Geven in Nederland

Nederlanders zijn gul en vrijgevig. Daar staan ze om bekend. Het is niet voor niets dat steeds meer buitenlandse goede doelen in ons land actief zijn. Maar hoeveel wordt er nu gegeven?

Naar het antwoord op die vraag wordt al jaren baanbrekend onderzoek gedaan door Prof. Dr. Th.N.M. Schuyt, hoogleraar filantropie en vrijwilligerswerk aan de Vrije Universiteit van Amsterdam.

Belangrijkste bevindingen “Geven in Nederland”

Elke twee jaren verschijnt van zijn onderzoeksgroep het verslag “Geven in Nederland”, inmiddels een must voor iedereen die iets wil weten over het geefgedrag van de Nederlanders. Het is inmiddels aan zijn zesde editie toe.

Onderstaand de belangrijkste bevindingen uit “Geven in Nederland 2013”, ontleend aan het jaar 2011 (voor vrijwilligerswerk over 2011 en 2012):

  • In totaal werd in ons land 4,255 miljard euro gegeven in 2011 aan goede doelen. Dit is, na een periode met een opwaartse trend, een daling ten opzichte van de voorafgaande peiling.
     
  • Bedrijven gaven 1,378 miljard euro aan goede doelen. Daarvan is 3⁄4 sponsoring en 1⁄4 een gift. De bijdragen van de bedrijven in de vorm van sponsoring en giften aan goede doelen zijn ten opzichte van de voorafgaande peiling sterk gedaald.

    Met name voor sponsoring is de daling fors hetgeen waarschijnlijk samenhangt met de financiële en economische crisis. De indruk bestaat dat bedrijven minder zijn gaan sponsoren of er zelfs geheel mee zijn gestopt. Overigens laten de totale bedragen aan sponsoring en giften grote fluctuaties zien over de jaren heen. De indruk bestaat dat bedrijven minder zijn gaan sponsoren of er zelfs geheel mee zijn gestopt. Overigens laten de totale bedragen aan sponsoring en giften grote fluctuaties zien over de jaren heen.
     
  • Er lijkt een trend te zijn dat bedrijven meer dan voorheen geven in de vorm van menskracht. Bedrijven zetten dus nadrukkelijk in op het actief betrekken van hun eigen medewerkers bij maatschappelijke projecten.
     
  • Fondsen gaven 294 miljoen euro. De cijfers over deze categorie zijn echter onzeker gezien het feit dat veel vermogensfondsen geen of slechts gebrekkige informatie verstrekken.
     
  • Huishoudens gaven aan geld en goederen 1.829 miljard euro. Gecorrigeerd voor de inflatie is de waarde van de giften en goederen die zijn gegeven door huishoudens sinds de voorafgaande peiling van 2009, gedaald met 10%.
     
  • Gemiddeld wordt € 200 per huishouden gegeven, maar er zijn grote verschillen. 71 % Geeft minder dan het gemiddelde, 50% zelfs minder dan € 50,- per jaar. Voor het geefgedrag van huishoudens gaat de 80/20-regel op: 20% van de huishoudens is verantwoordelijk voor 80% van de inkomsten.
     
  • Goede doelenloterijen brachten 498 miljoen euro bijeen. De bijdragen vanuit kansspelen aan goede doelen zijn de afgelopen jaren fors gestegen.
     
  • Erfstellingen en nalatenschappen zorgden voor 256 miljoen euro aan in- komsten. Overigens geven de cijfers over de verschillende jaren een zeer wisselend beeld.

Belangrijkste bestedingsdoeleinden

 
Besteding Percentage
Kerk en levensbeschouwing 19%
Sport en recreatie

17%

Internationale hulp 13%
Maatschappelijke en sociale doelen 12%
Gezondheid 11%
Milieu, natuurbehoud en dierenbescherming 9%
Cultuur 7%
Onderwijs en onderzoek 4%
Overig (niet-gespecificeerd) 8%

Afbeelding: doelen waaraan gegeven wordt, in rangorde en percentage.

In 2011 gaf Nederland dus het meest aan kerk en levensbeschouwing. Geschat wordt dat ongeveer de helft daarvan is bestemd voor de kerken zelf (personeel en gebouwen). De andere helft komt terecht bij nationale en inter- nationale doelen die door de kerken begunstigd worden.

“Geven in Nederland” stelt dat onderzoek naar vrijwilligerswerk moeizaam blijft. De gegevens moeten daarom meer als indicatie dan als een vaststaand feit gezien worden. In 2012 deed 38% van de bevolking minstens eenmaal in dat jaar onbetaald werk voor een maatschappelijke organisatie.

  • Het aantal uren tijdsbesteding van vrijwilligers bedroeg in 2012 gemiddeld 21 uur per maand. Dat is een stijging met 2 uren ten opzichte van de peiling van 2009.
     
  • De beschikbare cijfers wijzen op een daling in de deelname aan vrijwilligerswerk. Het is moeilijk om de daling direct in verband te brengen met de economische crisis, maar het is duidelijk dat de opgelopen werkeloosheid in ieder geval de deelname aan vrijwilligerswerk niet heeft verhoogd.
     
  • Sportverenigingen en kerkelijke organisaties tellen de meeste vrijwilligers.
     
  • Vrijwilligers zijn vaker vrouwen, hogeropgeleiden en kerkelijke Nederlanders en dan met name protestanten.

Overige feiten

  • Huishoudens geven het meest aan kerk en levensbeschouwing.
     
  • Nalatenschappen komen vooral ten goede aan gezondheid.
     
  • “Cultuur” en “Maatschappelijke en sociale doelen” zijn met name voor vermogensfondsen belangrijk te ondersteunen doelen.
     
  • “Sport en recreatie” is veruit het meest populaire doel onder bedrijven.
     
  • Uit de goede doelen-loterijen ontvangen de categorieën “internationale hulp” en “milieu, natuurbehoud en dierenbescherming” het meeste geld.
     
  • De huis-aan-huis collecte is voor de huishoudens de meest gebruikte manier om te geven gebleven, maar de populariteit ervan is duidelijk afgenomen.
     
  • In 2005 gaf nog 90% van de huishoudens op deze manier, in 2011 is dit gedaald naar 79%.
     
  • De gemeentes waar het meest gegeven wordt aan collectes hebben met elkaar gemeen dat ze dunbevolkt zijn en overwegend agrarisch van karakter. Het minst wordt er gegeven in de grote steden.
     
  • Hoger opgeleiden, mensen met hogere inkomens, jongere huishoudens en religieuze huishoudens geven meer.
     
  • 61% van de bedrijven geeft aan lokale organisaties.
     
  • Slechts een kwart van de bedrijven (27%) zegt specifiek beleid te hebben inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Bovenstaande cijfers moeten wel met enige relativering bekeken worden. De bronnen waaruit de onderzoekers moeten putten zijn verre van volledig. Zo zijn bijvoorbeeld de bijdragen van de fondsen gebaseerd op gegevens van de FIN (brancheorganisatie van de vermogensfondsen) maar bij die organisatie zijn vele fondsen niet aangesloten.

Ook de opbrengsten van de fondsenwerving door lokale doelen als zorginstellingen, scholen, sportclubs, culturele instellingen, etc. zijn niet meegenomen. Cijfers over de nalatenschappen zijn ook nog steeds maar zeer beperkt aanwezig.

Maar dat alles neemt niet weg dat, ondanks de vragen die open blijven, het VU onderzoek van grote waarde is.

Het is nog betrekkelijk jong, zeker in vergelijking met landen als de VS waar al vele decennia onderzoek wordt gedaan naar de filantropische geldstromen, maar daar staat tegenover dat ons land het enige is in Europa waar serieus onderzoek naar geefgedrag gedaan wordt. En in de komende jaren zullen de resultaten steeds betrouwbaarder gaan worden. Dat staat vast.

Geefmotieven

Natuurlijk is de vraag interessant hoeveel Nederland geeft en aan welke doelen, het geefgedrag dus, maar even interessant is de vraag waarom Nederland geeft. Anders gezegd: wat zijn de geefmotieven van de Nederlander?

Bij het beantwoorden van die vraag moet onderscheid gemaakt worden tussen de particuliere gevers en de bedrijven. Voor die laatste is ook nog van belang of het gaat over sponsoring of over een gift (corporate giving).

Particulieren

  • Schuldgevoelens: men heeft ergens spijt van en wil iets goed maken.
     
  • Opportunisme/eigenbelang: men steunt een doel waarvan men ook zelf kan profiteren. Het ziekenhuis bijvoorbeeld waarvan men zelf patiënt is of de school waar de eigen kinderen naar toe gaan.
     
  • Sympathie en verbondenheid met het doel of de organisatie.
     
  • Goede ervaringen met de wervende organisatie of instelling.
     
  • Een aansprekend doel dat emotie oproept en als steunwaardig wordt gezien.
     
  • Zakelijk belang: men wil iets gedaan krijgen van de instelling.
     
  • Een goed gevoel.

Bedrijven

Bij bedrijven spelen, naast bovenstaande motieven, ook meer specifieke bedrijfsmotieven een rol:

  • Naamsbekendheid.
     
  • Versterking van het imago van het bedrijf.
     
  • De uitstraling van maatschappelijk verantwoord ondernemer.
     
  • Relatiebeheer.
     
  • De hoop op het verwerven van leveringsopdrachten.
     
  • Interne motivatie van de eigen medewerkers.
    Die zijn trots op hun bedrijf, omdat het een goed en gewaardeerd goed doel ondersteunt.

De grote gever

Het is moeilijk om een omschrijving te geven van “de grote gever”. De grens tussen “kleine gever” en “grote gever” is niet scherp te trekken. Wat voor iemand met een middeninkomen een grote gift is, is dat nog niet voor iemand met een groot vermogen.

En een gift die voor een kleine lokale stichting reden is voor een klein feestje, kan voor een groot landelijk fonds heel gewoon zijn. Een “grote gift” is dus een relatief begrip. Laten we daarom toch maar uitgaan van “het geven van een zeer aanzienlijk bedrag”, de kwantitatieve benadering dus.

“Grote gevers” zijn dus rijk. En rijk zijn steeds meer Nederlanders. En ze worden ook steeds rijker. Het tijdschrift Quote geeft daar boeiende informatie over.

Wat opvalt is dat vermogende mensen niet perse ouder moeten zijn en aan het einde van een carrière waarin zij hun vermogen hebben opgebouwd. Soms wordt voor een grote gever het begrip “filantroop” gebruikt. Grote gevers c.q. filantropen zijn meestal mensen die een achtergrond hebben in het zakenleven.

Het zijn veelal ondernemers, praktische mensen met een aangeboren afkeer van vergaderen, nota’s en papierwerk.

Ze vertrouwen op hun instinct, kijken heel zakelijk naar het project waarvoor hun bijdrage gevraagd wordt en naar de mensen die het moeten realiseren. Dat project moet degelijk en doordacht zijn en hoeft heus niet tot in detail uitgewerkt te zijn. Het gaat erom dat het concreet is en dat duidelijk is hoe het moet worden gerealiseerd. Geen vaag verhaal dus.

Het kan hen ook niet schelen wat precies de overhead is. Ondernemers kijken daar niet naar en vinden een goede ondersteuning juist een voorwaarde voor succes. Op deskundigheid en professionaliteit moet naar hun mening niet worden bezuinigd. Het resultaat is uiteindelijk het enige wat telt.

Ze kijken naar output en niet naar input. Hoeveel kinderen in Afrika zijn met hun gift geholpen? Dát willen ze weten. Het andere is minder belangrijk. En ze willen betrokken worden, meedenken en meedoen. Geven alleen is niet voldoende.

Sommige fondsenwervers hebben het idee dat grote gevers alleen interesse hebben voor grote projecten en voor de grote landelijke goede doelen en dus minder interessant zijn voor de kleine en lokale doelen. Dat hoeft echter niet het geval te zijn. Integendeel. Een lokale organisatie kan, als er in de eigen omgeving een potentieel grote gever woont, proberen om die voor haar organisatie te winnen. Het zal niet de eerste keer zijn dat zo’n poging slaagt.

Grote gevers zijn wel degelijk te interesseren voor projecten in de eigen omgeving. Als ze maar op de juiste wijze en met goede projecten worden benaderd.

Tot slot

Mensen stellen zichzelf allerlei vragen, bewust of onbewust, als hen om een bijdrage wordt verzocht. Wat zijn die vragen? Een paar voorbeelden:

  • Ken ik die organisatie?
  • Waarin verschilt deze organisatie van andere die op het zelfde terrein bezig zijn?
  • Lijkt die organisatie te vertrouwen?
  • Is er een kwaliteitsgarantie (Keurmerk, Gedragscode)?
  • Is dit geen overheidstaak?
  • Heb ik er zelf belang bij?
  • Als ik hen nu één keer help, kom ik er dan nog ooit van af of word ik blijvend benaderd met nieuwe bedelbrieven?
  • Hoeveel van mijn gift komt ook werkelijk bij het doel terecht?
  • Wat blijft er aan “de strijkstok” hangen?
  • Wie leidt deze organisatie?
  • Wie zitten er achter?
  • Is er een Comité van Aanbeveling en wie zitten daar in?
  • Wat geven ze zelf? Als privépersoon dan wel te verstaan.

Tip
Het is verstandig om met deze, vaak onuitgesproken vragen, rekening te houden en er op te anticiperen, bijvoorbeeld in de brochure, de brief die gestuurd wordt, de website en alle andere informatiebronnen over de organisatie en de fondsenwerving.

Bovenstaande informatie komt uit het Handboek Fondsenwerving. Wanneer je effectief aan de slag wilt met fondsenwerving kan het interessant zijn het Handboek Fondsenwerving te bestellen.

Info en bestellen Handboek Fondsenwerving

Verder lezen?

Direct aan de slag met het vinden en aanvragen van financiële middelen voor je organisatie of project

Word ook lid

  • Actuele informatie over bijna 2000 subsidies, fondsen, fiscale regelingen en kredieten
  • Per regeling alle relevante informatie die je nodig hebt, incl. aanvraagformulieren
  • Toegang tot regelingen die je nergens anders kunt vinden
  • Handige dossiers helpen je op weg
  • Dagelijks uitgebreid en bijgewerkt
  • We bestaan inmiddels 15 jaar, en zijn hiermee een van de meest ervaren partijen
  • Je bent al lid voor slechts € 30,- per maand