Internationaal ondernemen en ontwikkelingswerk

Subsidie tot € 22 miljoen voor maatschappelijke organisaties die werken aan eerlijke waardeketens in 21 landen

Fair trade - Koffie

Werk je bij een maatschappelijke organisatie die zich internationaal richt op landbouw, kritieke grondstoffen of textiel? Er is een nieuwe subsidieregeling die per project tot € 22 miljoen biedt aan organisaties die schone en eerlijke handel bevorderen door lokale partners te versterken. De aanvraagperiode is kort: 30 juni tot 11 augustus 2026, met een totaal subsidieplafond van € 83 miljoen. Bijzonder aan deze regeling: het gaat om geïntegreerde projecten van 60 maanden die capaciteitsversterking, dienstverlening, dialoog en financiering van lokale partners verplicht combineren. In dit artikel lees je wat deze subsidie inhoudt, voor wie zij interessant is en waar je bij een sterke aanvraag op moet letten.

Wat houdt deze subsidie in?

Deze binnenkort nieuw geopende subsidieregeling ondersteunt maatschappelijke organisaties die werken aan schone en eerlijke handel in lage- en middeninkomenslanden. Het uitgangspunt is dat verandering in waardeketens niet van bovenaf wordt opgelegd, maar dat lokale maatschappelijke organisaties zelf de regie voeren. Nederlandse expertise en netwerken worden ingezet om die lokale partijen te versterken en om de verbinding te maken met Nederlandse en Europese ondernemingen aan het einde van de keten.

Concreet betekent dit dat projecten verplicht alle vier de volgende activiteitensoorten geïntegreerd moeten bevatten: capaciteitsversterking van lokale partners, het zelf leveren van dienstverlening zoals training en voorlichting, dialoog met overheden, bedrijfsleven en multilaterale instellingen, en het financieel ondersteunen van partners zodat zij hun eigen dienstverlening en dialoog kunnen uitvoeren. Een project richt zich op één of maximaal twee focussectoren: landbouw en agrofood, mijnbouw en kritieke grondstoffen, of kleding en textiel.

De looptijd van een project is 60 maanden, inclusief een verplichte inceptiefase van zes maanden waarin partners worden geselecteerd, jaarplannen worden opgesteld en het systeem voor monitoring, evaluatie en leren wordt aangescherpt. Pas na goedkeuring van het inceptierapport door de uitvoerende instantie zijn de kosten voor de implementatiefase subsidiabel.

Voor wie is deze subsidie interessant?

De regeling is bedoeld voor maatschappelijke organisaties zonder winstoogmerk die statutair gevestigd zijn in Nederland of in één van de 21 doellanden. Het profiel is duidelijk afgebakend:

  • minimaal vijf jaar aantoonbare ervaring met activiteiten in de primaire waardeketen waarop het project zich richt, opgedaan in alle gekozen doellanden in de afgelopen zes jaar
  • gemiddeld minimaal 25% van de jaarlijkse inkomsten over 2022 tot en met 2024 uit andere bronnen dan het verantwoordelijke ministerie
  • een aantoonbaar systeem voor selectie, monitoring en risicobeheersing van partners
  • een integriteitsbeleid en organisatiecapaciteit die zijn onderbouwd via een specifieke organisational risk and integrity assessment

Voor specialistische organisaties die minimaal 15 jaar aaneengesloten actief zijn op het kernthema, en voor kleine zuidelijke organisaties met een personeelsbudget van maximaal € 500.000 per jaar, gelden uitzonderingen op de inkomenseis. Samenwerkingsverbanden, allianties en consortia komen niet in aanmerking; de aanvraag wordt altijd ingediend door één rechtspersoon.

Waarvoor kun je deze subsidie gebruiken?

De regeling ondersteunt geïntegreerde projecten die concrete bijdragen leveren aan verduurzaming van waardeketens die belangrijk zijn voor zowel het doelland als Nederland of Europa. Voorbeelden van activiteiten die binnen het kader passen:

  • training en voorlichting voor lokale producenten, coöperaties of vakbonden over arbeidsrechten en arbeidsomstandigheden
  • programma's gericht op het tegengaan van kinderarbeid, dwangarbeid of ontbossing in productielanden
  • capaciteitsversterking van lokale maatschappelijke organisaties op het gebied van management, inhoudelijke expertise en dialoogvaardigheid
  • multistakeholderdialoog tussen overheden, bedrijfsleven, vakbonden en maatschappelijke organisaties over de implementatie van internationale standaarden
  • financiële ondersteuning aan lokale partners voor de uitvoering van hun eigen dienstverlening en dialoog

Belangrijk is dat een project economische, sociale en ecologische doelen integraal benadert. Concreet: sociale doelen rond leefbaar loon en arbeidsrechten moeten gekoppeld zijn aan ecologische doelen rond klimaat, biodiversiteit en watergebruik, en aan economische doelen rond lokaal verdienvermogen, weerbare ketens en leveringszekerheid. Aanvragen die slechts één van deze dimensies serieus uitwerken, maken weinig kans.

Waar geldt deze subsidie?

De regeling is geografisch afgebakend tot 21 doellanden in Afrika en Azië. In Afrika gaat het om Benin, de Democratische Republiek Congo, Egypte, Ethiopië, Ghana, Ivoorkust, Kenia, Marokko, Mozambique, Nigeria, Senegal, Zuid-Afrika, Tunesië en Oeganda. In Azië gaat het om Bangladesh, India, Indonesië, Jordanië, Libanon, de Palestijnse Gebieden en Vietnam.

Een project richt zich op minimaal één en maximaal drie doellanden. Bij meerdere doellanden moeten deze binnen één geografische regio liggen volgens de geografische indeling van de Verenigde Naties. Per doelland is bovendien specifiek vastgelegd welke waardeketens binnen welke focussector subsidiabel zijn, met daarbij de relevante Nederlandse beleidsprioriteiten. Aanvragers doen er goed aan deze lijst vooraf zorgvuldig te raadplegen.

Hoeveel kun je aanvragen?

Per aanvraag minimaal € 10 miljoen en maximaal € 22 miljoen voor de volledige projectlooptijd van 60 maanden. Het totale subsidieplafond voor de periode tot en met 31 december 2030 bedraagt € 83 miljoen. Per organisatie kunnen maximaal twee subsidies worden toegekend; een derde of latere aanvraag wordt afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling.

Er gelden enkele specifieke begrenzingen:

  • projectmanagementkosten mogen niet meer bedragen dan 20% van het totaal van directe en indirecte kosten van partners
  • van de financieringsactiviteiten moet minimaal 30% terechtkomen bij dienstverlening, niet alleen bij dialoog
  • het maximale bedrag per organisatie is gekoppeld aan de gemiddelde jaarlijkse niet-ministeriële inkomsten over 2022 tot en met 2024, vermenigvuldigd met vijf; voor specialistische en kleine zuidelijke organisaties geldt deze begrenzing niet
  • per doelland en primaire waardeketen wordt maximaal één aanvraag gehonoreerd; bij gelijke scores beslist loting

Kosten voor het ontwikkelen van de aanvraag, kosten gemaakt vóór indiening en niet-compensabele btw zijn niet subsidiabel.

Wanneer en hoe kun je aanvragen?

De aanvraagperiode loopt van 30 juni 2026 12:00 CET tot 11 augustus 2026 12:00 CET. Aanvragen die na deze deadline binnenkomen, worden niet in behandeling genomen. Besluitvorming over toekenning volgt uiterlijk op 1 december 2026.

Het aanvraagformulier, het verplichte budgetmodel in Excel en de handleiding voor de organisational risk and integrity assessment komen vanaf 29 mei 2026 beschikbaar via de uitvoerende instantie. Documenten worden in het Engels aangeleverd; statuten, integriteitsbeleid en gecontroleerde jaarrekeningen mogen in het Nederlands worden ingediend.

Een complete aanvraag bestaat onder meer uit een projectplan met activiteitenbeschrijving, MEL-systematiek, risicoanalyse en drie referentieprojecten, een begroting in het verplichte format inclusief narratieve toelichting en PxQ-onderbouwing, documentatie voor de organisational risk and integrity assessment, een ingevuld model voor financiële onafhankelijkheid, en door een externe accountant gecontroleerde jaarrekeningen 2022, 2023 en 2024. Onvolledige aanvragen krijgen na de deadline geen herstelmogelijkheid; verwijzen naar bijlagen of websites volstaat niet.

Voor de volledige procedure, alle voorwaarden en de actuele links naar formulieren en bijlagen, bekijk de regeling op Fondswervingonline.

Wat is de achtergrond en context van deze subsidie?

Deze regeling is geen losstaand instrument. Het is de uitwerking van een breder beleidskader voor samenwerking met maatschappelijke organisaties in de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking 2026 tot 2030. Daarin verschuift de Nederlandse overheid haar accent naar gerichtere, kleinere en lokaler ingebedde programmering, met meer regie bij lokale partners en een sterkere koppeling aan thema's die voor Nederland en Europa strategisch zijn.

Tegelijk is deze subsidie flankerend beleid bij de Europese IMVO-wet- en regelgeving, waaronder de Corporate Sustainability Due Diligence Directive en de Verordening Ontbossingsvrije Producten. Die wetgeving verschuift internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen van vrijwillig naar verplicht, met grote implicaties voor wereldwijde waardeketens. De achterliggende redenering: bedrijven die aan deze wetgeving moeten voldoen, kunnen niet zonder een goed functionerend maatschappelijk middenveld in productielanden. Lokale maatschappelijke organisaties spelen een onmisbare rol in het signaleren van misstanden, het versterken van lokale stemmen en het mogelijk maken van due diligence in de praktijk.

Voor fondsenwervers en subsidiecoördinatoren bij Nederlandse en lokale maatschappelijke organisaties is dit het type regeling dat een sectorbeweging weerspiegelt: weg van afzonderlijke projectsubsidies, naar geïntegreerde meerjarige programma's die expliciet werken vanuit lokaal eigenaarschap en die de hele waardeketen in beeld brengen. Het bedrag is substantieel, de inhoudelijke eisen zijn dat ook. Voor organisaties die hier serieus mee bezig zijn, is voorbereiding nu al begonnen.

Welke tips zijn er voor een sterke aanvraag?

  • Begin direct met de selfcheck
    De zes weken aanvraagperiode is kort voor een aanvraag van deze omvang. Loop nu al de instapvoorwaarden langs: vijf jaar ervaring in de primaire waardeketen, 25% niet-ministeriële inkomsten over 2022 tot en met 2024, drie vergelijkbare referentieprojecten, ORIA-documentatie op orde. Wie hier in juni achter komt iets te missen, kan niet meer bijsturen.
  • Onderbouw de keuze voor doellanden en waardeketens scherp
    De beoordeling kijkt of jouw keuze logisch voortvloeit uit een gedegen context-, stakeholder- en probleemanalyse. Een willekeurige combinatie van landen scoort laag; een duidelijke ketenlogica scoort hoog.
  • Werk lokaal eigenaarschap concreet uit
    De regeling vraagt expliciet om een vraaggestuurde aanpak waarbij in-country partners zelf de regie voeren over prioriteiten en uitvoering. Beschrijf concreet hoe rollen, risico's en besluitvorming worden gedeeld, en hoe gelijkwaardigheid is geborgd. Algemene zinsneden over "samenwerking" zijn onvoldoende.
  • Integreer People, Planet, Profit, niet als losse paragrafen
    De drie dimensies moeten in dezelfde activiteiten samenkomen. Sociale doelen koppelen aan ecologische én economische doelen binnen één interventie is wat scoort; drie afzonderlijke werkpakketten doen dat niet.
  • Houd rekening met de gendermarker
    Een score van minimaal 1 op de OESO-DAC gendermarker is een ingangsvoorwaarde, geen pré. Werk gendergelijkheid uit op basis van een gedegen genderanalyse, niet als bijzin.
  • Schrijf elk onderdeel volledig uit
    Verwijzen naar bijlagen of websites volstaat niet. Onvolledige aanvragen krijgen na de deadline geen herstelmogelijkheid. Plan tijd voor een interne kwaliteitslezing minimaal twee weken voor inzending.
  • Toets je begroting aan je eigen inkomsten
    Het maximumbedrag is gekoppeld aan je niet-ministeriële inkomsten over de afgelopen drie jaar, maal vijf. Wie te hoog inzet zonder bij de uitzonderingscategorieën te horen, krijgt geen € 22 miljoen, ook niet bij een sterke inhoudelijke score.

Veelgestelde vragen over deze subsidie

  • Wat is het doel van deze subsidie? 
    Het bevorderen van schone en eerlijke handel door versterking van lokale maatschappelijke organisaties in 21 doellanden, gericht op waardeketens die belangrijk zijn voor zowel die landen als Nederland of Europa.
  • Wie kan een aanvraag indienen? 
    Maatschappelijke organisaties zonder winstoogmerk die statutair gevestigd zijn in Nederland of in één van de 21 doellanden. Samenwerkingsverbanden komen niet in aanmerking; één rechtspersoon dient de aanvraag in.
  • Hoeveel kan ik aanvragen? 
    Per aanvraag minimaal € 10 miljoen en maximaal € 22 miljoen voor de volledige projectlooptijd van 60 maanden. Het totale plafond voor de regeling is € 83 miljoen tot en met 31 december 2030.
  • Wanneer is de deadline? 
    De aanvraagperiode loopt van 30 juni 2026 tot 11 augustus 2026, beide om 12:00 CET. Aanvragen die na deze deadline binnenkomen, worden niet in behandeling genomen.
  • In welke landen mag mijn project plaatsvinden? 
    In één tot maximaal drie van de 21 doellanden in Afrika en Azië. Bij meerdere doellanden moeten deze binnen één geografische regio liggen.
  • Op welke sectoren is de regeling gericht? 
    Op landbouw en agrofood, mijnbouw en kritieke grondstoffen, of kleding en textiel. Een project richt zich op één of maximaal twee focussectoren.
  • Wat als mijn organisatie minder dan 25% niet-ministeriële inkomsten heeft? 
    Voor specialistische organisaties die minimaal 15 jaar actief zijn op het kernthema, en voor kleine zuidelijke organisaties met een personeelsbudget tot € 500.000 per jaar, gelden uitzonderingen op deze eis.
  • Wanneer hoor ik over de toekenning? 
    Besluitvorming over toekenning volgt uiterlijk op 1 december 2026.
  • Kan ik bezwaar maken bij afwijzing? 
    Ja. Op een afwijzing kan binnen zes weken bezwaar worden gemaakt onder de Algemene wet bestuursrecht.

Gerelateerde fondsen en subsidies