een andere regeling, dan word je daarnaar verwezen.
  • Mag ik deze subsidie combineren met andere bijdragen? 
    Nee. Voor hetzelfde project of dezelfde periode kan geen aanvullende of vergelijkbare bijdrage bij een van de zes rijkscultuurfondsen worden aangevraagd.
  • Wat gebeurt er na een afwijzing? 
    Voor individuele makers geldt een wachttijd van 12 maanden voor een nieuwe aanvraag. Bezwaar maken kan binnen 6 weken onder de Algemene wet bestuursrecht.

Gerelateerde fondsen en subsidies